Onwetendheid

Veelgesmaad is de ambtenaar. Bijna spreekwoordelijk is het rustige tempo waarin hij zijn werkzaamheden verricht. Maar als hij haast maakt is het ook niet goed. Overspoeld door nota's die onleesbaar genoemd worden kreunt de samenleving dan onder zijn voortvarende vernieuwingsdrift.

De ambtenaar hoort de oppervlakkigen smalen over `bureaucratische willekeur', maar hij weet dat de essentie van zijn taak nu juist de bestrijding van willekeur is, door te zorgen dat iedereen behandeld wordt volgens de normen die gelden voor de categorie waartoe hij behoort. Het product dat de ambtenaar levert, vastgelegd op materieel papier, is in feite een spiritueel product: redelijkheid, bevrijding van willekeur, rechtvaardigheid.

De ambtenaar is een bescheiden dienaar en stelt zijn grote kennis ter beschikking van zijn superieuren zonder zich op te dringen. Een van zijn subtielste instrumenten is de stapel van de belangrijke stukken die hij ter bestudering en ondertekening aanbiedt. Vooral de volgorde van die stukken. Van sommige zou de behandeling naar zijn deskundige mening met uitstel gediend zijn. Discreet legt hij ze onderop. Van uitstel komt vaak afstel, want de stapel wordt dagelijks aangevuld.

De Britse regering wilde de stapel afschaffen. Alle ministers kregen een computertje waar de ambtenaren de stukken voortaan naar toe zouden sturen. Helder, overzichtelijk. Niets zou meer onder op een stapel verborgen kunnen worden. Natuurlijk moest de beveiliging van de vaak geheime staatsstukken zo zijn dat buitenstaanders er niet toe door konden dringen. Naam: Blair, wachtwoord: BigSmile, dat zou beslist niet genoeg zijn. De beveiliging was zo ingewikkeld dat de Britse ministers er gek van werden. Ze leverden hun computertjes weer in en de stapel kwam terug.

Je kan het een triomf noemen van de taaie onverslaanbaarheid van de bureaucratie. Je kan ook bedenken dat het wel handig voor de ministers was dat een deel van hun verantwoordelijkheid door een listige stapeling van stukken uit handen werd genomen. Ook is er een politieke school die over dit voorval zegt dat er geen opzet in het spel was en dat het lag aan het menselijk tekort. De mens is nu eenmaal niet in staat om een betrouwbare computerbeveiliging te maken waar ministers niet gek van worden. Die laatste school heeft vooral in Nederland veel aanhangers.

De betrouwbare dienaar weet dat zijn meester soms dingen moet doen die de onnozele buitenwacht beter niet weten kan, en dat daarom het kernbegrip van ieder modern bestuur de zogenaamde `deniability' is. Ontkenbaarheid. Nooit zal de dienaar zijn superieur in een positie mogen brengen waarin die zal moeten liegen wanneer hij zegt: ,,Hierover ben ik nooit ingelicht.''

Een vijand van de staat die vermoord moet worden, een aidstest die geblokkeerd moet worden omdat die buitenlands is en de Franse nog niet klaar is, een witwasoperatie van zwart geld door een respectabele bank, nooit weten de bazen er iets van. Ze hebben er nooit opdracht toe gegeven, ze zijn niet ingelicht. Dat zeggen ze en het is ook waar.

Het vereist formidabele evenwichtskunst van de dienaren. Onuitgesproken wensen stipt uitvoeren, nauwkeurig inlichten met een half woord dat eigenlijk niet gezegd is. En de rol van zondebok op zich nemen als de balanceertoer een keer faalt.

Nixon was een amateuristische ouderwetse knoeier, die de eisen van zijn tijd niet begreep. Hij liet zelf op de band opnemen dat hij wist van de misdaden die namens hem waren begaan. Een modern bestuurder zou zichzelf nooit op de band opnemen. En als er toch een band zou zijn, dan zou er niets bijzonders op te horen zijn.

Het gevaar bestaat dat de bestuurder die zich graag in de wolk van niet-weten hult op den duur echt niets meer weet. En omdat de wereld een gevaarlijke plaats is en de meeste mensen dat beseffen, wordt al te grote onwetendheid van de politieke leiders ook niet erg gewaardeerd. Ze mogen zich wel af en toe van de domme houden, maar ze moeten het niet te dol maken. Zo komt het dat de onwetendheid waar iedere democratische leider uit zelfbescherming toe neigt, enigszins beperkt blijft.

Behalve in Nederland, waar het gevoel voor gevaar is afgestorven. Vergis ik me als ik denk dat de onwetendheid hier meer dan elders als een deugd wordt ervaren? ,,Wist die en die er van?'' is de eerste vraag van het publiek bij elk schandaal. Het publiek bedoelt dan niet dat een onwetende een ezel is die het best de laan uitgestuurd kan worden. Wie iets niet geweten heeft draagt de mantel van onschendbaarheid. Verbijsterd, geschokt en zelfs van zijn stoel gevallen is hij, maar tevens zo gevitaliseerd door de hoge deugd van de tentoongestelde onwetendheid dat hij met bijna Napoleontische daadkracht onmiddellijk een paar ambtenaren tegen de muur zet, `om de anderen aan te moedigen'.

Het is de nationale mythe van de Nederlandse sukkeligheid die onze politici toestaat om zo te zwelgen in hun onnozelheid. Als goedaardige sukkels zien we onszelf graag en ook onze politici. Beschrijf de Nederlandse samenleving als een achterlijk dorpje waarin stuntelige maar brave veldwachters Bromsnor al blunderend er het beste van proberen te maken, en automatische bijval zal je deel zijn.

Nergens is het woord `samenzweringstheorie' zo negatief geladen en zo onmiddellijk discrediterend als hier. De rest van de wereld ziet overal samenzweringen. Ze zijn ook overal, al lopen ze vaak mis. Hier ziet niemand ooit een samenzwering, alleen gestuntel. Ik ken mensen die voortdurend complotten aan het smeden zijn, in het klein maar met grote hartstocht. Je zal ze er nooit op betrappen dat ze geloven in een complottheorie, want dat hoort niet voor weldenkende mensen.

Niets wijst er op dat Nederland inderdaad het achterlijke maar brave dorpje is dat we ons graag voorstellen. Onder het motto `laat de linkerhand niet weten wat de rechter doet' gaat het ons uitstekend. Zoals de Chinees bewonderend zei: de Nederlander lijkt wel op een varken, maar hij is een tijger.

    • Hans Ree