Winge kan Russisch leed niet verbergen

Het eeuwige Russische leed kan men tonen met beelden die weinig of niets te raden overlaten, zoals Harry Kupfer deed bij de Nederlandse Opera in zijn enscenering van Moessorgski's Boris Godoenov: tsaristische terreur of de KGB – voor het Russische volk maakt het niet uit in welke eeuw of onder welke machthebbers het leeft. Het is hetzelfde wat David Pountney in 1994 deed bij de Nederlandse Opera in zijn enscenering van Sjostakowitsj' Lady Macbeth van Mtsensk: de seriemoordenares werd gesitueerd in een slachthuis, een zelfde slachthuis waarin Kupfer eerder in Amsterdam het bloederige antiek-Griekse drama van Strauss' Elektra zich liet afspelen.

De Noorse regisseur Stein Winge besloot voor zijn Brusselse enscenering van Lady Macbeth van Mtsensk tot een andere aanpak: geen expliciete beelden of verwijzingen naar de buitenwereld of de zich eeuwig herhalende geschiedenis. Hij wilde zelfs geen toespeling op het feit dat Stalin het werk in 1936 veroordeelde als `chaos in plaats van muziek'.

Sjostakowitsj produceerde uiteindelijk een afgezwakte versie onder de titel Katarina Izmajlova, de naam van de vrouw die iedereen vermoordt op haar weg naar vermeend geluk. De componist en zijn werk kwamen er – in vergelijking met de gewone Russen die Stalins toorn opwekten – nog genadig vanaf.

Winge wilde een enscenering in een bijna neutrale ruimte zonder nadrukkelijke duiding maar wel met een diepgaande psychologische analyse van Katarina. Het is alsof Winge de handeling verplaatst van de alles bepalende Russische maatschappij naar het ik-tijdperk, dat niets van doen heeft met de buitenwereld. Dat moest leiden tot een voorstelling waarbij niet alleen recht zou worden gedaan aan het persoonlijke drama, maar waarbij toch ook `als vanzelf' de grotere betekenis van Lady Macbeth van Mtsensk duidelijk zou worden voor het publiek. Dat kan zichzelf individueel een mening vormen, waarbij ook een politieke dimensie mogelijk is.

Het is van de regisseur een lovenswaardig streven, dat mij echter na het zien van vele ensceneringen van vele Russische opera's niet op nieuwe gedachten brengt. Het drama van de rijke Katarina, die zich verveelt als haar man van huis is en een relatie begint met de arbeider Sergej, wordt heel goed gespeeld, waarbij banaliteit (de geile schoonvader met zijn wandelstok als penissymbool, Sergej in blote kont, een dronken pope) niet wordt geschuwd. Het verhaal wordt uitstekend en soms humoristisch verteld met groteske details, zoals een zuipend lijk.

Met uitstekend geacteerde en gezongen rollen van Nadine Secunde (Katarina), Anatoly Kotsjerga (Boris Izmajlov) en de zeer opmerkelijke Christopher Ventris (Sergej) ziet en hoort men een sterke, bewonderenswaardige voorstelling, ook orkestraal in de jazzy scènes onder leiding van Antonio Pappano voortreffelijk begeleid.

Toch blijft de uitbeelding van de handeling met al dat soms karikaturale naturalisme eigenlijk slechts op één niveau. Wat dat betreft slaagt Winge maar deels in zijn opzet, vooral omdat hij geen enkele sympathie wil opwekken voor Katarina. De karakterontleding van Katarina leidt, in ieder geval bij mij, tot niet meer dan de constatering dat een gefrustreerde vrouw zeer moorddadig kan worden. Waarom dat bij Katarina het geval is en bij de meeste andere vrouwen niet – zijn het haar genen of neemt ze wraak op de maatschappij? – wordt niet opgehelderd.

Maar het geval Katarina is meer dan een gewoon individueel crimineel geval, ze is geen onderwerp voor psychiatrische case-study, maar in Sjostakowitsj' kunstwerk een symbool voor de Russische revolutie, die zich ten slotte keert tegen degenen voor wie die was bedoeld. Stalin zag dat goed!

Net als Shakespeare's Lady Macbeth staat Katarina voor een machtsgreep die is gestoeld op totale meedogenloosheid. Het is een extreme uiting van machteloosheid, die ook deernis moet opwekken. En ook al wil Winge het niet, de massascènes met de arbeiders herinneren ook hier aan opera's als Khovantsjina en Boris Godoenov, opera-epen die exemplarisch zijn voor het eeuwige Russische leed.

Voorstelling: Lady Macbeth van Mtsensk van D. Sjostakowitsj door de Nationale Opera Brussel o.l.v. Antonio Pappano m.m.v. o.a. Nadine Secunde, Christopher Ventris en Anatali Kotsjerga. Decors: Benoît Dugardyn; kostuums: Jorge Jara; regie: Stein Winge. Gezien: 5/2 Kon. Muntschouwburg Brussel. Herhalingen t/m 21/2.