Vrije schoppen

In een fikse poging het spelbederf in de voetbalsport te beteugelen heeft kenner C. de Widt uit Capelle aan den IJssel mij een kordate brief geschreven. Met als achterliggend doel de spelvreugde voor spelers en publiek te vergroten, heeft hij het volgende bedacht:

1. Aan de bestaande `belijning' van de speelvelden worden vier cirkels toegevoegd, die een diameter hebben welke gelijk is aan die van de middencirkel (dus met een straal van 9.15 m en als middelpunt de vier reeds gemarkeerde hoekpunten van de beide zestien-metergebieden.

2. De spelregels dienen dusdanig te worden gewijzigd dat alle vrije schoppen (directe zowel als indirecte) genomen worden vanaf een van die vier nieuwe stippen, op de speelhelft waarop de overtreding is begaan.

Als grote voordelen ziet de heer De Widt onder meer, dat de plaats waar de vrije schoppen moeten worden genomen niet langer ter discussie staat. Geen misverstanden, geen gesmokkel van meters verder, geen geruk en gepluk aan elkaars lichaam. Evenmin verkeerde schattingen van bal tot muur, want alleen de nemer van de vrije schop mag de cirkel betreden totdat de bal ten minste één omwenteling heeft gemaakt.

Een gevolg is ook dat de keeper meer kans krijgt om succesvol in te grijpen omdat hij minder door spelers in zijn buurt wordt gehinderd. Ook wordt de geluksfactor kleiner dat de bal via een lichaamsdeel van richting verandert. De bal blindelings in de muur rammen onder het motto `God zegen de greep' heeft weinig zin meer. Mijn briefschrijver stelt verder voor om een groene kaart in te voeren, wegens herhaald te vroeg inlopen na het fluitsignaal, of opzettelijk spelbederf zoals vasthouden in de muur. Tweemaal groen wordt geel, tweemaal geel is al rood en tweemaal groen plus geel is al evenzeer rood.

Ik weet niet, of dít een verbetering zou zijn. Je moet oppassen dat er niet te veel kaarten komen. Twee soorten is wellicht genoeg. Maar overigens lijkt bovenstaand idee van die veteraan uit Capelle de moeite van het onderzoeken waard.