Trainers moeten trainen, niet praten

President Ronald Reagan kon bij zijn aanhang geen kwaad doen, omdat hij de Amerikanen zekerheid verschafte over hun militaire kracht en stoere mannentaal combineerde met een ontspannen manier van regeren. Dat er grote lacunes in zijn kennis van de internationale politiek zaten deed er niet veel toe. Zijn gaffes vertederden zijn kiezers en deden nauwelijks afbreuk aan zijn reusachtige populariteit. Die populariteit hield zelfs stand na de onthulling (jaren na zijn presidentschap) dat Reagan vaak geen belangrijke beslissing kon nemen zonder eerst de astrologe Joan Quigley te raadplegen. De vrouw woonde volgens de biografe Kitty Kelley in 1987 zelfs een aantal maanden in het Witte Huis om te waarschuwen voor boosaardige bewegingen van ongunstig gesternte. Reagan hechtte geloof aan de bewering dat die bewegingen het gevaar voor impeachment of moordaanslagen vergrootten. Zijn aanhang had daar helemaal geen moeite mee. Er werd om gelachen, er werden ook wel grappen over gemaakt, maar het werd toch alleen gezien als een bewijs van Ronnie's innemende zonderlingheid.

De Engelse voetbalcoach Glenn Hoddle is vorige week voor heel wat minder excentriciteit naar huis gestuurd. Hoddle zweert in zijn training bij de psychologische begeleiding van een gebedsgenezeres (een Engelse versie-Ted Troost) en hij gelooft in reïncarnatie. Dat is meer dan de Engelse voetbalwereld kan verdragen. Hoddle heeft zijn congé gekregen, niet op grond van de prestaties van zijn elftal, maar omdat hij in een vraaggesprek met The Times uitspraken heeft gedaan die volgens zijn werkgever beledigend zijn geweest voor een deel van de bevolking. Als Hoddle had gezegd dat het Engelse voetbal gedoemd is de aansluiting met de wereld te missen, omdat Engelse voetballers minder verstand hebben dan Franse of Italiaanse spelers, dan zou hij waarschijnlijk lang niet zoveel opzien gebaard hebben. Maar Hoddle liet zich door de Times-interviewer uit zijn tent lokken door over reïncarnatie te praten en te suggereren dat lichamelijk gehandicapte mensen moeten boeten voor zonden die ze in een vorig leven begaan hebben. De halve voetbalwereld viel over hem heen en zijn bazen verklaarden, onder de druk van kwaadaardige e-mail en politieke protesten, dat Hoddle's positie onhoudbaar was geworden. Zelfs premier Tony Blair, een fan van de trainer, mengde zich in het koor van verontwaardigde woordvoerders van kerken, organisaties van hulpverleners, sportcolumnisten, hoofdartikelenschrijvers. Geen banvloek bleef de trainer bespaard, zelfs niet van de krant waarin hij zo onverstandig was geweest zijn extraterritoriale opvattingen uit te dragen. Peter Stothard, de hoofdredacteur van The Times, begaf zich daarvoor zelfs buiten zijn burcht om op de televisie te verklaren dat zijn krant de uitspraken van de trainer nauwkeurig en letterlijk had weergegeven. Hij gaf de trainer nog een trap na door hem als een draaier te kwalificeren. Hoddle betwistte in een verklaring niet de letterlijkheid, wel de ordening van het interview.

Genuanceerde meningen over de kwestie-Hoddle zijn in de snel opgewonden Engelse pers ver in de minderheid. Een van de weinige uitzonderingen is de Ierse international Nigel Quinn, die in The Guardian wekelijks intelligente dingen over voetbal schrijft. In zijn rubriek van afgelopen woensdag liet hij zich waarderend uit over het profijt dat vele voetballers van Hoddle's psychologische methode hebben getrokken, maar ook over de compassie waarmee hij zijn werk doet. Volgens Quinn, die zelf voor Sunderland speelt en de ontslagen trainer nog van het veld kent, is Hoddle een integere mentor, die niet alleen op, maar ook buiten het veld in het wel en wee van de spelers is geïnteresseerd. Een andere voetballer herinnerde er op de televisie aan dat Hoddle zich in Moldavië het lot van een tehuis van lichamelijk gehandicapte meisjes had aangetrokken en met hulp van zijn spelers en de voetbalbond een groot bedrag had gedoneerd.

Het zou te ver gaan om te beweren dat het sop de kool niet waard is. De uitspraken die de trainer van het Engelse elftal de kop hebben gekost zijn bizar en stom en het is begrijpelijk dat velen zich daaraan gestoten hebben. Zulke vertogen van een voetbaltrainer zijn volkomen overbodig. Voetbaltrainers zijn geen filosofen of zielzorgers en ze worden niet betaald om in hun vrije tijd `de mens achter de voetballer' te begeleiden. Wie geïnteresseerd is in de leer van de wedergeboorte moet bij een theoloog zijn, niet bij een trainer.

Dat neemt niet weg dat een groot deel van de opwinding over de aanstootgevende uitlatingen van Glenn Hoddle valse ondertonen heeft en de hypocrisie illustreert waaraan de Engelse media zich te buiten zijn gegaan. Trainers krijgen veel meer aandacht dan ze waard zijn. Sommigen praten ook veel meer dan ze wijs zijn, geestige uitzonderingen als Van Hanegem en de voormalige trainer Cruyff niet te na gesproken. Johan Cruyff heeft het meest probate verweer tegen alle overdadige aandacht voor trainers bedacht. Hij heeft een eigen taal gevormd waar geen enkele ondervrager vat op heeft.

Niet alle trainers zijn natuurtalenten à la Cruyff. De meeste voetbaltrainers weten geen raad met het moderne mediacircus en laten zich gedwee meeslepen in de onverzadigbare behoefte van de media aan human interest-gekeuvel en pseudo-nieuws. In die niet door hen zelf bedachte, maar hun door de media opgedrongen rol lopen ze gemakkelijk de kans buiten hun vertrouwde gebied de weg kwijt te raken. Ze moeten daaruit de lering trekken dat ze zich moeten beperken tot voetbalwijsheden, tenzij ze de cabaretschool hebben doorlopen, zoals Beenhakker, of een genie zijn als Cruyff. Ze doen er nog beter aan camera's geheel te mijden en het spreken aan de aanvoerder van hun team over te laten. Nog beter zou zijn nooit meer persconferenties te geven, zodat de media op hun eigen oordeel en hun eigen inspanningen zijn aangewezen.