Maasproject is weggegooid geld

Op 4 februari 1999 verscheen er in de landelijke pers een paginagrote advertentie onder de fraaie kop `Onze plannen komen in een stroomversnelling'. Hierin werd opgeroepen tot Inspraak waar het de toekomst van de Zandmaas/Maasroute betrof. Boven de advertentie stond een aardige foto van de Maas met het mooie agrarische landschap langs zijn oevers. In een kader stond een fotootje van een roeiboot met een verkleumde `geredde' dame, omringd door vijf hulpverleners die tot net boven hun knieën door het water waadden. Ook is een huizenrij zichtbaar die 50 centimeter onder water staat.

De levens van de bewoners komen in gevaar

De foto geeft duidelijk aan wat er aan de hand is. Om de wateroverlast te beperken moet een fraai agrarisch landschap tegen de gigantische kosten van twee à drie miljard gulden vergraven worden.

In december 1993 en januari 1995 stond in Limburg een strook land van enkele kilometers breed onder water. Deze strook, het Maasdal, is het winterbed van de rivier. Er zijn enkele duizenden huizen gebouwd, waarvan de meeste hoogstens één meter onder water kunnen komen te staan. In 1993 hebben circa 5.600 huizen schade opgelopen door de wateroverlast. Alleen het winterbed zelf kan onder water komen te staan. Het is absoluut onmogelijk dat het water zich verspreidt naar het hogere land.

Naar aanleiding van de wateroverlast in Limburg van 1993 installeerde de regering de Commissie Watersnood Maas (Commissie Boertien-2). De naam van de Commissie was verkeerd. Onder watersnood verstaan we de ramp in Zeeland van 1953 toen er in één nacht 1.800 mensen omkwamen. Het is dan ook zeer terecht dat in het rapport van de Commissie nergens gesproken wordt over watersnood, maar alleen over wateroverlast.

De Commissie kwam tot de volgende aanbevelingen. Ten eerste moest er een bouwstop komen in het Maasdal. Ten tweede moest het Maasdal worden uitgediept en moesten kades worden aangelegd. De Commissie zegt uitdrukkelijk dat uitvoering van de werken er alleen maar toe leidt dat de huizen slechts eens in de 250 jaar zullen onderlopen. Dit betekent dat een bewoner van het Maasdal dan nog 30 procent kans zal hebben (de gemiddelde levensduur in Nederland is 75 jaar) dat zijn woning onder water komt te staan. Die kans blijft zo groot dat een weldenkend mens, die zijn huis immers ook verzekert tegen brand en beveiligt tegen inbraak, met de inrichting van zijn huis rekening houdt met mogelijke wateroverlast.

Erger is dat de uitvoering van de werken de levens van de bewoners van het dal in gevaar brengt. De Commissie benadrukt dit in haar rapport als volgt: ,,Nadat de kades zijn aangelegd, blijven waterstanden mogelijk die uitstijgen boven de kade en een overstroming en mogelijke doorbraken tot gevolg kunnen hebben. In dat geval zal het water binnenstromen, waarna vanwege het kleine oppervlak van het omkade gebied het water zeer snel zal stijgen. Er is weinig of geen tijd om te waarschuwen en het is niet langer uitgesloten dat er mensen verdrinken.''

De Commissie Boertien-2 meende dat de werken budgettair neutraal zouden kunnen worden uitgevoerd door de opbrengst van het uitgebaggerde zand en grind. Nu blijkt dat er echter geweldige kosten aan het project verbonden zijn. De kade-aanleg alleen al kostte minstens 200 miljoen gulden. Voor de werken in de smalle strook tussen het Julianakanaal en de grens (het project Grensmaas) is een bedrag begroot van 1,2 miljard gulden. Voor de werken tussen Roermond en Mook (het project Zandmaas) wordt een bedrag geschat van tussen de 800 miljoen en 2,3 miljard gulden. Dit hangt ervan af of men het meest eenvoudige plan of het meest dure plan uitvoert. Per woning worden er dus enkele honderdduizenden guldens uitgetrokken om de kans op wateroverlast te verminderen.

Natuurlijk kan het een psychische klap zijn als je huis enkele decimeters onder water loopt. Je bent echter niet verplicht in het Maasdal te wonen. Zeer veel Nederlanders uit achterstandswijken in de grote steden worden iedere dag geconfronteerd met slechte woonomstandigheden; zij hebben echter niet de middelen om te verhuizen. Bewoners van huizen langs de toekomstige Betuwelijn zullen ook iedere dag ernstig in hun woongenot geschaad worden. Voor hen worden ook geen honderdduizenden guldens per huis uitgetrokken om deze schade te beperken.

Er is bestuurskracht nodig om een geldverslindend plan af te blazen. Ook de ondertunneling van het Groene Hart voor de hogesnelheidslijn wordt door de rijksoverheid ter discussie gesteld. Wat voor deze ondertunneling geldt, geldt zeker voor de Maasprojecten. Het is beter de twee à drie miljard te gebruiken voor investeringen in de achterstandswijken, in schoolgebouwen of in menswaardige verpleeghuizen met enige privacy voor de oude medeburger, dan dit geld in het Maaswater te smijten.

Prof.dr. G.P. van de Ven is hoogleraar waterstaatsgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.