Bijlmer-enquête (1)

Als verkeersvlieger heb ik met verbazing en boosheid kennis genomen van de Bijlmerenquête. Verbazing omtrent de schijnbare onbekendheid van de commissie met de gang van zaken in de luchtvaart en boosheid vanwege het volksgericht van pers en politiek. De samenvatting van het verhoor van de heer Wolleswinkel door het journaal ging alle perken van goede smaak te buiten.

Het gaat om de vraag welke gevaarlijke stoffen aan boord waren en welke personen dit wisten. Gevaarlijke stoffen worden in de luchtvaart Dangerous Goods genoemd waarbij Goods staat voor stoffen en niet voor goederen.

Alléén die personen die met de belading en besturing van het vliegtuig te maken hebben weten in eerste instantie of er zich gevaarlijke stoffen aan boord bevinden en dragen hier verantwoording voor. Dat zijn dus de gezagvoerder, de verlader en de luchtvaartmaatschappij, dit alles conform de IATA Dangerous Goods Regulations.

Aan voornoemde personen en bedrijven worden strikt omschreven eisen gesteld die te vinden zijn in de handboeken van de verschillende luchtvaartmaatschappijen. Controle en bewijs voor gevaarlijke stoffen aan boord geschiedt via de Notoc dat staat voor NOtice TO Captain, bericht aan de gezagvoerder. Op deze Notoc wordt alléén bijzondere vracht vermeld waaronder alle gevaarlijke stoffen aan boord van het vliegtuig met uitzondering van de brandstof wat in wezen ook een gevaarlijke stof is.

De vermelding is in detail met naam van de stof, de eigenschap van de stof, de hoeveelheid van de stof en waar het zich in het vliegtuig bevindt. Deze Notoc wordt in meervoud opgemaakt en door de gezagvoerder en degene die verantwoordelijk is voor de belading van het vliegtuig ondertekend. Van de ondertekende Notoc blijft tenminste één exemplaar op de grond bij de luchtvaartonderneming achter.

Dus één exemplaar in de cockpit en te minste één exemplaar op de grond. De Notoc is daardoor een zeer belangrijk document waardoor het te allen tijde bekend is welke gevaarlijke stoffen zich waar in het vliegtuig bevinden. Gedurende het verhoor van Wolleswinkel heeft deze kopieën van de Notoc die bij de El Al-vlucht in gebruik waren getoond. Hieruit blijkt dat de gevaarlijke lading bekend is. Gevaarlijkse stoffen worden in negen klassen verdeeld en per klasse op de notoc vermeld zoals: Class 1 Explosives, Class 6 Toxic substances, Class 2 devision 2.1 Flammable gas, devision 2.2 Toxic gas etc. Dit lijkt verdacht veel op het rijtje Explosieven, Gif en Gassen waarvan de zogenaamde onthulling na zes jaar een volkswoede tot gevolg had.

Uit voorgaande mag je de conclusie trekken dat een ieder op de hoogte kan en kon zijn van de gevaarlijke lading direct na het ongeval door de betreffende Notoc die bij El Al achtergebleven is te bestuderen en dat de verkeersleiding geen partij in deze is en daarom niet bestraft kan worden.

Ik vraag mij af waarom bewindslieden blijven volhouden van niets te weten, is dit uit onkunde of spelen politieke belangen een grotere rol dan menselijke?

Wel dient onderzocht te worden of de bekende gevaarlijke stoffen bij verbranding werkelijk geen gevaar hebben opgeleverd zoals aan de autoriteiten in Amsterdam is meegedeeld.

    • H. Krempel