Colombia: de vrede krijgt nog een kans

Dit weekeinde besloot de Colombiaanse regering de vredesbesprekingen nog een kans te geven. De guerrilla mag drie maanden extra het beheer voeren over een junglegebied zo groot als Nederland en België samen. Zal deze nieuwe concessie de vrede in Colombia dichterbij brengen?

In de straten van aangestampte aarde was de spanning bijna te ruiken. ,,Normaal, alles is normaal'', klonk het als een bezwering uit de monden van de boeren. Alleen af en toe, als niemand het zag, wilde een dorpeling iets bekennen van de angst bij de bevolking. ,,Iedereen weet toch hoe dat gaat'', fluisterde een oude vrouw met een kind op de arm. ,,Wij hebben drie maanden met de guerrillero's geleefd. Dus in de ogen van de militairen zijn we nu allemaal subversieven.''

Als afgelopen nacht het leger San Vicente was binnengevallen – zoals eerder was afgesproken – zou inderdaad niemand in het dorp zijn leven meer veilig zijn geweest. Was het niet het leger zelf geweest, dan zouden de door hen beschermde rechtse paramilitairen zich wel met wraakacties op de bevolking hebben uitgeleefd. In het hele gebied waren geen internationale waarnemers, geen onafhankelijke mensenrechtengroepen, niemand om de bevolking te beschermen.

Maar vrijdagnacht kwam het verlossende woord. President Andrès Pastrana besloot de demilitarisering van het junglegebied waarin San Vicente ligt, met drie maanden te verlengen. De terugtrekking van het leger uit een groot deel van de Colombiaanse Amazone was, alweer maanden geleden, de voorwaarde van de linkse guerrilla om tot vredesbesprekingen met de regering te komen. Op 7 januari gingen de besprekingen eindelijk van start in San Vicente. Maar nog geen twee weken later braken de guerrillero's ze alweer af.

In het dorp was het zaterdag of Pastrana de bevrijding van Colombia had getekend. De kroegen liepen vol. En ook de anders zo ingetogen guerrillastrijders dronken er eentje mee. ,,Het is leuk hier te mogen blijven'', zegt een piepjong strijdertje met een kalasjnikov en jeugdpuistjes. Al drie jaar zit hij in het oerwoud. Dit dorp, met zijn winkels van sinkel, zijn meisjes, en zijn stoffige barretjes moet in de ogen van de jongen een wereldstad zijn. ,,De concessie van de president is heel goed voor de vrede'', voegt de jongen er nadenkend aan toe.

De vraag is echter hóe goed voor de vrede. Welke kans is er, na de zoveelste knieval van Pastrana, dat de partijen elkaar de komende drie maanden werkelijk naderen? Op het dorpsplein staat nog steeds, als een zielig geraamte, het podium waarop een maand geleden de vredesbesprekingen werden geopend. Het was bijna een magisch sprookje. Kerkklokken luidden, kinderen zongen, en het podium was versierd met de Colombiaanse vlag, broederlijk naast die van de FARC (Revolutionaire Gewapende Strijdkrachten van Colombia). Na veertig jaar burgeroorlog zouden de regering en de guerrilla elkaar in de armen vallen. Daar, waar nu de kippen scharrelen, zat president Pastrana in zijn witte coltrui. Naast hem een legerstoel waarop even later de hoogste leider van de FARC, Manuel Marulanda, zou plaatsnemen. Voor het eerst, na een halve eeuw in de jungle, zou de 68-jarige Tirofijio (Altijd Raak) zich hier aan de wereld tonen. Er verstreken tien minuten, een half uur, drie kwartier. Maar Tirofijo kwam niet.

,,Een bruidje dat voor het altaar in de steek gelaten wordt'', grapte een van de aanwezigen over het treurige gezicht van Pastrana. Uiteindelijk besloot de president de plechtigheid dan maar zónder oppercommandant Marulanda te openen. Pastrana sprak over ,,historisch moment'' en ,,unieke gelegenheid''. Maar de lol was er voor hem wel af.

Later zei de FARC dat Tirofijo niet was komen opdagen omdat er een moordaanslag tegen de leider ontdekt zou zijn. Het excuus werd weinig serieus genomen. Was het niet juist om de veiligheid van hun commandanten te garanderen dat de FARC had geëist dat het leger zich terugtrok uit een gebied van 24.000 km² Plausibeler leek de verklaring dat Tirofijo op het laatst plankenkoorts zou hebben gekregen. Marulanda, een boerenzoon met alleen lagere school, zou het op zijn zenuwen hebben gekregen bij het idee om ten overstaan van de hele wereld een verklaring te moeten voorlezen.

,,Misschien'', zegt de onafhankelijke waarnemer Omar Tellez, terwijl hij naar het stoffige plein kijkt. ,,Maar de episode is wel tekenend.'' Aan de ene kant is daar Pastrana met zijn onbedwingbare behoefte aan spektakel. ,,Wat heeft de regering méér te bieden dan alleen de persoonlijke ambitie van Pastrana om de geschiedenis in te gaan als vredestichter?'' vraagt Tellez. Aan de andere kant is daar de FARC. Sterker dan ooit. Met een serie grote militaire overwinningen op hun naam, en 40 procent van het Colombiaanse grondgebied onder controle. De guerrilla komt met een eisenlijst van tien punten, en de regering kan alleen maar reageren. Opeens `bevriest' de FARC dan de besprekingen, omdat de regering niet scherp genoeg optreedt tegen de doodseskaders van de rechtse paramilitairen.

,,Het is één groot mislukt huwelijk'', stelt Tellez. Er is geen chemie, geen aantrekkingskracht. Aan de ene kant de ijdele prinses Pastrana. En aan de andere de despotische echtgenoot, die niet van zijn principes wil afstappen. ,,Misschien is er in totaal tien uur gepraat'', zegt Tellez. ,,Geen van beide partijen was bereid naar de ander te luisteren, te begrijpen, concessies te doen. Er werden alleen verschillen benadrukt, geen overeenkomsten.''

Tellez denkt terug aan twaalf jaar geleden, toen de toenmalige president Betancurt ook een poging tot onderhandelingen met de FARC waagde. Tellez was er bij als bemiddelaar. ,,Daar was toen geen mediaspektakel. Maar er werd wel gepraat'', herinnert hij zich. Een paar weken leefden de vertegenwoordigers van de regering en de guerrillero's samen onder één dak. ,,We leerden elkaar kennen en waarderen'', zegt Tellez. Maar ook die onderhandelingen liepen mis. Waarom? ,,Omdat je in Colombia nooit een algehele staatspolitiek voor de vrede hebt gehad, alleen wat losse regeringspolitiekjes'', zegt Tellez.

Ook nu zal de onwil van het leger het grootste struikelblok voor president Pastrana blijken. Omgekeerd lijkt de guerrilla meer uit op de versteviging van haar positie dan op een akkoord. In april, als de besprekingen in San Vicente worden hervat, zal blijken of er toch nog liefde is. Maar hoe vreemd het ook klinkt, het feit dat de FARC-leiders nu de mogelijkheid hebben elkaar in dit jungledorp ongestoord te blijven ontmoeten, kan voor de regering een groot voordeel blijken. Colombia is bezig uiteen te vallen in een verzameling feodale staatjes, waarin elke streek zijn eigen roofridder heeft. Paramilitairen, drugsbaronnen, gewapende grootgrondbezitters, guerrillero's. Overal zijn wel leiders en leidertjes die geheel volgens eigen inzicht `hun' gebied regeren.

Ook de FARC, de oudste en machtigste guerrillagroep ter wereld, is verbrokkeld. Als het Vijfde Front een actie voerde, was het Negende daar meestal niet van op de hoogte. Nu wordt er in de achterafkamertjes van San Vicente weer gediscussieerd over één lijn en één strategie. Marulanda verscheen dan misschien niet op de bruiloft met Pastrana, maar binnen zijn eigen clandestiene familie trekt hij de touwtjes weer aan. Dat maakt de zaak op zijn minst overzichtelijker.