Auteur buiten de tijd

De Engelse schrijfster Iris Murdoch is gisteren overleden, 79 jaar oud. Sinds enige jaren leed zij aan Alzheimer; ze werd verzorgd als weinig anderen door haar echtgenoot John Bayley, hoogleraar in Oxford. Van het laatste boek waar haar naam op stond was zij niet de schrijfster maar het onderwerp. In Iris, vorig jaar verschenen, vertelt Bayley over haar leven en hoe hij haar de laatste tijd van uur tot uur onder zijn hoede had. `Als Iris mijn huid in kon klimmen, of bij mij binnenkomen als ik een buidel had zoals een kangoeroe, zou zij het doen. Zij merkt niet waar ik mee bezig ben, alleen wat ik ben'.

Van de hele bevolking van haar 26 romans was in haar eigen hoofd niets meer over. Lezers van een romanschrijver verwonderen zich bij diens dood altijd over het verdwijnen van zo'n hele verbeeldingswereld. In het geval van Murdoch hadden zij dit al verwerkt, omdat haar toestand algemeen bekend was.

Al heeft iedereen er nu ook langer over kunnen nadenken dan bij vele anderen, Murdochs plaats in de Engelse literatuur is nog niet bepaald. Voor sommige van haar lezers was zij de voornaamste verteller van de wereld, die konden haar niet genoeg lezen en herlezen. Anderen werden ongeduldig of nijdig door haar werk, vooral wanneer er wendingen in voorkwamen die opzettelijk verzonnen leken om verwarring en emotie te veroorzaken: verlatingen, verdrinkingen, sterfgevallen, moorden. Als men haar werk nu zou moeten waarderen, zou men komen op een stuk of zes meesterwerken.

Zulke harde onderscheidingen hebben voor de liefhebbers een secundaire betekenis. Zoals er prenten gemaakt werden van Dickens, omringd door personages uit zijn hele werk, zo zou het ook bij Iris Murdoch gedaan kunnen worden. Er zouden in dat gezelschap minder sociale verschillen waargenomen worden: de figuren in haar werk zijn niet altijd mensen die zij goed zou kennen of willen kennen, maar wel het soort dat zij gewend zou zijn hier of daar te ontmoeten. Ook zouden er niet zoveel grappenmakers en kluchtige gevallen bij zijn; dat haar lezers door een lachbui overvallen worden komt zelden voor.

Niettemin, wat een wonderlijke troep, wat een verscheidenheid van geaardheden en gezichten, onzekerheden en conflicten tekent zich af voor de lezer die zich bezint op wat er van haar in de herinnering voortleeft. Iemand zou een roman kunnen schrijven, een dichtbevolkt boek waarin haar personages in nieuwe combinaties optreden. Met haar personen zou dat kunnen; bij veel andere schrijvers zou het te veel forceren vergen.

Het bericht van haar dood roept eerder de behoefte op overstelpt te worden door de ervaringen uit haar vele duizenden pagina's dan de neiging om kritische onderscheidingen te maken. Ik heb een aantal passages van haar opgezocht die ik mij herinnerde, en uit de stapel van haar boeken ook een paar keer lukraak pagina's opgeslagen. Meteen namen haar mensen dan weer gestalte aan. Bijvoorbeeld in hoofdstuk acht van Under the net, waar de hoofdpersoon met twee vrienden bij nacht gaat zwemmen in de Thames. Als een van hen al in het water is, deelt de verteller mee: `Ik trok mijn laatste kledingstuk uit'. Wat een vreemde, preutse aanduiding: `My last garment', dat kon haast niet anders dan een onderbroekje zijn. Of was dat juist heel handig om de aandacht te richten? Dan gaat de andere vriend, Lefty, de rivier in en daalt af, `zodat zijn lichaam geleidelijk afneemt in het donkere water': `deminishing into the black water'. Wat een onweerstaanbare formulering om bij te pauzeren en het beeld op te roepen.

Het is een verheugende verrassing als zo'n toevallige pagina juist over water gaat, wat een dominant element is in Murdochs werk. De verdrinkingsgevallen, ook in de donkere Thames, in A Word Child; het Provençaalse deels ondergrondse verbindingskanaal waar de hond in valt in Nuns and Soldiers; het stomende badhuis in The Philosopher's Pupil: wie een karakterisering van het hele werk zou willen geven, moet er al dat water in betrekken en er een betekenis aan geven.

Meer ruimte en overdenking zou besteed moeten worden aan de hartstochten en de obsessies van Murdochs figuren en de verwikkelingen van hun begrip en onbegrip voor elkaar. Bradley Pearson, een intellectueel op jaren, hoofdpersoon van The Black Prince, ondervindt een grote verliefdheid voor een te jong meisje en legt uit hoe het werkt: hoe hij voorover op de vloer lag, misschien een uur, misschien langer, `fallen in love', en ongenegen om op te staan. Sommige lezers zullen zeggen dat ik gewoon krankzinnig was, zegt hij, en in zekere zin is dat waar.

De heftigheid van zijn gevoel is op vele plaatsen in de romans te herkennen. Soms zó sterk dat onwillige lezers er nog onwilliger van worden. Op den duur zullen zij toch niet van Iris Murdoch afkomen, denk ik. Na de dood van een romanschrijver is er eerst een opwelling van belangstelling en respect, daarna vaak een tijdlang niets, zodat hier en daar alweer het vernietigende woord `vergeten' opgevangen wordt. Dat gaat vaak zo bij schrijvers die sterk de toon van hun tijd vertegenwoordigden. Iris Murdoch was er niet zo een. Zij stond een eindje buiten de tijd, en schreef alsof zij niets van anderen had overgenomen, maar alles zelf beleefd. Zij kan nog een tijdlang opnieuw ontdekt worden.