Niemand werpt in Brussel de eerste steen naar Italië

Met de hakken over de sloot haalde Italië vorig jaar zijn EMU-examen. Plannen om de hoge staatsschuld verder terug te brengen kregen gisteren een gemengde ontvangst.

Zijn huiswerk hoefde de Italiaanse minister van Financiën Ciampi gisteren van zijn collega's in de Raad van Ministers van de Europese Unie niet over te doen. Die blamage werd hem bespaard. Maar het plan dat Italië indiende voor zijn begroting in de eerstvolgende drie jaar, het zogenoemde Stabiliteitsprogramma, kreeg een koele ontvangst.

Conform de belofte die het bij toetreding tot de Economische en Monetaire Unie vorig jaar deed, streeft Italië naar een snelle vermindering van zijn staatsschuldquote die vorig jaar een kleine 120 procent van het bruto binnenlands product (bbp) bedroeg. De Europese norm is een schuldquote van maximaal 60 procent van het bbp. In het Stabiliteitsprogramma dat Italië, net als alle andere EU-lidstaten, voortaan elk jaar moet indienen, daalt die schuldquote naar 107 procent in het jaar 2001. Het begrotingstekort, in 1997 nog 2,7 procent, waarmee Italië voldeed aan de EMU-toetredingsnorm van maximaal 3 procent, daalt in het plan naar 1 procent van het bbp in 2001.

Al vorige week leverde de Europese Commissie kritiek op de Italiaanse plannen. Die kritiek gold met name de economische projecties. In 1998 maakte de Italiaanse economie volgens die raming een groei door van 1,8 procent, dit jaar zal die groei 2,5 procent bedragen om in 2000 en 2001 te stijgen naar tegen de drie procent.

Bankanalisten rekenen gemiddeld met een Italiaanse groei van achtereenvolgens 1,5 procent in 1998 en 1,8 procent in 1999. De ramingen worden ook nog voortdurend neerwaarts bijgesteld nu de bewijzen zich opstapelen dat de groeivertraging in Europa op dit moment onverwachts sterk is. ABN Amro is zeer pessimistisch en zit voor Italië bijvoorbeeld op een raming van 1,4 procent groei in 1998 en slechts 1,1 procent in 1999. De Amerikaanse bank J.P. Morgan raamt 1,5 procent groei voor Italië in 1998 en 1999 om pas daarna lichte versnelling van de groei tot 2,3 procent te zien.

Dat botst nogal met de Italiaanse projecties, en werkt door in de begrotingsramingen. Op de weg naar de 1 procent tekort in 2001 tekent Italië een tekort in van 2,6 procent in 1998 en 2 procent in 1999. ABN Amro komt op tekorten van respectievelijk 2,6 procent en 2,4 procent, waarmee Italië de verplichte weg naar beneden nauwelijks volgt. En J.P. Morgan projecteert zelfs een oplopend tekort naar 3 procent dit jaar, waarbij het gevaar bestaat dat in het jaar 2000 de pijnlijke bovengrens van 3,1 procent wordt overschreden.

De ministers van Financiën verzochten Ciampi gisteren echter niet om het gehele Stabiliteitsprogramma te herschrijven. Maar in mei moet de Italiaanse bewindsman wel komen met een nieuwe doorrekening op basis van een minder voorspoedige economische groei.

Toch was de behandeling van Ciampi door zijn Europese collega's uiterst zacht. Dat heeft te maken met het argument in de vergadering van gisteren dat een scenario van lagere economische groei in Italië samenhangt met een lagere rentestand, die voor de Italiaanse begroting zeer gunstig is. Bovendien is het wel van meer EU-lidstaten (Duitsland, Frankrijk en ook Nederland) aannemelijk dat zij dit jaar geen dalend, maar een stijgend begrotingstekort zullen zien. Niemand is dus zonder zonde. En een welgezind Italië is belangrijk waar het het complexe dossier over de verdeling van Europese lusten en lasten betreft.

Bankanalisten zijn intussen niet vergeten hoe Italië vorig jaar met de hakken over de sloot de EMU-norm haalde. Met name zaken als het uitstel van pensioenlasten, en de op ijs gezette claims van lagere overheden op het centrale budget van de Italiaanse overheid (de zogenoemde residui passivi) smeulen nog steeds onder de begroting en komen vroeg of laat weer boven. Maar in het Italiaanse plan wordt de verbetering van de begrotingssituatie eigenlijk alleen via hogere groei en teruglopende rentelasten bereikt, zoals de scherp dalende rente van ruim boven de 10 procent naar 4 procent dat de afgelopen jaren ook heeft gedaan. De Europese Commissie zei vorige week te wensen dat Italië tussen de 0,3 procent en 0,4 procent van het bbp aan structurele bezuinigingen doorvoert. De ministers van Financiën namen dat advies niet openlijk over. Minister Zalm (Financiën), die Ciampi in het kader van een Europese rondreis volgende week woensdag opzoekt in Rome, zal genoegen nemen met een stevig `commitment': ,,Eén brief van Ciampi namens de gehele Italiaanse regering is mij meer waard dan een nieuw document van 200 pagina`s.''