Eerste consult

`Wil je naar Ulrike kijken?' vroeg Charles. Hij sprak zachtjes, keek verlegen en zocht hoe te beginnen. Het was een winteravond diep in de jaren zestig. Ik was nog medisch student en huurde een kamer op de bovenetage van een ruim oud huis in de Nachtegaalstraat. Charles huurde er ook. Hij was een knappe slanke jongen van twintig, had een bleek gelaat, een zwart snorretje en zwarte, achterovergekamde haren, type Valentino.

,,Ulrike?'', vroeg ik.

,,Mijn vriendin'', grijnsde hij, ,,met de vorige is het uit.''

Met vele vorigen was het al uit. Een liefde op zijn zeventiende en een vijf jaar oudere verpleegster waren er de oorzaak van. Zichtbaar gelukkig liep hij naast haar te stappen door de stad. Maar vijf jaar verschil is veel voor zeventien, het kon niet duren. Na een half jaar brak zij voor een ander. Charles was verbijsterd. Hij kon niet vatten dat het voorbij was, bleef weg van zijn werk, lag dagen op bed en werd voor het eerst dronken. De hospita beneden leefde zinderend met hem mee. Ze hield me een keer op de trap staande en zei geheimzinnig: ,,Misschien heeft hij zich wel aan haar gegeven.''

Charles werd ontslagen uit zijn bureaubaan en stortte zich in eendagsliefdes. Hij werd leidekker op kerkdaken, schouwde vaak in de diepte en zuchtte. Tijdens een storm sloeg hij aan een lier hangend tegen de wijzerplaat. Hij brak zijn pols en kwam weer bij zinnen. Hij oberde nu bij de spoorwegen en ontmoette daar Ulrike, een Duitse baanwerkster uit Duisburg.

,,Deze is definitief, een tijdje al'', zei hij tegen mij. Ze lag ziek op zijn kamer, had hoofdpijn, moest braken en slikte maar aspirine. ,,Ze is, eh, je-weet-wel.'' Hij keek mij hulpeloos aan, maar `je-weet-wel' was aan mij niet besteed. Ik was zelf nog jong, kuis en onervaren.

,,Zwanger'', zei hij. ,,Zes maanden al, eh, zegt ze.'' Ze gingen gauw trouwen. ,,Kan jij niet even komen kijken?'' vroeg hij. ,,Dat braken en die aspirine, riskant.''

Ik ging met hem mee. Op zijn kamer lag een jonge vrouw, vlezig en grauw, met het gruis van het Roergebied in haar poriën. Ze las een beeldroman, drukte haar sigaret uit en keek me aanhalig aan. ,,Mein Bauch'', zei ze en ze trok een pijnlijk gezicht. Ik keek en ik voelde en ik trok de wenkbrauwen op zoals de professor mij geleerd had. De buik was plat als een schelp. Ik dekte haar weer toe.

,,Zij is niet in verwachting'', zei ik met de waan van het studieboek in mijn hoofd. ,,Ik geloof je niet'', antwoordde hij, ,,ze voelt het toch zelf? Eh, we gaan toch trouwen.'' Hij klonk al minder zeker en sloot de deur.

Mijn eerste consult had een ruïneuze uitwerking. Ze kregen hooglopende ruzie. Hij schold haar uit voor `scheinschwangere Kuh'. De relatie was stuk. ,,Bedankt'', zei hij tegen mij.

Korte tijd later ontmoette hij de verpleegster weer, zijn eerste liefde. Ze trouwden halsoverkop, bang dat het te laat was. Maar het paste niet meer. Ze gingen voor de tweede keer uit elkaar. Nu definitief.