Rampenfilm II

De Grote Oorlog overviel Europa. Het was allerminst de onvermijdelijke gebeurtenis die er later van gemaakt is, de reeks voetzoekers die onontkoombaar achter elkaar afknalden nadat bij Sarajevo het lont was aangestoken. Niets maakt dat meer duidelijk dan de legger van de Neue Freie Presse. Pas in de week na de 20ste juli van 1914 begint de krant zorgelijk te schrijven over `stappen' en `ultimata', pas op 24 juli overweegt de Duitse keizer om zijn vakantie af te breken en eerst op zondag 26 juli valt het woord `oorlog'. Gejuich alom. Een bizar bericht: de chef-staf van het Servische leger, toevallig in Boedapest, wordt prompt gearresteerd. Een dag later is hij alweer vrijgelaten, `aangezien het Oostenrijke leger van te veel ridderlijke gevoelens vervuld is om het vijandelijke leger van zijn hoogste commandant te beroven'.

Diezelfde zondag wijst de krant terloops op het risico dat de oorlog tussen Oostenrijk en Servië zou kunnen `totaliseren'. De bondgenootschappen zijn echter helemaal niet zo dwingend, de diplomaten hebben op dat moment nog redelijk wat manoeuvreerruimte. Duitsland heeft in dit geval geen verplichting om Oostenrijk te hulp te komen, Rusland hoeft Servië niet voetstoots te steunen, Engeland niet België. Toch zinkt ruim een week later heel Europa weg in oorlog.

Het is, kortom, niet het schot. Het is het diplomatieke werk daarna dat faalt, voortgejaagd door keizers, generaals, megalomane ideologieën, en bovenal een massale lust tot strijd en loutering. Europa heeft er zin in, dat is het meest merkwaardige van die zomer van 1914.

    • Geert Mak