Geesink beschuldigd in Japanse krant

De naam van Anton Geesink is vandaag in Japan opgedoken op een lijst van IOC-leden die ,,excessieve gastvrijheid'' hebben ontvangen van de Japanse stad Nagano, toen deze stad de Winterspelen van 1998 binnen trachtte te halen. Dit schrijft de Japanse krant Yomiuri vandaag op basis van onderzoek van het Japanse Olympisch Comité.

Volgens Yomiuri is de zwaarste aanklacht gericht tegen de drie IOC-leden Mohamed Zerguini uit Algerije, Agustin Arroyo uit Ecuador en de Amerikaan Robert Helmick. Zij zouden flagrant misbruik hebben gemaakt van hun positie. Vijf andere IOC-leden zouden hebben geprofiteerd van ,,overdadige gastvrijheid'' en in dit gezelschap valt de naam van Geesink. De krant schrijft echter niet wat deze beschuldiging concreet inhoudt. Geesink, die in 1964 in Tokio olympisch goud won als judoka, kreeg vorige maand een berisping van een speciale onderzoekscommissie van het IOC. Dit vanwege het feit dat de organisatie van de Winterspelen in Salt Lake City geld had overgemaakt voor de mobiele olympische academie van Geesink.

Naast de naam van Geesink noemt de krant de Zwitser Marc Hodler, de Zuid-Koreaan Kim Un-yong, de Portugees Fernando Ferreira Lima Bello en de Braziliaan Joao Havelange, jarenlang hoofd van de internationale voetbalfederatie FIFA. Genoemde Hodler is juist de man die de hele kwestie rond de Olympische Spelen onlangs met zijn bekentenissen aan het rollen heeft gebracht.

De drie zwaarst aangeklaagden, Arroyo, Helmick en Zerguini, zouden de regel hebben overtreden dat een IOC-lid op kosten van een organisatiecomité met reisgezel één maal een kandidaatstad mag bezoeken. Arroyo zou met zijn vrouw niet alleen Nagano, maar tevens de oude hoofdstad Kyoto hebben bezocht. Een jaar later zou zijn vrouw met een kennis de reis nog eens over doen en onder meer door het burgemeestersechtpaar van Nagano in een kuuroord worden onthaald. Helmick zou niet zelf naar Nagano zijn geweest, maar zijn zoon met ega naar Nagano hebben gestuurd. De Algerijn Zerguini ten slotte zou met vrouw, zoon en schoondochter zijn afgereisd en tevens medisch onderzoek hebben ondergaan in Nagano.

Bij het onderzoek in Japan zijn ook vragen gerezen over het gedrag van een lid van het Japans Olympisch Comité, Noboru Kikuchi. De man is tevens voorzitter van de National Rifle Association of Japan (NRAJ) en spendeerde 175.000 gulden tijdens een reis naar Afrika in 1991 om namens Nagano bij IOC-leden te lobbyen. Een lid van het organisatiecomité van Nagano heeft erkend dat hij de NRAJ om hulp bij het lobbywerk heeft gevraagd, maar Kikuchi en het comité ontkennen dat er sprake is geweest van omkoping van IOC-leden in Afrika. De Japanse onderzoekscommissie zal vrijdag zijn rapport bij het IOC indienen.

    • Hans van der Lugt