Jeanne Moreau

In een reeks profielen van eigentijdse sterren Jeanne Moreau, de enige Europese ster die in charisma en bandbreedte van haar oeuvre kan wedijveren met Marcello Mastroianni.

Kleine gastrolletjes, zoals in de proloog van Ever After, zouden Jeanne Moreau (Parijs, 23 januari 1928) eigenlijk in woede moeten doen ontsteken. De koningin van de naoorlogse Europese kunstfilm kende alleen haar gelijke in Marcello Mastroianni. Ze speelden samen in Antonioni's La notte (1961) en veel later, in 1991, in Angelopoulos' To meteoro vima tou pelargou/The Suspended Step of the Stork, letterlijk als twee mythen die elkaar op een donkere brug kruisen (maar niet herkennen).

Moreau was al zeven jaar een bekend toneelactrice en ster van een kleine twintig onopvallende films, toen ze in 1957 een heldin werd van de existentialistische generatie en van de nouvelle vague door de hoofdrol in L'ascenseur pour l'échafaud/Lift naar het schavot: jazz, regen, een keuze, doem. Louis Malle gaf zijn minnares opnieuw de hoofdrol in Les amants (1959), een schandaal, want Moreau speelde een masturberende en overspelige moeder.

Moreau is sexy op een niet voor de hand liggende manier: borsten, billen en benen zijn veel minder belangrijk dan de manier waarop ze een sigaret opsteekt. Nog steeds speelt ze mannenverslindsters, zij het soms met enige ironie.

Ze was getrouwd met regisseur William Friedkin, en minnares van onder veel meer Malle, Truffaut, Vadim; de favoriete actrice van ook nog eens Welles, Duras, Buñuel; degene die door een rolletje voor ze te spelen Blier en Téchiné hun eerste kansen gaf; die voor Fassbinder `Each Man Kills the Thing He Loves' zong in Querelle, die Wenders' dromen uit liet komen in Until the End of the World; tegenspeelster van Brigitte Bardot in Viva Maria!; heldin van Losey, Kazan, Demy; regisseur van twee respectabele speelfilms; presentator van de prijsuitreikingen in Cannes; voormalig voorzitter van het Franse filmfonds `Avance sur recettes'.

Ik heb de fout gemaakt Jeanne Moreau een keer te ontmoeten, bij de opening van het Haags Filmhuis zes jaar geleden. Ik mocht met haar eten, maar zij besloot wat ik en alle andere aanwezigen moesten nemen. Ze gebruikte me als voetveeg, was onhebbelijk, wandelende migraine. Ik dacht aan Catherine uit Jules et Jim, en aan het voornemen nooit meer een geliefde ster in het echt mee te maken. Mythen dient men op de brug voorbij te lopen.