`Ik kan nog door de ogen van een sporter kijken'

Oud-schaatser Leo Visser is de beoogde opvolger van Ard Schenk als chef de mission van de Nederlandse afvaardiging bij de Winterspelen. ,,Dat het al zo snel zou kunnen, had ik niet verwacht.''

Leo Visser, deelnemer aan twee Olympische Winterspelen, wil graag chef de mission worden, maar daarvoor heeft hij de toestemming en medewerking van zijn werkgever KLM nodig. Het lijkt onwaarschijnlijk dat uitgerekend de luchtvaartmaatschappij die meestal de Nederlandse olympiërs vervoert de benoeming van de oud-topschaatser zal dwarsbomen. ,,Ik heb in de eerste gesprekken nog geen indicatie gekregen dat het op bezwaren stuit'', zegt Visser optimistisch.

Visser was verrast toen hij anderhalve maand geleden werd gepolst of hij interesse had chef de mission te worden. ,,Ik had het er thuis wel eens over gehad welke functies in de sport leuk zouden zijn na mijn actieve loopbaan. Daar was die van chef de mission er één van. Maar dat het al zo snel zou kunnen, had ik niet verwacht. Ik ben nog niet zo heel lang geleden gestopt.'' Met zijn 33 jaar zal Visser de jongste chef de mission ooit zijn.

In zijn hoedanigheid als piloot zou hij in 2002 zijn eigen olympische ploeg vanuit Salt Lake City naar huis kunnen vliegen. Maar die opmerkelijke dubbelrol blijkt er niet in te zitten omdat Visser gezagvoerder is op een Boeing 737 en dat type vliegtuig is niet geschikt voor lange vluchten. ,,Ik kom er misschien de oceaan nog wel mee over, maar dan moet ik veel brandstof en geen passagiers aan boord hebben. Dan zou de olympische afvaardiging dus heel klein moeten zijn'', stelt Visser lachend.

Visser woonde gisteravond op sportcentrum Papendal de eerste vergadering bij van de nieuwe commissie Topsport van NOC*NSF. Hij maakt met andere oud-coryfeeën als Erik Breukink en Gerard Nijboer deel uit van dat adviesorgaan. ,,Het leek me een leuke functie'', zegt Visser, die ook al lid was van de vorige commissie. ,,Op deze manier blijf ik nauw betrokken bij de sport. Het is een goede zaak dat sporters in besturen plaatsnemen. We nemen onze eigen beleving mee en dat kan zijn voordelen hebben. Ik ben niet meer actief, maar nog steeds in staat door de ogen van de sporter te kijken.''

Ook als hij straks chef de mission wordt, blijft Visser in de commissie zitten. Zijn werkzaamheden zullen dan flink toenemen. ,,Ik heb zelf als olympisch deelnemer Wim Cornelis en Ard Schenk als chef de mission meegemaakt. De eerste keer ben je nog heel jong en gaat er veel langs je heen, maar in Albertville heb ik Ard aan het werk gezien. Hij is iemand die veel van schaatsen afweet en zich ook makkelijk in de kleedkamer kan bewegen. Natuurlijk is inmiddels de sfeer in de sport veranderd. Dus dat heeft ook effect op de chef de mission. Ik heb het voordeel dat ik er blanco tegenover sta. Ik heb al wat ideeën, maar ik ben niet te beroerd van anderen te leren.''

Visser, goed voor een zilveren en drie bronzen olympische medailles, stopte na Albertville '92. In vergelijking met toen zijn de tijden die tegenwoordig worden gereden van een andere dimensie. Visser: ,,Vroeger keek je bijvoorbeeld op de 1.500 meter naar hoeveel rijders er onder de twee minuten kwamen, nu is dat onder de 1.50. Als ik weer eens zo'n snelle tijd zie, vind ik dat ongelooflijk. Aan de andere kant weet je dat het door de klapschaats gewoon veel sneller gaat. Wij reden in 1986 al even op het eerste model van de klapschaats. Maar we vonden het niets. Het kon volgens ons niet bestaan dat we daar heel snel op zouden kunnen rijden.''

Hij heeft nu zelf klapschaatsen aangeschaft. ,,Ik wilde een idee krijgen hoe het voelde. De eerste keer was het heel raar. Ik kan me voorstellen dat sommige schaatsers tijd nodig hebben voordat ze echt gewend zijn. Je hebt een andere coördinatie nodig.''

Visser volgde de afgelopen jaren met bezorgdheid het Nederlandse mannenschaatsen, maar weigert zijn mening te geven over zaken als commercialisering en het beleid van de schaatsbond. ,,Die is absoluut onbelangrijk'', stelt hij. Visser was een van de Nederlandse schaatsers die voor een commercieel avontuur kozen en hij werd vervolgens in 1989 Europees- en wereldkampioen. Visser spreekt geen voorkeur uit voor privé- of kernploegen. ,,Mij is het om het even'', stelt de oud-kampioen. ,,Als problemen maar worden opgelost en de bond en schaatsers tevreden zijn. Zo lang er wordt gerollebold gaat dat ten koste van de prestaties. Het is van groot belang dat het traject op weg naar Salt Lake City goed wordt afgelegd.''

Als terzake deskundige chef de mission zou Visser kunnen bemiddelen tussen de schaatsbond en de commerciële ploegen. ,,Daar ben ik best toe bereid. Maar dan moet dat op verzoek van alle partijen gebeuren. Ik ga niet mijn vinger opsteken en mijn mening geven, dat is zinloos.''

    • Hans Klippus