Publiek bestel moet meer aan cultuur doen

De publieke omroep moet de hoeveelheid amusement op haar zenders terugdringen. Vanaf september 2000 mag per zender nog 25 procent van de zendtijd uit spelletjes en quizzen bestaan. Voor het overige moeten op de netten cultuur, informatie en educatie te zien zijn.

Dit staat in het wetsvoorstel voor de nieuwe omroepconcessie dat staatssecretaris Van der Ploeg (media) vrijdag in het kabinet gaat bespreken. Behalve de netten, gaan ook voor de afzonderlijke omroepverenigingen stringentere voorwaarden gelden. Zij zullen het aandeel cultuur in hun programmering moeten verhogen van minimaal 20 naar 25 procent, het aandeel informatie en educatie wordt verhoogd van 30 naar 35 procent.

Dit laatste is tegen het zere been van de raad van bestuur van de NOS die juist de vrijheid wil om diverse omroepverenigingen naar genre te latenspecialiseren. De omroep wilde zelfs helemaal af van de voorschriften per vereniging. voorzitter Wolffensperger van de NOS zegt ,,geschrokken'' te zijn van het voorstel. ,,Ik vindt dit getuigen van onnodig wantrouwen in de publieke omroep,'' aldus Wolffensperger die denkt dat een sterkere zenderprofilering onder deze voorwaarden niet zal slagen en het huidige marktaandeel van zo'n 40 procent van de kijkers niet is te handhaven. Kringen rond Van der Ploeg zeggen dat hij vast wil houden aan programmavoorschriften per omroep omdat hij die verenigingen wil kunnen afrekenen op wat ze presteren. De omroepen krijgt vanaf 2000 een concessie voor tien jaar, afzonderlijke omroepen zijn vijf jaar lang zeker van hun plaats in het bestel.

Ook de Tweede Kamer reageert verbaasd over de voorstellen van Van der Ploeg. Partijgenoot Van Zuijlen (PvdA) zegt dat de programmavoorschriften ,,in tegenspraak zijn met alles wat de staatssecretaris tevoren heeft gezegd''. Nicolaï van coalitiegenoot VVD ziet in de voorstellen ,,een indicatie van de verkeerde weg'', maar wil het nog geheime wetsvoorstel eerst lezen voordat hij een definitieve reactie wil geven.

Afgelopen donderdag bleek in een overleg met de Tweede Kamer al dat Van der Ploeg de profilering van Nederland 1,2 en 3 weliswaar aan de omroep zelf zal overlaten. Maar aan de zenders wil hij voorwaarden stellen voor het behalen van een voldoende marktaandeel. Op die manier wil de staatssecretaris voorkomen dat de wens tot nadere profilering zo ver gaat dat er een heel breed amusementsnet onstaat waar het overgrote deel van de kijkers naar kijkt, terwijl een ander net een minimum aan elitaire kijkers trekt.