Laatste vrede van Hussein

Gezworen vijanden brachten koning Hussein van Jordanië gisteren tijdens de begrafenisplechtigheid een laatste groet.

Koning Hussein gebruikte het Raghadan-paleis, op een lommerrijke heuvel in het centrum van Amman, als kantoor. Gisteren werd zijn stoffelijk overschot erin gedragen. Wel op een manier die hem zou hebben behaagd als hij nog geleefd had. Zijn zoons, de nieuwe koning Abdallah vooraan, zijn broers en neven keken toe hoe de Amerikaanse president, Clinton, en VN-secretaris-generaal Kofi Annan langs de met de Jordaanse vlag bedekte kist trokken.

Gezworen vijanden als de Israelische premier Netanyahu en de Syrische president Assad brachten Hussein een voor een de laatste groet. Toen de koning even later, volgens islamitisch gebruik, door zijn mannelijke verwanten ter aarde werd besteld op de familiebegraafplaats naast het paleis, stonden zij zwijgend, zij aan zij, toe te kijken. Als laatste eerbetoon aan de koning die zichzelf zo graag als vredesstichter bij uitstek profileerde, slikten vele oude kemphanen hun hatelijkheden voor een paar uur in. ,,Het was'', schreef een Jordaanse krant, ,,alsof de koning nog steeds bezig was vrede te maken.''

Om twaalf uur precies droegen de vijf zoons van de zondag overleden koning de kist uit zijn residentie, Bab al-Salam (deur van de vrede) – een nieuw paleis dat de koninklijke familie vorig jaar betrok nadat ze het oude aan een weeshuis had gegeven. Zijn dochters, zijn zuster Basma en koningin Noor keken, in het zwart en hun hoofden bedekt met een traditionele witte rouwshawl, toe hoe de kist op een Mercedes met vierwielaandrijving werd geplaatst, voor een laatste tocht door de stad. Honderdduizenden mannen, vrouwen en kinderen, onder wie vele Palestijnen die van de Westelijke Jordaanoever waren gekomen om een laatste glimp van de koning op te vangen, hadden zich langs de route geposteerd. Hoewel sommigen Jordanië nog steeds beschrijven als een verzameling stammen en Palestijnen die elkaar elk moment in de haren kunnen vliegen, leek iedereen verenigd in oprecht verdriet en loyaliteit aan het regerende koningshuis. Als de nieuwe koning Abdallah één erfenis krijgt die zijn vader bij diens troonsbestijging in 1953 niet in de schoot kreeg geworpen, dan is het wel een verenigde Jordaanse natie.

Er waren 20.000 extra soldaten en agenten ingezet, maar die stelden zich bescheiden op. Toen de kist bij het Raghadan-paleis aankwam waar de genodigden verzameld waren, haastten de meesten zich naar huis om en famille de begrafenis op tv te volgen. Een groep jonge mannen bleef bij de poort op straat bidden. ,,Al-Hussein Habib Allah!'' riepen zij, ,,Hussein, geliefde van God!'' Zij hadden zwarte bandana's om hun hoofd en zwartgemaakte gezichten. Ze zagen er angstaanjagend uit, maar het was openbaar rouwbeklag, zo gewoon in de islamitische wereld. De politie bad op de stoep mee.

Terwijl de koningin en de prinsessen via een achterom-weg naar het Raghadan reden, vergaapte Jordanië zich met de rest van de wereld aan de eindeloze rij buitenlandse hoogwaardigheidsbekleders die langs de kist trok. Dat de Israelische premier Netanyahu gekomen was met de hier zo mogelijk nog meer gehate minister van Buitenlandse Zaken Ariel Sharon in zijn kielzog, veroorzaakte geen protest. Zo had de koning het gewild. Met ingehouden adem probeerden de Jordaniërs te zien wie wie de hand schudde en of er `geheime' boodschappen werden uitgewisseld tussen leiders die elkaar anders weigeren te ontmoeten. Hafez al-Assad kwam als eerste koning Abdallah condoleren. Later hielden Assad en Abdallah een bespreking, net als Clinton met PLO-leider Yasser Arafat. ,,Assad zal geen traan laten om de dood van z'n rivaal Hussein,'' zegt een Jordaniër, ,,en persoonlijk vind ik Assad een nare man. Hij kwam enkel om Clintons steun te zoeken in zijn eigen vastgelopen vredesproces met Israel. Maar de koning had het mooi gevonden. Dus ik vind het ook mooi.''

Ook de kroonprinsen van Koeweit en Saoedi-Arabië kwamen naar de begrafenis. Sinds de Golfoorlog in 1991 waren Jordaniës relaties met die landen totaal bevroren, omdat Jordanië tot ergernis van de Golf niet de kant koos van de geallieerden tegen Irak. Omdat Abdallah de laatste maanden vaak naar die landen was gereisd om de schade te repareren, gaven de Jordaniërs hem het krediet voor dit hoge bezoek. Dat Irak, waarmee veel gewone Jordaniërs in tegenstelling tot het koningshuis meer sympathiseren dan met de Golfstaten, een zwakke delegatie stuurde, beschouwden zij als een belediging. De Jordaanse kranten hadden bijtende commentaren over dit gebrek aan Iraaks respect.

Maar waar veel Jordaniërs na afloop de mond van vol hadden, waren niet alleen de VIPs op de begrafenis of de schimmel van de koning, Amr, die met de lege laarzen van Hussein in de stijgbeugels over de begraafplaats werd geleid, ten teken dat hij nooit meer bestegen zou worden. Nee, dat was het feit dat koning Abdallah, die amper twee weken geleden in plaats van zijn oom Hassan tot kroonprins was benoemd, Hassan steeds aan zijn zijde had. Hassans zoon Raashid, die als zijn vader koning was geworden nu wellicht kroonprins was geweest, mocht samen met de zonen van Hussein de kist dragen – de andere neven niet. Jarenlang hadden de Jordaniërs verlekkerd geroddeld over de groeiende twisten binnen het koninklijk huis. De laatste maanden was de vete tussen Hassan en Abdallah het onderwerp van gesprek. Koning Hussein vreesde dat die vete tot een uitbarsting zou komen als Hassan na zijn dood koning zou worden: Abdallah, de leger-man die Hassan niet vertrouwde, had immers de strijdkrachten aan zijn kant. Tegen Abdallah als koning zou Hassan weinig kunnen uitrichten, en kon de eenheid in de koninklijke familie langzaam worden hersteld. ,,Prins Hassan is een wijs man,'' vindt de voormalige kolonel Issam Malkawi, die in januari menig bang uur doorbracht. ,,Hij heeft zich bij de beslissing van de koning neergelegd, hoe bitter die ook was. Hassan was een goed koning geweest. Maar dit is beter voor Jordanië.''

De hoge gasten zijn naar huis. In de moskeeën worden Koranverzen opgezegd. Jordanië begint aan 40 dagen rouw. De koning is dood. Zijn onderdanen zijn bedroefd, maar ook opgelucht: zijn laatste daad veroorzaakte schokgolven, maar over de toekomst van Jordanië in deze woelige regio maken zij zich minder zorgen dan een paar weken geleden.

Er waren 20.000 extra soldaten en agenten ingezet, maar die stelden zich bescheiden op. Toen de kist bij het Raghadan-paleis aankwam waar de genodigden verzameld waren, haastten de meesten zich naar huis om en famille de begrafenis op tv te volgen. Een groep jonge mannen bleef bij de poort op straat bidden. ,,Al-Hussein Habib Allah!'' riepen zij, ,,Hussein, geliefde van God!'' Zij hadden zwarte bandana's om hun hoofd en zwartgemaakte gezichten. Ze zagen er angstaanjagend uit, maar het was openbaar rouwbeklag, zo gewoon in de islamitische wereld. De politie bad op de stoep mee.