`Soberheid heeft een grens'

Het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers heeft een moeilijk jaar achter de rug, zegt de nieuwe algemeen directeur Erry Stoové. ,,We hebben alles uit de kast getrokken.'' En het einde is nog niet zicht.

De organisatie van Erry Stoové, de nieuwe algemeen-directeur van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), heeft een moeilijk jaar achter de rug. De zoektocht naar extra opvang was uitputtend; de weerstand tegen de komst van tweeduizend asielzoekers in een flatgebouw in Venlo kwam onverwachts. De opvang van in de herfst toegestroomde asielzoekers vergde veel; de verkoop van voormalig blindeninstituut De Steffenberg aan welgestelde Vughtenaren was een klap in het gezicht. En vorige week keerde de Groningse burgemeester en voormalig PvdA-fractievoorzitter J. Wallage zich tegen de komst van een asielzoekerscentrum tegenover een nog te bouwen villawijk.

Stoové zegt verbaasd te zijn over de ,,snelle ommezwaai'' van de voormalige PvdA-fractievoorzitter. ,,Eerst stond het algemeen belang voorop, nu is het zakelijke belang van de gemeente belangrijk.'' Onjuist, vindt hij. ,,Gemeenten zouden, net als onze organisatie, geen nee mogen zeggen.'' Wallages uitlatingen zouden daarnaast het al moeizame debat over de opvang van asielzoekers verkeerd beïnvloeden. Stoové: ,,Hij had dit niet moeten zeggen.'' Bovendien vraagt de COA-directeur zich af of de waarde van een huis daalt bij de komst van een opvangcentrum. ,,Dat is niet bewezen. De uitspraken van Wallage neigen dan ook tot self-fulfilling prophecy.''

De directeur is nieuw, maar is geen nieuwkomer in het COA. Stoové trad in 1995 in dienst als directeur uitvoering. Al snel werd hij geconfronteerd met een daling van het aantal asielzoekers. Van zijn hand is het plan om COA-personeel te laten afvloeien en leegkomende asielzoekerscentra voor de opvang van daklozen te gebruiken. Zijn plan zou uiteindelijk in een la belanden. Het aantal asielzoekers begon in 1997 alras op te lopen.

Stoové noemt 1998 een ,,tropenjaar''. Er kwamen 15.000 extra opvangplaatsen voor asielzoekers bij. ,,We hebben alles uit de kast getrokken. En we hebben van onze fouten geleerd. We moeten voortaan, om tijd te winnen, niet op één paard wedden, maar meer locaties tegelijk bekijken.'' De zoektocht naar opvangplaatsen verliep overigens niet altijd vlekkeloos - zoals bij de mislukte aankoop van het voormalige blindeninstituut De Steffenberg in Vught. Negen welgestelde inwoners kochten het pand voor de neus van het COA weg. Een uitzondering, zegt Stoové.

Beschuldigingen van burgemeester G. de Graaf van Vught als zou het COA de optie hebben laten verlopen, wijst Stoové van de hand. ,,Halverwege september gaf de verkoper ons een optie tot 30 oktober. Dat was te kort tijd. Op 16 november stuurde hij ons een conceptcontract en liet daarin de termijn open. Daarmee trad volgens ons een nieuwe onderhandelingsovereenkomst in werking.'' Maar de negen Vughtenaren waren het COA voor. ,,We kunnen de marktpartij aanklagen wegens het schenden van goede trouw. Maar worden we daar één bed rijker van'', zegt Stoové. De Steffenberg is volgens de directeur een vervelende uitzondering - vooral omdat de eigenaren geen contact willen hebben met het COA. ,,We dènken dat ze het pand hebben gekocht om de komst van asielzoekers tegen te gaan, maar we wèten het niet.''

De beeldvorming komt het niet ten goede: asielzoekers zijn weer niet welkom. De werkelijkheid, benadrukt Stoové, is anders. Vorig jaar sloot zijn organisatie naar eigen zeggen 130 nieuwe overeenkomsten met gemeenten over de vestiging van een centrum, werden 150 overeenkomsten verlengd en werden 140 bestaande centra uitgebreid. Toch ziet Stoové een gevaar. ,,De vestiging van een asielzoekerscentrum kan niet, in tegenstelling tot de groeiende opvatting onder gemeentebesturen, helemaal aan inspraak worden onderworpen. Dat is een landelijk misverstand. We moeten die suggestie dus ook niet wekken.''

Het COA heeft, juridisch gezien, geen toestemming van het gemeentebestuur nodig om asielzoekers te huisvesten - mits het bestemmingsplan niet hoeft te worden gewijzigd. Maar de organisatie dwingt liever niet. ,,De bevolking kijkt eerst naar de reactie van het lokale bestuur. Straalt het uit dat asielzoekers hier niet horen, dan voelen de mensen dat direct aan. En hebben wij een extra probleem.''

Stoové benadrukt nog eens: ,,Gemeenten willen, met de hand op mijn hart, meewerken aan een oplossing voor het asielvraagstuk.'' Problemen, veelal reeds bestaande moeilijkheden, komen vaak ná die toezegging. Het flatgebouw De Knoepert in Venlo is volgens de directeur een voorbeeld. Die flat stond al geruime tijd op de nominatie om gesloopt te worden, maar er gebeurde niets. ,,Toen wilden wij er tweeduizend asielzoekers onderbrengen.'' Moest die flat niet worden gesloopt, morde de bevolking vervolgens.

In Venlo speelde ook het aantal van tweeduizend asielzoekers mee. Voor het eerst wilde het COA zoveel mensen op één plek onderbrengen. Nog altijd vindt Stoové het een goed idee - ondanks het afketsen van een overeenkomst voor De Knoepert. ,,We wilden mensen die al jaren in een asielzoekerscentrum verbleven, daar onderbrengen, zelfstandig laten wonen in kleine leefeenheden. Dat is goed voor hen. Maar we hebben de tijd niet gehad om onze plannen goed uiteen te zetten.''

Het COA blies de aftocht in Venlo, maar Stoové sluit desgevraagd niet uit gemeenten te zullen passeren ,,als de nood aan de man komt''. Die nood kan al snel ontstaan. Het ministerie van Justitie gaat, bij ongewijzigd beleid, uit van circa 65.000 nieuwe asielzoekers in 1999. Het COA moet dit jaar 35.000 extra plaatsen vinden - ruim twee keer zo veel als in het afgelopen jaar. Stoové heeft zijn hoop mede gevestigd op de provincies en de commissarissen van de koningin, die onlangs expliciet hun steun toezegden aan het COA.

Daarnaast heeft de organisatie meer mogelijkheden om asielzoekers te huisvesten: in huizen en tenten bijvoorbeeld. ,,Twee jaar geleden mochten we mensen niet onderbrengen in woningen'', zegt Stoové. ,,Dat gold als een verkeerd signaal. De asielzoekers konden denken permanent in Nederland te mogen blijven.'' Opvang in tenten biedt ook uitkomst - in verwarmde partytenten zoals in Leiden welteverstaan, niet in lekkende legertenten zoals in Ermelo. ,,Al waren die tenten voor één à twee nachten draaglijk.''

Maar toch. Soberheid heeft een grens, meent Stoové. ,,De opvang van asielzoekers in Nederland moet sober. We hebben wel eens gebouwen aangeboden gekregen met hele luxe voorzieningen. Zo'n aanbod slaan we af. Een Tantaluskwelling. Aan de andere kant kent soberheid een ondergrens. Gaan we onder die grens door, dan gaat het mis. Dit kan niet, zeggen de omwonenden dan, dit is niet respectvol. Te sobere opvang keert zich tegen ons.''