Grolsch kiest voor bescheiden rol

De kantoortjes in China en Brazilië zijn verlaten, de huur is opgezegd, de verkenners zijn weer terug in Enschede. Mooie markten, weten ze nu in Twente, China is straks zelfs 's werelds grootste. Maar Grolsch doet niet meer mee. Zelfs het verkennen van de Chinese metropolen kost al een paar miljoen per jaar. En voorlopig maakt niemand er winst, ook Anheuser-Busch en Heineken niet, de twee grootste bierbrouwers ter wereld.

Heineken, bijna dertig keer zo groot als de Twentse brouwer, wil de hele wereld veroveren en Grolsch probeerde dat de grote broer na te doen. Maar na mislukte avonturen met eigen brouwerijen in Duitsland, Engeland en Polen is Grolsch nu weer terug bij af. Grolsch richt zich voortaan op allianties met sterke partners voor de distributie en op de export naar volwassen markten. De landen dus die weten wat bier is, al veel pils drinken en daarom interesse hebben in een Hollands premium-merk in die leuke beugelfles.

Het is een bescheiden ambitie: groeien in de Verenigde Staten en Engeland met hulp van Seagram (dranken, films en muziek) en Bass (de op één na grootste Engelse brouwer). ,,We hoeven niet meer naar vijftig of zestig landen te exporteren'', zei bestuursvoorzitter Jacques Troch gisteren bij de presentatie van de jaarcijfers in de Grolsch-zaal van de Amsterdam Arena. (Grolsch is een van de hoofdsponsors.)

Grolsch richt zich verder op Canada, Australië en Nieuw Zeeland, op Polen en Frankrijk. De veelbelovende export naar Rusland, tot halverwege vorig jaar nog voor 15 procent van het totaal, is stil komen te liggen. De kans dat ook daar het kantoortje dicht moet is groter dan de kans dat de Russische markt zich herstelt.

In Nederland is de markt stabiel, legde Troch uit. We drinken wat meer als het een mooie zomer is en wat minder als het, zoals in 1998, nat en koud is. In Nederland zijn ook de marktaandelen stabiel. De Heineken-brouwerij is de grootste, Heineken, Amstel en Brand hebben samen een marktaandeel van 50 procent. Grolsch is het op een na grootste merk en vooral sterk in het `thuisverbruik'-kanaal.

De lichte winstgroei die Grolsch gisteren presenteerde – de winst uit gewone bedrijfsvoering steeg van 50,2 naar 50,3 miljoen gulden bij een met 5 procent gedaalde omzet van 544 miljoen gulden – was te danken aan lagere grondstofprijzen en een stijgend aandeel van de speciaalbieren. Het herfstbier Bariton, het eindejaarsbier Finale en het lichte bier 2.5 hebben betere marges dan gewoon pils. Ook omdat Grolsch het de afgelopen zes jaar niet aandurfde de prijs van een kratje pils te verhogen. Pas per 1 december vorig jaar werd het pils 3 procent duurder, van ruim 19 gulden per krat naar tegen de 20 gulden.

De afgelopen jaren moesten de margeverbeteringen komen van lagere grondstofprijzen en een efficiëntere bedrijfsvoering. Met een solvabiliteit van 55 procent, 100 miljoen gulden in kas en een kasstroom van bijna 100 miljoen gulden, heeft Grolsch volgens topman Troch geld genoeg om de komende jaren voor 300 miljoen gulden een nieuwe brouwerij te bouwen. Die moet de twee in Enschede en Groenlo vervangen. Dat moet na 2002 dan weer 15 miljoen gulden per jaar aan besparingen opleveren.

Volgend jaar en de komende jaren mikt Grolsch op een jaarlijkse stijging van de winst per aandeel van 5 tot 7 procent, een bescheiden doelstelling die waarschijnlijk niet tot plotseling enthousiasme op de beurs zal leiden. Vorig jaar leidde de overnamepoging door het Belgische Interbrew (Dommelsch, Oranjeboom) in de zomer tot een tijdelijke opleving op de beurs, maar sindsdien is er weinig gebeurd met het aandeel. Gisteren, na bekendmaking van de cijfers, daalde de koers zelfs met 3,4 procent.

Nu de brouwer binnenkort ook nog zijn status kwijtraakt als Midkap-fonds, dreigt op het Damrak de vergetelheid. Als de koers de komende jaren stagneert, wordt Grolsch relatief goedkoper als overnamekandidaat.