Twist Canada en VS over `cultuur'

Een Canadees wetsvoorstel tot bescherming van de advertentiemarkt dreigt de handelsrelatie met de VS grondig te verstoren. Washington wil een trend van `cultureel protectionisme' in de kiem smoren.

Vergeleken bij de totale omvang van de handel tussen Canada en de Verenigde Staten, is de Canadese markt voor advertenties in tijdschriften te verwaarlozen. Dagelijks gaat voor ruim een miljard dollar aan goederen en diensten de grens over. Het Amerikaanse belang in de advertentiemarkt van bladen in Canada is slechts goed voor een paar uurtjes handel per jaar.

Toch dreigt uitgerekend een geschil over advertenties in tijdschriften de grootste bilaterale handelsrelatie ter wereld te verstoren. Washington dreigt naar schatting vier miljard dollar aan Canadese exportproducten als hout, staal, textiel en plastic te weren, als Ottawa deze week niet afziet van een wet die Canadese tijdschriften moet beschermen tegen concurrentie van Amerikaanse.

Aanleiding tot de dreigende handelsoorlog is een wetsontwerp van de Canadese minister van Cultuur, Sheila Copps. De `Foreign Publishers Advertising Services Act' verbiedt Canadese bedrijven te adverteren in Canadese edities van Amerikaanse tijdschriften. Dergelijke edities, zogeheten split-run magazines, vormen voor Amerikaanse uitgevers een goedkope bijverdienste in Canada. Ze bevatten weinig Canadese redactionele inhoud, maar kapen met hun lage advertentietarieven wel inkomsten weg bij Canadese bladen.

Oneerlijke concurrentie, meent Copps. Haar wetsvoorstel, dat morgen moet worden aangenomen door het Lagerhuis in Ottawa, is erop gericht de advertentiemarkt in Canada aan eigen uitgevers voor te behouden. Zo wil ze de levensvatbaarheid van binnenlandse bladen waarborgen, en culturele overheersing door de VS tegengaan.

,,Als onze handelsrelatie inderdaad de beste ter wereld is'', zei Gordon Giffin, ambassadeur van de VS in Ottawa, dan is het ,,nogal verbluffend dat Canada zover gaat het een misdrijf te maken te adverteren in een Amerikaans blad.'' Maar ook het Amerikaanse dreigement met sanctiemaatregelen ter waarde van vier miljard dollar wordt beschouwd als excessief.

Waarnemers zien er een aanwijzing in dat Copps een gevoelige snaar heeft geraakt in de VS. Dat het de Amerikanen niet alleen te doen is om hun aandeel in de Canadese advertentiemarkt, maar ook om de wereld te laten zien dat ze een trend tot 'cultureel protectionisme' tegen Amerikaanse multinationals in de kiem willen smoren. ,,De VS zijn zich bewust van de wereldwijde gevolgen van Canadees beleid'', aldus Christopher Sands, directeur van de werkgroep Canada van het Centrum voor Strategische en Internationale Studies in Washington. ,,Succesvol Canadees protectionisme kan een model vormen voor andere landen die aan Amerikaanse tegenmaatregelen willen ontkomen. Washington meent dat Canada tot voorbeeld moet worden gemaakt om andere culturele protectionisten in de wereld af te schrikken.''

Wat Washington betreft staat de vrijheid op het spel van de Amerikaanse media-, informatie- en amusementsbranche om de wereldmarkt verder de veroveren. Die branche (o.a.Microsoft, Time Warner en Walt Disney) heeft een enorm potentieel en is na vliegtuigbouw de grootste exportsector van de VS.

Voor Ottawa is het een principekwestie. De Canadezen bedongen elf jaar geleden een uitzondering voor de kwetsbare binnenlandse culturele sector in hun vrijhandelsverdrag met de VS, dat later met Mexico werd uitgebreid tot het Noord-Amerikaans Vrijhandelsakkoord (NAFTA). Tijdschriften uit de VS hebben de helft van de Canadese bladenmarkt in handen; behoud van binnenlands aandeel is volgens premier Jean Chrétien een zaak van ,,onze nationale identiteit''.

Toch denkt niet iedereen in Canada daar hetzelfde over. Bedrijven in de beoogde sectoren zijn geschrokken van de Amerikaanse dreigementen en hebben het Canadese kabinet gesmeekt het wetsvoorstel te laten varen. ,,Er moet een minder kostbare manier zijn dan een handelsoorlog'', betoogde de grote staalproducent Dofasco. Een Lagerhuislid van de oppositie verweet de regering dat ,,ze de economie van het hele land in gevaar brengt''.

Copps wil echter niet toegeven. Volgens haar zijn sancties van de VS in strijd met internationale handelsregels, omdat haar wet niet is gericht op tijdschriften, maar op advertenties. Noch NAFTA, noch verdragen onder de Wereldhandelsorganisatie (WTO) bevatten daar specifieke voorschriften over. ,,We gaan ons cultureel beleid niet laten dicteren door de Amerikanen'', aldus Copps. Washington heeft daar tegenin gebracht dat de Canadezen via de achterdeur proberen te ontkomen aan een uitspraak van een WTO-panel in hun nadeel. Een Canadese wet die split-run edities bestreed met een accijns van tachtig procent, werd in 1997 onrechtmatig verklaard. In de ogen van de VS probeert Canada de uitspraak nu te omzeilen. Volgens de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Barshefsky moet Canada ,,ermee leven een arbitragezaak verloren te hebben''.

Naleving van de morgen door het parlement goed te keuren wet kan nog even worden uitgesteld. Gebeurt dat niet, dan stevenen de twee landen af op hun ernstigste handelsconfrontatie sinds de jaren tachtig.