Bettie van Haaster grijpt hoog

Bettie van Haaster (1957) maakt schilderijen zonder voorstelling, zonder ruimte, zonder kleur zelfs bijna – kortom zonder iets wat ook maar enigszins zou kunnen behagen. Het weinige aan kleur dat er is, is een zeer kwetsbaar zachtgeel, ingebed in nuances van wit en grijs. De formaten van haar doeken zijn klein, ongeveer 25 bij 35 centimeter. Het lijkt erop dat Van Haaster er alles aan doet om het zichzelf, en de beschouwer, zo moeilijk mogelijk te maken. Bij De Pont is een reeks van deze min of meer monochrome doekjes te zien, ontstaan in de afgelopen paar jaar.

Tien jaar geleden won Van Haaster de Prix de Rome voor de schilderkunst. In De Pont zijn ook enkele van deze oudere schilderijtjes aanwezig. De overeenkomsten met het recente werk zijn groot, maar er zijn verschillen. Het geel is dieper en warmer, er is een duidelijker contrastwerking met donkergrijs en zwart, en, het belangrijkste verschil, er worden in de verf beelden zichtbaar van weilanden met sloten, bruggen, wegen: een Hollands landschap bezien in vogelvluchtperspectief. De kleine formaten nodigen ertoe uit om er met de neus boven op te gaan staan. Des te verrassender is het wanneer zich van een afstand voor de beschouwer een wijdse ruimte ontvouwt.

Maar deze landschappen zijn nu verdwenen, evenals het sensuele, naar oranje neigende geel. Er voor in de plaats kwam een soort close ups van verf, die ook van een afstand bezien geen herkenbaar beeld prijsgeven. Wie zo schildert grijpt hoog, want deze schilder moet de verf zó overtuigend behandelen, zijn techniek zó meester zijn, dat er toch leven en licht komen in het schilderij. Dit lukt Van Haaster maar een heel enkele keer.

Zij brengt dik en nat-in-nat de tinten grijs, gebroken wit en geel op, mengt ze gedeeltelijk op het doek, zet ze tegen elkaar af en zoekt zo, al tastend, naar een structuur of een patroon. Soms ontstaat er iets dat doet denken aan een spinnenweb of aan een boom – meer niet. De weerbarstige verfmassa balanceert steeds gevaarlijk op de grens van een amorfe drab. De verbetenheid die uit dit alles spreekt en de moed om geen enkele concessie te doen, dwingen wel respect af, maar echt bevredigend is het resultaat van dit geworstel lang niet altijd. Je kan jezelf als kunstenaar een moeilijke taak stellen, maar dit betekent niet automatisch dat het werk dat er uit voortkomt goed is.

Al dit moeizame geworstel is juist totaal afwezig in de tekeningen en plaksels van Van Haaster. Mooi zijn de tekeningen van een zieke hond. Het zijn gevoelige, fijne lijntekeningen, expressief en tegelijk uiterst sober, gedaan in een heel eigen, tegendraadse stijl. Verder vervaardigt Van Haaster een soort vlechtwerkjes van gekleurde repen papier, ongeveer zoals de vlechtmatjes van kinderen op de kleuterschool. Horizontale strips in zachtoranje, geel, roze en blauw raken halverwege het blad papier verweven met verticale strips. Ze noemt zo'n plakwerk Plattegrond, of Schuur. Soms speelt de witte ruimte van het papier tussen de strips mee in dit vlechtwerk. De openheid en onbevangenheid van deze bladen, de kinderlijke vreugde die eruit spreekt, zijn ontroerend.

Bettie van Haaster: schilderijen en tekeningen. De Pont, stichting voor hedendaagse kunst. Wilhelminapark 1, Tilburg. T/m 16 mei. Di t/m zo 11-17u.