ECB: euro kost banen in banksector

De bancaire sector in de EU staat door de komst van de euro voor een ingrijpend veranderingsproces. Omdat er overcapaciteit bestaat op de bankenmarkt, zal er een verdere concentratie en rationalisering plaatsvinden die ten koste gaat van het aantal banen.

Dit schrijft de Europese Centrale Bank in een onderzoek naar de `mogelijke effecten van de Economische en Monetaire Unie op de Europese banksystemen op de middellange en lange termijn'. Volgens de ECB zijn er vijf ontwikkelingen te onderscheiden die de banksector raken.

Omdat de inkomsten van de interne valutahandel met de komst van de euro wegvallen, zullen banken hun activiteiten in de geld- en effectenhandel uitbreiden om zo het verlies aan inkomen te compenseren. Met name een relatieve teruggang van de uitstaande overheidsobligaties zal op de financiële markt ruimte scheppen voor andersoortige (bedrijfs-)obligaties. Spaarders die traditioneel hun geld bij banken stallen, zullen door de lage rente andere vormen van sparen of beleggen zoeken, hetgeen de deposito's bij banken onder druk zet.

De komst van de EMU werkt volgens de ECB als een katalysator voor ontwikkelingen die al aan de gang waren, met name liberalisering, het wegvallen van traditionele banktaken en technologische veranderingen. Volgens de ECB zal het proces waarin de overcapaciteit op de Europese bankenmarkt wordt teruggebracht, versnellen. Dit zal gepaard gaan met het teruglopen van de hoeveelheid personeel en het aantal bankkantoren. De concurrentie zal verder toenemen, en de winstgevendheid van banken zal onder druk komen, waardoor de tendens naar internationalisering en geografische spreiding wordt versterkt.

Kredietrisico's die banken lopen zullen volgens de ECB teruglopen door de positieve effecten van de EMU op de economie en ook risico's op de valutamarkt en de rentemarkten zullen kleiner kunnen zijn dan voorheen. Maar banken zullen daarentegen wel meer risico's willen nemen om hun winstgevendheid op peil te houden. De ECB waarschuwt dat sommige banken door teruglopende resultaten hun toevlucht kunnen nemen tot riskante strategieën, bijvoorbeeld als zij met kortetermijnbeleid te veel tegemoet willen komen aan de belangen van hun aandeelhouders.

De ECB merkt op niet in te kunnen schatten in hoeverre de recente golf van bankfusies en overnames in de Europese Unie in direct verband kan worden gebracht met de komst van de euro. Ook in de Verenigde Staten vindt er op dit moment zo'n fusiegolf plaats. Hoewel de meeste fusies en overnames in de euro-zone op nationale schaal plaatsvinden, sluit de ECB niet uit dat veel van deze fusies bedoeld zijn door banken om massa op te bouwen waarmee grensoverschrijdende fusies en overnames mogelijk worden. De geringe concentratie in de banksector van de Europese Unie geeft daar ruimte voor. Alleen in de kleinere EU-landen, zoals de Scandinavische landen, Nederland en bijvoorbeeld ook Portugal, heeft een beperkt aantal banken het grootste deel van de markt in handen. In Duitsland is de concentratie het minst ver gevorderd, en is nog veel ruimte voor verdere consolidering van de sector.

De ECB heeft formeel geen toezichthoudende taak. Het bankentoezicht in de EU vindt nog steeds op nationaal niveau plaats. Wel werkten de nationale toezichthouders aan de ECB-studie mee. Het rapport waarschuwt dat, bij alle veranderingen die de banksector doormaakt, de toezichthouders juist nu extra waakzaam moeten zijn.

Correctie:

In de krant van woensdag 10 februari werd, in een grafiek over de concentratiegraad

van banken in de EU, Denemarken ten onrechte tweemaal vermeld, waarvan éénmaal

op de laatste positie. Op die laatste positie had Duitsland moeten staan,

waar de concentratiegraad van banken het laagste is van de EU. In de krant van 13 februari 1999, op pagina 19 staat de juiste grafiek.