Waarheidsvinding

Ze hebben weer wat nieuws gelukkig. Nou ja, nieuws. Ik hoorde het woord voor het eerst tijdens de verhoren van `de commissie-Van Traa'.

Sommigen beweren dat in juridische kringen het woord reeds jaren is ingeburgerd. Voor mij is het echter een betrekkelijk nieuw woord. Sinds ik het hoor, hoor ik het met regelmaat. Vooral uit de monden van politici en journalisten. Ook kon men het woord weer veelvuldig horen tijdens de verhoren van de jongste parlementaire enquêtecommissie naar de ware toedracht van het Bijlmerongeluk. Zelfs de ondervraagden kwamen vrijwillig met het woord aanzetten.

Het is een woord dat ik nooit zou gebruiken. Waarom eigenlijk niet? Toen ik het voor het eerst hoorde, moest ik proesten van het lachen. Ze hebben weer wat nieuws gelukkig, dacht ik. Het is een dom woord. Laat mij uitleggen waarom.

Je kunt de waarheid zoeken en vervolgens vinden. Of niet vinden. Of niet zoeken en toch vinden. `Wie wat vindt heeft slecht gezocht', dichtte Rutger Kopland. Je kunt besluiten `de waarheid' achter het Bijlmerongeluk te gaan zoeken. Maar bij de afwezigheid van kristallen bollen is het nonsens te zeggen dat je waarheid gaat vinden. Wie beweert de waarheid te zullen vinden, doet niets anders dan vastberaden verklaren erg zijn best te zullen doen om de waarheid te vinden. Je kunt slechts hopen dat je de waarheid zult vinden. Maar beloven kun je niks. Daarom is het een dom woord.

Daarbij komt: wat te doen als je geen waarheid maar leugens vindt?

Nou kan ik wel volhouden dat het `gaan vinden van iets bepaalds' een onzinnige uitdrukking is wanneer je niet kan weten of je het zult vinden, maar mijn zoontje van vijf (Souleyman – ik ben getrouwd met een Tunesische vrouw) huldigde een andere opvatting. Deze opvatting verdient een groter publiek dan mijzelf.

We speelden verstoppertje, thuis. Eigenlijk ben ik daar te groot voor, want onze woning is aan de kleine kant: nergens pas ik tussen, onder of achter. Altijd moet ik het watercloset in of de veranda op. Onder tafel pas ik ook nog wel, maar dan buut hij me zo af. Op een gegeven moment zei Smen (je gaat zo'n naam afkorten): `Papa, nou moet je je verstoppen en dan moet ik je gaan vinden.'

Het is minder gemakkelijk dan men denkt om een vijfjarige kind uit te leggen dat zoeken een activiteit is, en vinden helemaal geen activiteit maar een mogelijk resultaat van genoemde activiteit. Ik moest het zo goed vinden dat ik het niet meer kon verstoppen. Smen: `Je hebt je toch verstopt? Ik weet dat je er bent. Dus.' (Dat zegt hij vaak na het uitspreken van een zin, na een korte pauze: Dus.)

De betekenis van een woord wordt bepaald door de manieren waarop men het woord gebruikt en kan gebruiken (Wittgenstein). Wil Smen de activiteit van zoeken met gegarandeerd succes `vinden' noemen (zoeken zonder succes kende hij tot op dat moment niet uit ervaring), en gebruikt hij `vinden' in die zin, dan krijgt `vinden' die betekenis ook. Maar omdat hij ook moet praten met, en luisteren naar, andere mensen ten einde de taal te leren, zit er niets anders op dan hem dit gebruik niet aan te leren. Het zou wreed zijn een kind betekenissen te leren die hem op school semantisch zouden isoleren, met alle gevolgen van dien.

Men zal nu zeggen dat het alhier ongenoemde woord ook betekenis krijgt door de manier waarop politici en journalisten het gebruiken. Wat is daarop tegen? Een bezwaar tegen dit retorische beroep op Wittgenstein om het gebruik van het woord goed te praten, is dat er reeds een Nederlandse uitdrukking bestaat voor wat men bedoelt: de waarheid zoeken.

Wat mankeert er aan deze uitdrukking dat ze het veld moet ruimen voor dat nieuwe woord? Het nieuwe woord voorziet in geen enkele behoefte. Het zaait onnodig verwarring. Van taalverrijking is geen sprake, alleen van woordsubstitutie (een algemeen taalverschijnsel typerend voor Nederland, dat bijdraagt aan onze vervreemding van de eigen taal uit vervlogen tijden). Want `waarheid zoeken' is wat politici en journalisten eigenlijk bedoelen.

Tenzij ze de vindingrijkheid van Smen bezaten en een nieuwe betekenis voor `vinden' (als activiteit) willen invoeren. Maar in dat geval is hun gebruik verkeerd. Om niet te zeggen dom.

Of tenzij ze verstoppertje willen spelen. Dus.