...Van ministerskamer naar verdiepte vensterbank...

,,Mevrouw, beschikt u wellicht over een enveloppe voor mij?'' Het moet begin 1978 zijn geweest, toen mr. M. van der Stoel zich bij de jonge PvdA-fractiemedewerkster Suzanne Baart meldde. Baart, inmiddels een van de meest ervaren fractievoorlichters op het Binnenhof, kan zich de binnenkomst van de inmiddels hooggeëerde mensenrechtenbeschermer nog goed herinneren. ,,Van der Stoel had geen envellopen, geen potloden, geen... eigenlijk niks.'' En zijn kamer leek meer een ,,verdiepte vensterbank'' dan een passend onderkomen voor een van de meer vooraanstaande leden van het kabinet-Den Uyl, tegenwoordig kandidaat voor de Nobelprijs voor de vrede.

Joop den Uyl had na de val van zijn kabinet in 1977 verordonneerd dat alle PvdA-bewindslieden die een voortgezette politieke loopbaan ambieerden, weer op de kieslijst zouden moeten staan. Dat vond hij de dure plicht van de democratie. En wie durfde ome Joop te trotseren? Dus daar gingen ze: Max van der Stoel, Jos van Kemenade, Marcel van Dam, Bram Stemerdink, Jan Schaefer, en al die anderen die de hoop koesterden dat ,,dat tweede kabinet-Den Uyl er toch wel komt''.

Het liep anders. Niet een verlengd verblijf in een ministerskamer, maar de verdiepte vensterbank werd hun deel. De Tweede Kamer werd op slag honderden kilo's zwaarder. Vergeleken met de PvdA-kanonnen in de Kamer was ene Frits Bolkestein, die eveneens in 1977 aantrad om het linkse opinieklimaat te gaan bestrijden, een schooljongen.

De parlementaire liefde ging niet zover dat de zwaargewichten in de Kamer bleven toen hun partij toch weer in 1981 even kon gaan regeren in het ongelukkige tweede kabinet-Van Agt. Wie de kans kreeg verdween toch weer naar het kabinet: Van der Stoel, Van Kemenade, terug naar de plekken met de envelloppen.