Van der Ploeg fietst dwars door NOS-ideeën heen

Staatssecretaris Van der Ploeg wil tegen de zin van de NOS en de Kamer omroepen afzonderlijk programmavoorschriften opleggen. Resultaat van de gevreesde Vara-lobby?

Het las als een regelrechte oproep aan de top van de PvdA om in te grijpen. ,,Of hebben Melkert en Kok het opgegeven te proberen ook cultureel gezien de boel bij elkaar te houden?'', zo eindigde oud-Vara-voorzitter Marcel van Dam eind vorige maand zijn wekelijkse column in de Volkskrant onder de titel `Elite-tv', gewijd aan de weer fel opgelaaide discussie over de toekomst van de publieke omroep.

Onderwerp was het veel besproken plan van de raad van bestuur van de NOS de drie Nederlandse zenders scherper te profileren (Mijn Net, Ons Net en Het Net) en de diverse omroepverenigingen voor alle zenders programma's te laten maken. Dat is tegen de zin van vooral de Vara die op Nederland 3 wil blijven programmeren voor een breed publiek en met hulp van spelletjes als Lingo ook lager opgeleide kijkers naar informatieve programma's als Barend & Witteman te laten kijken. Deze `sandwich-formule' was een typische sociaal-democratische gedachte, zo leende Van Dam de woorden van D66-kamerlid Bakker. Dat konden Kok en Melkert toch niet over hun kant laten gaan?

Wie van samenzweringstheorieën houdt, zou kunnen denken dat staatssecretaris Van der Ploeg op het laatste moment zijn hoofd heeft gebogen voor druk die PvdA-corryfeeën als Van Dam en Wim Meijer (voorzitter van de raad van toezicht van de NOS) op hem of zijn bazen hebben uitgeoefend. De aanscherpingen van de programma-voorschriften voor afzonderlijke omroepverenigingen kwam gisteren namelijk als een volslagen verrassing voor zowel Hilversum als de Tweede Kamer. De omroepen moeten het minimum-aandeel cultuur in hun programmering verhogen van 20 naar 25 procent, terwijl het minimum aan informatie en educatie wordt verhoogd van 30 naar 35 procent. Per net wil Van der Ploeg een maximum van 25 procent aan amusement toelaten.

Dat laatste heeft nog de minst ingrijpende gevolgen voor de omroep, omdat de drie netten gezamenlijk nu ongeveer een kwart van de zendtijd aan amusement besteden. Toch fietsen de percentages van Van der Ploeg dwars door de ideeën van de raad van bestuur van de NOS heen. NOS-voorzitter Wolffensperger wil de hoeveelheid amusement op zijn zenders namelijk ophogen tot 30 procent. Bovendien is het maximum-percentage lastig voor de NOS, omdat het per net geldt en niet voor de drie zenders gezamenlijk. Zo wordt het moeilijker netten ten opzichte van elkaar te profileren door bijvoorbeeld een net voor een kleine (weinig amusement) en een voor een grote doelgroep (veel amusement) te maken.

Deze bezwaren gelden in de visie van de NOS in nog sterkere mate voor de programmavoorschriften per omroep. Tot gisteren ging iedereen er vanuit dat die voorschriften zouden vervallen. Maar Van der Ploeg scherpt ze zelfs aan. Het getuigt van ,,onnodig wantrouwen in de publieke omroep'', zei Wolffensperger gisteren in een reactie. De maatregel frustreert de plannen om de zenders scherper te profileren waarbij de diverse omroepverenigingen de programma's aanleveren waar ze goed in zijn. De Tros kan zich dan specialiseren in amusement, terwijl de VPRO ongemoeid `elitaire' programma's kan blijven maken. Ook in de Tweede Kamer bleek men verrast over het voorstel van Van der Ploeg, dat vrijdag in het kabinet wordt besproken. ,,Het is in tegenspraak met alles wat de staatssecretaris tevoren heeft gezegd,'' aldus partijgenoot Van Zuijlen.

Vooral de verbazing van Van Zuijlen is interessant omdat ze wordt gezien als een geestverwant van Van der Ploeg. En de verbazing van het Kamerlid is van belang omdat haar partij bij omroeppolitiek de sleutelrol vervult. Tot enkele jaren geleden werden de belangen van het establishment in Hilversum beschermd door geestverwanten in Den Haag. VVD en D66 wilden al veel langer de bezem door het omroepbestel halen, maar de tradioneel verzuilde partijen voelden daar niets voor. Het CDA had nauwe banden met KRO en NCRV, terwijl de PvdA zich verwant voelde met de Vara. Met de komst van het eerste Paarse kabinet in 1994 kwam daar radicaal verandering in. Staatssecretaris Nuis (D66) voerde een cruciale bestuurlijke reorganisatie door. Niet langer de omroepvoorzitters maakten in Hilversum de dienst uit, maar een door hem benoemde onafhankelijke raad van bestuur. Binnen de PvdA was inmiddels een nieuwe wind gaan waaien. Voor omroeppolitiek werd het jonge als neo-liberaal omschreven Kamerlid Van Zuijlen naar voren geschoven. Samen met haar collega's van VVD en D66 scherpte Van Zuijlen de plannen van Nuis zelfs nog verder aan. `Bijltjesnacht' noemden de omroepvoorzitters het Kamerdebat waarbij zij nog meer invloed moesten afstaan.

Wat Van der Ploeg heeft bewogen zich nu zo nadrukkelijk tegen specialisatie van omroepen en dus voor de Vara-lijn uit te spreken blijft gissen. Mogelijk is het een oprisping van de traditionele sociaal-democraten in de partij, of het is naïviteit van Van der Ploeg, zoals gisteren door een Kamerlid werd gesuggereerd. Misschien brengt de volgende column van Van Dam helderheid.

    • Jaco Alberts