Na koning Hussein

DE KONING IS DOOD, maar het leve de koning wil nog niet iedereen spontaan over de lippen komen. Daarvoor is koning Abdallah II in verschillende opzichten een te onbeschreven blad. Jarenlang heeft Hussein samen met zijn broer Hassan het wankele schip van staat dat Jordanië is, steeds weer op een nieuwe koers gezet. Hassan stond klaar en was voorbereid om het koningschap over te nemen. Maar vlak voor zijn dood benoemde de vorst een van zijn zonen tot troonopvolger. Waarmee hij de veronderstelde zekerheid van de machtswisseling in één slag in absolute onvoorzienbaarheid veranderde.

Tegen deze achtergrond is het opvallend dat Hussein in het rouwbeklag steeds weer wordt bezongen als de stabiliteitsfactor-bij-uitstek in het Midden-Oosten. Zijn persoonlijke geschiedenis wordt immers meer getekend door onverwachte wendingen in zijn loyaliteit dan door een vasthoudende en door de jaren heen herkenbare politiek. De plotselinge verandering in de opvolging past dan ook meer in dat traditionele beeld dan in het imago van vredebouwende betrouwbaarheid waaraan de koning sinds zijn jongste bekering onmiddellijk na de Golfoorlog heeft gewerkt.

INDERDAAD HEEFT koning Hussein, sinds het akkoord van Oslo Palestijnen en Israeliërs naar vrede dwong, aan dat proces zijn volle steun gegeven. Eerder al had hij Jordaniës claim op de westelijke oever van de Jordaan ingetrokken en daarmee, bewust of onbewust, de weg geopend naar een Israelisch-Palestijns vergelijk over dat gebied. Overigens was er nog een grote crisis – Saddams verovering van Koeweit – nodig om het jarenlang slepende vredesproces dynamiek te geven. Zoals vaker in zijn koninklijke loopbaan veranderde de vorst op het laatste moment van paard. Zijn vrijage met Saddam werd gevolgd door een geloofwaardige mannenvriendschap met Israels premier Rabin. De moord op Rabin trof de nazaat van de profeet en beschermer van de heilige plaatsen van de islam tot in het diepst van zijn ziel.

Het was de chemie tussen persoonlijkheden die de handreiking tussen Rabin en Arafat in de tuin van het Witte Huis mogelijk had gemaakt. President Clinton is op zijn best als hij aan een dergelijke bewogen ceremonie gestalte kan geven. Maar het was niet genoeg. Premier Netanyahu mist het morele gezag van een man als Rabin en daarmee de macht van het grote gebaar. Gekluisterd als hij is aan een in zichzelf verdeelde coalitie ontwikkelde Netanyahu zich tot een obstakel in de gang naar vrede. Opnieuw riep de Amerikaanse president de Israelische en Palestijnse leiders bij zich, afgelopen najaar in Wye Plantation. Het was daar dat een doodzieke koning Hussein zijn reputatie van wijze staatsman bevestigde en zijn plaats in de geschiedenis van het Midden-Oosten veiligstelde. Zijn gelouterde persoonlijkheid sloot de weg terug naar oorlog en geweld hopelijk voor goed af.

DE VRAAG IS of koning Abdallah het werk van zijn vader met dezelfde overtuigingskracht kan en zal voortzetten. Israel staat voor verkiezingen die in het teken staan van hevige verdeeldheid tussen de Israeliërs onderling. Het leiderschap van de ziekelijke Arafat zal afhankelijk blijven van de mate waarin de Palestijnen de vruchten van vrede zullen kunnen plukken. En dat zal weer bepaald worden door het antwoord op de vraag of een nieuwe Israelische regering over de onafhankelijkheid en de verbeeldingskracht zal kunnen beschikken die de afgelopen jaren zo node werden gemist.

Abdallahs handen zullen niet alleen gebonden zijn door de ontwikkelingen in de buurlanden. In Jordanië zelf is de monarchie in de loop van Husseins bewind van crisis naar crisis gewankeld. Slechts het charisma en uiteindelijk de populariteit van de overleden vorst heeft de dynastie steeds weer nieuwe kansen gegeven. Het beklag van diepe rouw wordt de Jordaniërs ook ingegeven door de onzekerheid over de eigen toekomst, die met het verscheiden van hun koning is ontstaan.