Vissen met Finnen

Uit mijn raamplaats in het vliegtuig zie ik het al: in Finland is nog ruimte genoeg. Tien keer Nederland, 5 miljoen inwoners. Geen wonder dat hier praktisch iedereen zijn eigen buitenhuisje met sauna en uitzicht op eigen meer heeft. Een authentieke sauna heeft een houtkachel zonder afvoer, die de saunaklant rookt als een vis.

Waar ik 30 jaar geleden eerder nog veel openbare dronkenschap zag, zijn de Finnen nu een serieus, arbeidzaam volkje geworden dat de grote afstanden bij voorkeur overbrugt met de mobiele Nokia-telefoon. De helft van de bevolking heeft er een, en in de lange winteravond surft een derde der Finnen bovendien op het internet. Beide verworvenheden zijn nergens zo ingeburgerd als in Finland.

Ondanks al die telefoons en dat internet-gechat zijn de Finnen een zwijgzaam volkje. Verontschuldigend zegt mijn gastheer dat Finnen bij wijze van gezelligheid graag met elkaar uit eten gaan, zonder op zo'n avond meer dan een tiental woorden met elkaar te wisselen. Vriendschap heeft hier geen verbale bevestiging nodig.

Fouten maken in contacten met buitenlanders is voor de Finnen onvergeeflijk. Ze zijn de eersten om te erkennen dat ze geen sociale vaardigheden hebben, en dus geen charme of humor in de strijd kunnen werpen bij wijze van verontschuldiging voor eventuele tekortkomingen. Het enige alternatief is om niet tekort te schieten.

Mijn gastheer is landelijk kampioen 1994 zalm vangen met een exemplaar van 21 kilo. Er hangt een meer dan levensgrote foto van het monster op zijn kantoor. Hij neemt me mee naar zijn meer en legt me uit dat vis vangen geen kwestie van geluk is, maar uitsluitend van vakmanschap. Ik krijg een beginnershengel die miezerig afsteekt bij zijn Rolls Royce – en haal tot mijn verbazing binnen tien minuten een stevige snoek uit het water. Dat is nog eens wat anders dan de scholletjes die in Terschelling wel eens aan mijn paternoster blijven hangen.

Mijn gastheer inspecteert misnoegd mijn snoek en zijn wens fatsoenlijk gastheer te blijven verliest het van zijn gekwetste vakmanschap. Deze snoek was niet de bedoeling. ,,Binnen een kwartier vang ik een grotere'', bijt hij me toe en verbeten werpt hij zijn blinker met een meesterworp wel 50 meter ver. Maar bijten willen ze verder niet meer. Als de zon onder is, gaan we zwijgend huiswaarts.

's Avonds is er weer de Finse zwijgzaamheid. Maar gezellig is het ineens niet meer.

    • Marcel van den Broecke