Duitsland wil snel Europees veiligheidsbeleid

Op de jaarlijkse veiligheidsconferentie in München heeft bondskanselier Schröder een vastberaden gezicht getoond. Een politiek en militair verenigd Europa kan rekenen op Duitsland.

Mocht er bij de bondgenoten nog onzekerheid bestaan over de betrouwbaarheid van het `nieuwe' Duitsland, dan deed bondskanselier Gerhard Schröder er afgelopen weekeinde alles aan om de twijfelaars de wind uit de zeilen te nemen.

De politieke stijl van de nieuwe regering in Bonn mag losser zijn dan die van de tacticus Kohl, tijdens de jaarlijkse veiligheidsconferentie in München (de vroegere Wehrkundetagung) bezwoer Schröder dat Europa en de NAVO op Duitsland kunnen rekenen — ook met het oog op de licht ontvlambare situatie in de Balkan.

Natuurlijk is de inzet van Duitse soldaten in het buitenland gezien het verleden — ,,dat hoofdstuk is nooit afgesloten'' — lange tijd een gevoelig thema geweest. Twee jaar geleden had de Bondsdag nog moeite met militaire operaties op de Balkan. Nu is de Bondsrepubliek bereid als een ,,normale'' partner verantwoordelijkheid te dragen, zei Schröder. Vanzelfsprekend doet Duitsland met zijn troepen mee aan vredesmissies; in uitzonderingsgevallen ook buiten het NAVO-gebied.

De Duitse kanselier ging nog een stap verder. Nu de gezamenlijke Europese munt een feit is, dient snel de volgende Europese horde te worden genomen: ,,Een gemeenschappelijk buitenlands- en veiligheidsbeleid is een onontbeerlijke bouwsteen voor het Europese Huis''. Het opzetten van een eigen Europese defensie-identiteit is een noodzakelijke steunpilaar in het verdere integratieproces, aldus Schröder.

De Fransman Jean Monnet, de geestelijk vader van Europa, had bij de oprichting van de Europese gemeenschap in de jaren vijftig al de wensdroom van een politiek Europa. Maar een Europa met een gezamenlijk buitenlands beleid en één leger is steeds een fata morgana gebleven. Als er één terrein is waar landen hun nationale soevereiniteit niet graag prijsgeven, is het immers de defensiepolitiek. Toch meenden diverse politici op de conferentie in München — die een grote reputatie geniet omdat ministers, parlementariërs, militairen en industriëlen uit de belangrijkste NAVO-landen ieder jaar van de partij zijn — dat het uitbouwen van een Europese veiligheidspijler inmiddels onontkoombaar is. Uiteraard in nauwe samenwerking met het atlantisch bondgenootschap.

Maar hoe moet die Europese pijler eruit zien? En hoe zit het met de financiering, vroeg de Amerikaanse minister van Defensie, William Cohen, zich af. Met het oog op de nieuwe rol van de NAVO waarover in april in Washington wordt geconfereerd, is Amerika een groot voorstander van een actievere Europese rol op veiligheidsgebied. Dit impliceert dat de EU-landen hun defensiebegrotingen niet verder mogen verlagen. Anders loopt de alliantie gevaar, waarschuwde Cohen. De Nederlandse minister van Defensie, Frank de Grave, zag geen problemen: ,,Bij elkaar opgeteld besteden de Europese landen meer geld aan manschappen en materieel dan Amerika'', zei De Grave desgevraagd.

Schröder zei dat de Europese Unie dringend eigen politieke en militaire beslissingsstructuren nodig heeft. Had Henry Kissinger, de vroegere Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, niet geklaagd dat hij in geval van nood in Europa nooit kon volstaan met één telefoonnummer? Minister van Defensie, Rudolf Scharping (SPD), was concreter. Voor hem is het ,,zo klaar als een klontje'' dat Europa zijn gewicht op buitenlands politiek- en defensiegebied moet vergroten. In de toekomst dienen vredesmissies door de West-Europese Unie (WEU) worden geleid, waarbij uiteraard van NAVO-capaciteiten gebruik wordt gemaakt. Hij zei dat de WEU binnen twee tot vier jaar in de Europese Unie moet zijn geïntegreerd.

Duitsland wil zich hard maken voor het Europese telefoonnummer, zo bleek in München. In dit verband stelde Schröder voor de post van secretaris-generaal van de WEU, die eind dit jaar vacant wordt, te integreren met die van de nieuw te benoemen monsieur Pesc, de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor het Gemeenschappelijke Buitenlands- en Veiligheidsbeleid. Deze figuur moet nauw samenwerken met de voorzitter van de Europese Commissie. Schröder hoopt dat nog voor de zomer, tijdens het Duitse voorzitterschap van de EU, een hoge Europese politicus tot monsieur Pesc kan worden benoemd.

De Nederlander Hans van den Broek, Europees Commissaris voor Buitenlandse Zaken (in de wandelgangen kansloos geacht voor de nieuwe post), toonde zich verheugd, dat de nieuwe regering in Bonn het voortouw neemt om de Europese veiligheidspijler te versterken. ,,Schröder gaat vooruitstrevend te werk en zet een majeure stap vooruit'', aldus Van den Broek.

Karsten Voigt (SPD), coördinator voor de Duits-Amerikaanse betrekkingen bij Buitenlandse Zaken in Bonn, sprak van een doelbewuste stap in de richting van een gemeenschappelijk Europees veiligheidsbeleid. Voor de SPD, die in het verleden vaak nationaal getinte geluiden liet horen, was dit niet altijd vanzelfsprekend. De sterke positie van Amerika, waarmee sommige SPD-ers wel eens moeite hadden, is volgens Voigt vooral te wijten aan de ,,zwakte van Europa''.

Kosovo is een test case. Als de vredesbesprekingen in Rambouillet mislukken, moet de EU tonen wat ze waard is, zei Karl Lamers, woordvoerder buitenland van de oppositionele CDU/CSU-fractie: ,,Amerika wil dat de Europeanen eindelijk eens het voortouw nemen bij een militaire operatie''. In het geval er een akkoord komt, heeft Washington toegezegd in elk geval 4.000 manschappen te zullen leveren voor Kosovo. Lukt het Europa volgens Lamers niet zo'n operatie succesvol uit te voeren, dan ,,zullen we de eeuwige vazallen van Amerika blijven''.