Uitstel van executie

DE KROONPRINS schort zijn activiteiten voor het Internationaal Olympisch Comité (IOC) even op. Premier Kok heeft dat de Tweede Kamer laten weten. Eerst wil hij zien hoe de Augiasstal in Lausanne komende maand wordt schoongeveegd. Als het IOC er in slaagt zichzelf te saneren, kan Willem-Alexander medio dit jaar alsnog daadwerkelijk worden beëdigd als lid van het Olympisch Comité.

De beslissing van Kok is geen Salomonsoordeel. Wie had ook anders verwacht. De premier is nu eenmaal bij uitstek een meester van de tijd. Zeker indien zo'n hachelijk probleem als het IOC-lidmaatschap van kroonprins Willem-Alexander aan de orde is – een kwestie die rust op het snijvlak van constitutionele rationaliteit en monarchale emotionaliteit, waar Nederland wel vaker vastloopt – is het niet verbazingwekkend dat Kok handelt conform zijn natuurlijke reflex: komt tijd, komt raad.

Het zakelijke argument van de premier is dat de kroonprins en hij ,,vurig'' hopen dat het IOC snel een ,,hoge mate van zelfreinigend vermogen'' zal kunnen etaleren. Die hoop is begrijpelijk, al was het maar omdat bijna niemand er belang bij heeft dat het IOC een semi-corrupte organisatie blijft. Dat zou de sport schaden en bovendien de mogelijkheid van een zinvolle taak voor de kroonprins bij voorbaat ondermijnen. De olympische gedachte is op zichzelf immers de moeite waard. Het zijn eerst en vooral de mannen, die het oude ideaal uitdragen, die niet leven naar hun eigen normen en waarden.

MAAR OF DE HOOP van Kok ook doet leven, is de vraag. De crisis in het IOC zit diep, te diep om zich binnen afzienbare tijd ten goede te keren. De onthullingen van de afgelopen maanden hebben het effect van een sneeuwbal gekregen. Bijna elke dag duikt er wel een gerucht of feit op dat de olympische beweging in een onaangenaam daglicht plaatst.

De beslissingen van het IOC zullen op een goudschaaltje worden gewogen, alle saneringsplannen ten spijt. De beslissing om het lidmaatschap van de kroonprins even te bevriezen, is dan ook geen echt besluit. Sneller dan hij wellicht hoopt, zal Kok zijn ministeriële verantwoordelijkheid weer tegen het licht moeten houden.