Weer tien leden van IOC in opspraak

Behalve de veertien reeds bekende namen, hebben nog tien IOC-leden voor duizenden dollars gratis reizen en geschenken gekregen. Dat blijkt uit het interne rapport van de ethische commissie van de SLOC (Salt Lake Organizing Committee), dat gisteren werd gepresenteerd. Salt Lake City organiseert in 2002 de Olympische Winterspelen.

In het 300 pagina's tellende document, dat ook op het Internet staat (www.sltrib.com), worden voorzitter Tom Welch van het biedingscomité en vice-voorzitter Dave Johnson verantwoordelijk gehouden voor het omkoopschandaal. Welch stapte in januari als gevolg van de affaire op als adviseur van de SLOC, Johnson legde zijn functie binnen de SLOC neer.

De Australiër Phil Coles en Willi Kaltschmitt uit Guatemala zijn enkele nieuwe namen op de inmiddels lange lijst IOC-leden die zich hebben laten fêteren in Salt Lake City. Coles en Kaltschmitt vlogen met hun gezinnen vier keer naar de VS op kosten van de stad. Een van die keren mochten ze naar de Superbowl in Miami. Rekening: 20.000 dollar. Een andere nieuwe naam is het Noorse IOC-lid Jan Staubo, die een Spitfire-modelvliegtuig cadeau kreeg. Andere nieuwe en reeds eerder genoemde namen van IOC-leden komen in het rapport voor. Allen namen geschenken aan met een waarde van meer dan de voorgeschreven 150 dollar. Soms was dat een viool, dan een computer, dan een paar honden of ook een partij deurknoppen.

Tevens werd gisteren bekend dat de sponsor John Hancock Insurance zich overweegt terug te trekken omdat de firma ontevreden is over het uitblijven van veranderingen binnen het IOC. John Hancock staat voor een bedrag van twintig miljoen in de boeken als adverteerder.

Hervormingen binnen het IOC zijn ook een prioriteit van de ethische commissie. IOC-leden zijn volgens het rapport de grote boosdoeners in het olympische schandaal van Salt Lake City. Zij zijn het die solliciteren naar geschenken en een vorstelijke behandeling. Aan de andere kant waren er natuurlijk Welch en Johnson van het biedingscomité die er alles aan deden om Salt Lake City's kansen te vergroten. Ook de begrotingsbewaker Craig Peterson is stilzwijgend medeplichtig.

,,IOC-leden verwachten gul te worden onthaald'', stelt het rapport, dat precies vertelt hoe steden tegen elkaar moeten opbieden om de spelen te krijgen. Sprekend voorbeeld is wat er gebeurde toen Salt Lake City en Nagano in 1991 allebei probeerden de spelen voor 1998 in de wacht te slepen. De Japanse stad Nagano deed de IOC-leden videocamera's cadeau en Salt Lake gaf wegwerptoestelletjes.

Salt Lake verloor die bieding en de stad ging informeren bij president Juan Antonio Samaranch hoe je de Spelen binnensleept. ,,Samaranch adviseerde Welch en Johnson om zoveel mogelijk leden van het IOC te leren kennen en lid te worden van de Olympische familie'', aldus het rapport.

Welch en Johnson knoopten dat goed in hun oren. De rest van het rapport gaat er dan ook grotendeels over hoe Salt Lake op alle mogelijke manieren IOC-leden paait. De vrouw van IOC-lid Paul Wallwork uit West-Samoa belt Welch op en zegt dat ze een lening van dertigduizend dollar nodig heeft voor ,,een kennis in nood''. Welch is zo gek niet of hij maakt het bedrag over. Wallwork kwam eerder in opspraak rondom de campagne van Berlijn om de Spelen van 2000 te organiseren.

Een bekende praktijk in olympische kringen is assistentie aan Nationale Olympische Comité's, waarbij arme landen steun krijgen voor sportfaciliteiten. Volgens de commissie wordt hier door met name een aantal Afrikaanse landen misbruik van gemaakt in de aanloop naar stemmingen over welke stad de spelen krijgt. Dat is ook het geval met verzoeken om studiebeurzen, giften en andere vormen van financiële steun. Een zoon van een IOC-lid uit Swaziland kreeg een beurs om in Utah te studeren, een zoon van een IOC-lid uit Mongolië eveneens en de dochter van een IOC-lid uit Kameroen ontving financiële steun en twee werknemers van het biedingscomité in Salt Lake vlogen op een dag naar Washington om haar even te helpen verhuizen.

Het Zuid-Koreaanse IOC-lid Un Yong Kim, een vertrouweling van Samaranch en kandidaat-opvolger, maakte het ook bont. Hij droeg een Russische kennis voor die financiële steun kreeg, versierde een baan voor zijn zoon en zorgde ervoor dat zijn dochter met de Utah Symphony Orchestra kon optreden. Degene die voor zover bekend het meest heeft geprofiteerd is Jean Claude Ganga, de Kongolees die voor in totaal 250.000 dollar aan giften, medische behandelingen en onroerend-goedwinsten mocht incasseren. Deels waren deze misstanden al bekend.

Interessant in het rapport is om te zien dat in de begroting van 1995 voor bezoekende IOC-leden een bedrag van meer dan een miljoen dollar is opgenomen. Eigen reizen van het voorbereidend comité waren begroot op 650.000 dollar. Ook gelden voor de zogeheten NOCprogramma's waren van 50.000 dollar het jaar ervoor verhoogd tot 345.000. Dat was in het jaar dat Salt Lake de Spelen binnenhaalde. Er werd dat jaar ook druk gewerkt met `consultants' die honderdduizenden dollars verdienden. Mahmoud El-Farnawani, Alfredo La Mont van de organisatie Citius en ook van ARCA en Bjarne Haggman, de echtgenoot van een Fins IOC-lid (dat onlangs opstapte) profiteerden in die hoedanigheid. Raouf Scally wordt vervolgens aanbevolen door Farnawani die zegt dat Scally familie is van een IOC-lid uit Algerije. Zo gaat het rapport schier eindeloos door met het opsommen van soms reeds bekende feiten, soms ook nieuwe.

De commissie ziet de noodzaak voor systematische hervormingen in de olympische beweging. Het biedingsproces zoals de IOC dat nu hanteert is onzuiver en de kans op misbruik van de goedgeefsheid door mededingende steden is te groot. De commissie bepleit het instellen van een ombudsman voor werknemers, het vaker tussentijds raadplegen van de ethische commissie en een halfjaarlijkse controle op de uitgaven.