RLD gaf gegevens uranium niet door

De Rijksluchtvaartdienst (RLD) is al drie dagen na de Bijlmerramp geattendeerd op de aanwezigheid van verarmd uranium in de verongelukte El Al-Boeing. Dat blijkt uit een nog niet eerder openbaar gemaakt dagjournaal van de luchtvaartpolitie.

Naar aanleiding van de melding heeft de RLD, samen met de KLM, strenge veiligheidsinstructies afgegeven over de berging van de delen verarmd uranium. Deze zijn opgehangen in het gedeelte van de hangar waar de wrakstukken van het vliegtuig werden verzameld, maar nooit doorgegeven aan de bergers op de rampplek in de Bijlmermeer. Ook werknemers op de vuilstortplaatsen, waar later de vliegtuigonderdelen werden verwerkt, zijn er nooit over ingelicht. Als verarmd uranium verbrandt, kan dat ernstige gevolgen voor de gezondheid hebben.

Minister Jorritsma (indertijd Verkeer en Waterstaat) schreef de Tweede Kamer op 12 september 1997 nog dat het de RLD niet wist dat dit type vliegtuig over verarmd uranium in het staartstuk beschikte. ,,Noch El Al, noch de Israelische autoriteiten, noch Boeing hebben de RLD hiervan toen in kennis gesteld [...] Dit was ook niet op andere wijze bij de RLD bekend'', schreef Jorritsma. De melding van de Rijkspolitie en de daaropvolgende veiligheidsinstructies werden in de brief niet genoemd.

Ook voormalig minister Alders (Milieubeheer) schreef in september 1993 aan de Kamer dat de aanwezigheid van verarmd uranium en eventuele gezondheidseffecten op het moment van de ramp ,,niet bekend'' waren. Afgelopen vrijdag zei RLD-topman H. Wolleswinkel voor de parlementaire enquêtecommissie die de Bijlmerramp onderzoekt nog dat hij ,,geen seconde had gedacht'' aan het verarmde uranium in het ramptoestel, omdat dat ,,geen reden voor zorg'' was.

In 1997 ontdekte het dagblad Trouw al dat de RLD sinds 1985 in het bezit was van een circulaire van de Amerikaanse luchtvaartdienst FAA over de risico's van verarmd uranium. Jorritsma erkende dit destijds, maar wees de Kamer erop dat de circulaire ,,geen informatie bevatte over welke specifieke toestellen in de wereld nog wel en welke niet meer over dergelijke onderdelen beschikten''. Naar nu blijkt is de RLD reeds op 7 oktober 1992 geattendeerd op de gevaren.

De RLD wil niet reageren op de nieuwe feiten. Een woordvoerder van de KLM bevestigt dat de veiligheidsinstructies destijds zijn opgesteld en verspreid. ,,Het leek ons zinnig om dat in Hangar 8 op te hangen. We hebben er overleg over gehad met de RLD omdat de hangar op dat moment RLD-terrein was.''De documenten zijn inmiddels in handen van de parlementaire enquêtecommissie . Het verongelukte vliegtuig had enkele honderden kilo's verarmd uranium als balansgewicht in het staartstuk. Daarvan is 152 kilo nooit teruggevonden.

BIJLMERENQUÊTE3

    • Joost Oranje