Stardust: op naar komeet

Gisteravond om 22.04 uur Nederlandse tijd is met succes vanaf de Amerikaanse basis Cape Canaveral met een Delta II-raket de Amerikaanse komeetverkenner Stardust gelanceerd. Stardust is de tweede ruimtesonde die langs een komeet gaat vliegen, maar de eerste die deeltjes van een komeet moet opvangen en naar de aarde brengen.

Stardust is de vierde in NASA's nieuwe klasse van eenvoudige ruimtesondes voor onderzoek in het zonnestelsel, de Discovery-klasse. De ruimtesonde is 1,70 meter lang en weegt 385 kilo. Na twee omlopen rond de zon zal Stardust in januari 2004 de baan van komeet Wild-2 kruisen: een enkele kilometers grote bal van bevroren gassen en stofdeeltjes die in een baan tussen die van Jupiter en Mars om de zon draait.

Stardust zal met een snelheid van zes kilometer per seconde door de wolk van gas en stof rond de kern van de komeet vliegen. Het belangrijkste doel is - naast het maken van opnamen - het heelhuids opvangen van micrometer-grote stofdeeltjes. Dat gebeurt met behulp van een wafelijzerachtige `stofvanger' die uit dikke blokken aerogel bestaat. Dit is een ultralicht en ultraporeus materiaal, gemaakt van silicium, dat de deeltjes afremt zonder ze te beschadigen. Na de komeetpassage wordt deze stofvanger in de Sample Return Capsule teruggetrokken. Als Stardust in januari 2006 weer in de buurt van de aarde komt, wordt de capsule uitgestoten, om uiteindelijk aan een parachute in de Amerikaanse staat Utah te landen.

Het wordt de tweede keer dat een komeet door een ruimtesonde wordt bezocht. De eerste keer gebeurde dat in maart 1986, toen vijf ruimtesondes langs komeet Halley vlogen. Stardust zal overigens niet alleen komeetstof opvangen, maar ook deeltjes uit de ruimte. Daarmee hopen astronomen een beter inzicht te krijgen in de processen die tot het ontstaan van ons planetenstelsel hebben geleid.