Papier hier. Dankuwel

De mooiste attractie in de Efteling was Holle Bolle Gijs. Een uit de kluiten gewassen, kleurige sprookjesfiguur met rollende ogen. Op zijn buik prijkte een klep en hij riep, zodra je hem naderde, met een donkere, metalige stem: `Papierrr hierrr. Dankuwel.' Tenminste zo klinkt het nog altijd in de herinnering. Het werd thuis een gevleugelde uitdrukking.

Of hij er nu, bijna veertig jaar later, nog altijd staat, weet ik niet. Het maakt ook niet uit, zijn opvoedkundige aansporing is onverwoestbaar gebleken. Snippertjes verdwijnen in her en der verspreide, gebruikte enveloppen, die vervolgens samen met de kranten en ander papieren afval bijeengepakt het huis verlaten. Als het tenminste niet regent. Of meer dan normaal waait. Het voordeel van de enveloppen is evident. Het in juiste spleetdikte samenvouwen van stapeltjes kranten eveneens. Het wegwerpen van papier vergt namelijk een nauwkeurige voorbereiding, veel beleid en geduld en bij voorkeur handschoenen om de knokkels te beschermen. Maar ondanks de dwangherinnering aan Holle Bolle Gijs' aansporing leidt het verwijderen van papier frequent tot een aanval van razernij.

Gisteren, na de zoveelste fietstocht door de buurt langs een aantal papierafvalbakken die tot hun kruin toe volgepropt waren, gebeurde iets waarmee Anton Pieck en zijn geesteskinderen absoluut geen rekening hebben gehouden. Tierend stond ik daar met m'n bundels. `Niks papier hier, dáár zul je bedoelen!' En in een woeste actie, alsof de gehele Efteling, inclusief de sultan op het vliegende tapijt en de dansende rode schoentjes, uit het geheugen moest worden gebannen, verdween de zorgvuldig opgebouwde verzameling in de afdeling restafval.