`Relatie met Israel staat onder druk'

De voorzitter van het Cidi is ,,uiterst nerveus'', de hoogleraar economie verwijt El Al ,,misdadig'' gedrag, de oud-journaliste stelt verwonderd vast dat de Israelische pers nauwelijks belangstelling heeft voor de Bijlmer-enquete: zes meningen over de breekbare relatie Nederland-Israel.

De naderende dood van de Jordaanse koning Hussein en de verrichtingen van de parlementaire enquêtecommissie naar de Bijlmerramp waren zaterdag hét onderwerp van de erediensten in de Nederlandse synagogen. ,,Koning Hussein heeft een bijzondere rol gespeeld in het vredesproces in het Midden-Oosten; daar heb ik bij stilgestaan. Hij was een man van de vrede'', zegt rabbijn Awraham Soetendorp zondag een paar uur nadat Hussein is overleden.

Toen de Jordaanse koning nog oorlog met Israel voerde, was Nederland een bondgenoot die volgens Soetendorp eraan heeft bijgedragen dat het land niet werd verslagen. ,,Met name Schiphol was van levensbelang voor het voortbestaan van Israel. Die positie mag niet verloren gaan.''

Het is volgens de rabbijn een reden waarom de verhoren van de enquêtecommissie met meer dan gemiddelde belangstelling worden gevolgd in de joodse gemeenschap in Nederland. Soetendorp: ,,Tussen Nederland en Israel bestaat een unieke organische band die gestoeld is op een historie van eeuwen. Die mag niet negatief worden beïnvloed door de tragedie met de El Al-Boeing. Ik verwacht dat ook niet, maar het gevaar ligt op de loer.''

Volgens de rabbijn bestaat er sinds de Zesdaagse oorlog in 1967 al een ,,vriendschappelijke houding bij de Nederlandse autoriteiten over het vervoer van militaire goederen die van existentieel belang zijn voor Israel''. ,,De Yom Kippur-oorlog in 1973 onderstreepte dat weer eens. Deze houding mag en kan niet veranderen.''

Soetendorp hoopt dat de Israelische autoriteiten open kaart zullen spelen onder meer ten aanzien van de vracht. ,,De bevolking van de Bijlmer heeft recht om te weten wat het vliegtuig vervoerde. De onzekerheid daarover is wurgend'', constateert Soetendorp. ,,De enquêtecommissie moet, onder meer gezien dit belang, de onderste steen boven halen.''

Deze mening wordt ook gedeeld door Arnold Heertje, hoogleraar economie. ,,De enquête omtrent de ramp met het vliegtuig van El Al levert nu al het inzicht op dat op een verschrikkelijke manier is gepoogd de werkelijke gang van zaken te verhullen. Door beleidsmakers is de gezondheid van honderden Nederlanders opgeofferd aan het uitstellen van het demasqué. Minister Jorritsma had de zaak tot op de bodem moeten uitzoeken. Dat heeft ze verzuimd. In feite is er sprake van crimineel gedrag.''

Heertje vindt dat El Al zelf het initiatief had moeten nemen om de vracht van het vliegtuig openbaar te maken. ,,Dat ze dat niet hebben gedaan, is misdadig. Het zet de relatie tussen Israel en Nederland op het spel. Ik vind dat El Al verplicht is de verdenkingen te ontzenuwen.'' De Amsterdamse hoogleraar heeft minder moeite met de speciale positie van de Israelische luchtvaartmaatschappij op Schiphol. ,,Israel is een land dat in permanente staat van oorlog verkeert met buurlanden. Dat Israel nog niet onder de voet is gelopen, is mede aan Schiphol te danken.''

Ronnie Naftaniël directeur van het Cidi (Centrum Informatie en Documentatie over Israel) wijst erop dat de speciale positie van El Al op Schiphol deels politiek, deels economisch is. ,,Met een aandeel van tien procent is El Al de grootste klant van Schiphol. De bijzondere positie is dus ook een economische en het zou een ramp voor Schiphol zijn wanneer El Al bijvoorbeeld zou uitwijken naar Brussel.''

De voorzitter van het Cidi, Tom Manheim, volgt de Bijlmerenquête ,,uiterst nerveus''. ,,De relatie wordt door zo'n incident nooit beter. Het maatschappelijk draagvlak voor de relatie tussen Israel en Nederland staat sinds 1973 onder druk. Ik hoop dat er een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de bevindingen van de parlementaire enquêtecommissie en de relatie tussen de twee landen. Het is noodzakelijk dat de El Al-medewerker die door de commissie wordt gehoord volledige openheid zal geven. Voor de relatie tussen de twee landen is dat erg belangrijk.''

Ed. van Thijn constateert dat ,,de hele situatie bedreigend is voor de relatie tussen Nederland en Israel''. De oud-burgemeester van Amsterdam omschrijft de Bijlmerramp als ,,een traumatische ervaring en als Israel dat niet op waarde weet te schatten, kan dat slecht uitwerken voor de relatie tussen beide landen. Ik heb tot nu toe nul komma nul, nul, nul begrip voor de opstelling van El Al. Ik vind dat ze volledig open kaart moeten spelen.''

Volgens Soetendorp, Heertje, Naftaniël, Manheim en Van Thijn zijn de activiteiten van de enquêtecommissie het onderwerp van gesprek binnen de joodse gemeenschap in Nederland. Publiciste Henriëtte Boas is verbaasd dat het onderwerp in Israel nauwelijks leeft. ,,Ik ben correspondent voor de Jerusalem Post geweest. Omdat ze op dit moment geen correspondent meer in Nederland hebben, heb ik drie artikelen geschreven. Maar ze zijn niet geplaatst, geen belangstelling.''