The Butcher's Wife

Er zijn wel eens van die avonden dat je wilt geloven wat regisseur Terry Hughes ons in zijn film The Butcher's Wife (1991) probeert wijs te maken. Dat er vroeger, heel lang geleden, geen mannen en vrouwen bestonden, maar wezens die zich helemaal uit zichzelf konden voortplanten. En dat deze wezens op een bepaald moment in tweeën gespleten zijn, waardoor ons aller lot nu is om onze wederhelft, onze 'afsplitsing' te vinden. Op ieder potje past één dekseltje, dat idee.

Een dankbaar thema voor een film. De kijker ziet meteen wie het potje is en wie het dekseltje, en wacht de hele film in spanning af of pot en deksel dat zelf ook op tijd doorkrijgen, of dat ze - dom, dom, dom - het eeuwige geluk aan hun neus voorbij laten gaan. Tissues in de buurt en het verstand een paar graadjes lager. Om de spanning er nog een beetje in te houden, zaaien regisseurs graag eerst nog een beetje verwarring, zoals in het gedicht Pluk de dag van Cees Buddingh het deksel van een middelgroot potje Marmite (het 4 oz netto-formaat) precies blijkt te passen op een klein potje Heinz sandwichspread, en vice versa. Wie past er nou bij wie? Maar uiteindelijk blijkt de intermenselijke puzzel toch slechts één correcte oplossing te hebben, en die leeft nog lang en gelukkig.

In The Butcher's Wife mogen dan een hoop losse potjes en dekseltjes rondzwerven, spannend wordt het nooit - laat staan dat deze romantische komedie komisch of romantisch wil worden. Demi Moore is een geflipte helderziende uit Okakoka, een eilandje bij North-Carolina, die via buitenzintuiglijke weg doorkrijgt dat haar `afsplitsing' haar komt halen. Zonder veel nadenken huwt ze de dikke man die kort daarop per vissersboot bij haar huis aanspoelt, en die een slagerij in Greenwich Village, New York blijkt te bezitten. Eenmaal in New York blijkt de slager, die van blueszang houdt, eigenlijk voorbestemd voor een verlegen dame die zich, nota bene na Moore's paranormaal advies, ontpopt als blueszangeres: zo eenvoudig is het om te laten zien dat twee mensen perfect bij elkaar passen. Maar geen nood, slagersvrouw Moore zelf kan het uiteindelijk toch beter vinden met de plaatselijke psychiater, al duurt het - al haar visionaire gaven ten spijt - anderhalf uur filmtijd voordat ze daar achterkomt.

Moore is getypecast als een wezenloze gevaarlijke gek. Met geblondeerd haar en uitgegroeide permanent, haar mond steeds half en haar ogen wijd open, loopt ze, blootsvoets door de stad in roze en lichtblauwe jurkjes met pofmouwen. Alsof een kruising tussen Bambi en Jomanda middenin de grote stad uit de metro komt. Voor deze rol werd Moore genomineerd voor een Golden Raspberry Award (het recalcitrante broertje van de Oscars) voor de slechtste actrice. Ter vergelijking: dit jaar zijn alle vijf de Spice Girls tegelijkertijd genomineerd voor deze weinig eervolle prijs.

The Butcher's Wife (Terry Hughes, VS, 1991) SBS6, 20.30-22.30u.

    • Ellen de Bruin