Van religieuze commune naar hip Amsterdam

Tsja, dat varkentje. In Jezus is een Palestijn speelt een varkentje een voorname bijrol. Het is een lief varkentje, een aandoenlijk varkentje, een klein vet vunzig knuffelvarkentje en het speelt alleen maar mee om een gruwelijke dood te sterven; dat voel je aankomen en dat is zo. Helemaal niet leuk, dacht ik toen ik het zag gebeuren, maar als ik eraan terug denk, borrelt er toch een lach naar boven.

Regisseur Lodewijk Crijns (1970) wordt dan iemand die zo aanstekelijk kan pesten dat je hem bewondert, ook al ben je zelf het slachtoffer van zijn gepest. Maar vaker wordt Crijns dat niet. Een scène waarin een jongen met een meisje wil neuken en dat meisje nee, nee, fluistert en ondertussen gewoon blijft liggen, bleef bijvoorbeeld stuitend. Maar het is niet uitgesloten dat treiteraar Crijns, die eerder veel succes had met de pseudodocumentaires Kutzooi en Lap Rouge, zo'n reactie al een mooi resultaat vindt.

Jezus is een Palestijn gaat over de slome twintiger Ramses (Hans Teeuwen), die eigenlijk anders heet. Hij woont in een religieuze commune in Limburg, waar hij dieren slacht en zich door de Kahn goeroe met ijzeren pinnetjes laat doorboren. Als Ramses net zijn pik-piercing heeft gekregen, wordt hij door zijn zus Natasja teruggehaald naar een groezelig en hip Amsterdam, zoals het er ook uitzag in een paar andere recente Nederlandse films, zoals Zusje en Hufters en Hofdames. De bits van seks en drugs genietende Natasja (Kim van Kooten) wil dat Ramses de euthanasiepapieren van hun al jaren in coma liggende vader ondertekent. In het ziekenhuis ontdekt Ramses dat zijn vader helemaal niet in coma ligt, maar gered wil worden door weer een andere goeroe, die ervan overtuigd is dat Jezus spoedig op aarde zal terugkeren, en nog wel in de Bijlmer. Ondertussen wordt Ramses verliefd op Natasja's huisgenoot, het lekkere ding Lonneke, en moet hij zich de Kahn goeroe van het lijf zien te houden, die vergezeld van alle andere sekteleden in een lelijke eend naar Amsterdam is afgereisd om nog een pin door het lijf van zijn afvallige discipel te drijven.

Jezus is een Palestijn is een parodie op modern leven en sterven, op religiositeit, euthanasie, zelfverminking en de eeuwenoude roep om verlossing. Crijns' kritiek is uitgelaten ongericht en zijn grappen zijn grof of flauw. Natasja noemt de Kahngoeroe een kangoeroe en het is uiteindelijk niet de messias die op de Bijlmer neerdaalt, maar een vliegtuig. Grof en flauw zijn van een parodie meestal goede eigenschappen maar van Jezus is een Palestijn willen ze dat maar niet worden. Toch kan ik me voorstellen dat de hele film vooraf, op papier, hetzelfde effect had als achteraf dat ene varkentje. Tijdens het kijken zorgt alleen de fantastisch lijzige stem van de als acteur debuterende cabaretier Hans Teeuwen voor vertier.

Jezus is een Palestijn. Regie: Lodewijk Crijns. Met: Hans Teeuwen, Kim van Kooten, e.a. In 9 theaters.