Ik kreeg er kippenvel van, zo mooi...

Bert van der Wiel: ,,Parkzicht was er toen al, Habanera, waar de Jumping Jewels speelden, de Spes op Zuid... Later kreeg je de Beatkelder onder de Maasbruggen... en dan had je buurthuis Pendrecht, daar speelden ook bandjes. Je ging heen met de bus naar Pendrecht en terug... we vonden het een sport om op het nippertje de laatste bus te halen en hem toch te laten gaan! Dat deed je expres, zeg maar, en dan gingen we lopen, vanaf Zuidplein de Maastunnel door, en dan naar huis, dat was een pokke-eind! Vaak werd er helemaal niks gezegd tijdens zo'n wandeling: handen diep in je zakken, even kort pauzeren voor een shaggie... zo'n tocht duurde wel een uur. Dan was het half een en dat vond je laat hoor!

In april 1945 ben ik geboren; mijn vriendjes en ik speelden op `De Puin', zoals de vlakte op de grens tussen Rotterdam en Schiedam genoemd werd, overgebleven na het vergeten bombardement. Foutje van de Engelsen.

`Rotterdam werkstad', het klinkt als een cliché maar het was gewoon waar. Tijd voor uitgaan was er niet veel, iedereen was met de wederopbouw bezig. Vergeleken met de andere grote steden was er nauwelijks vertier.

Mijn vader zat in zo'n mondharmonicatrio; ik had nooit problemen met m'n ouders, over lang haar of zo... `Artiesten zijn nou eenmaal exentrieke figuren', zei m'n moeder dan. Mijn vader werkte keihard, en toen ik te kennen gaf ook in de muziek te willen heeft-ie me wel gewaarschuwd: `Eerst een vak leren.' Ik heb vijf jaar op de koksschool gezeten. Maar toen ik veertien was had ik al zo'n bandnummer, waar ook André van Duin bekend door is geworden. M'n vader hielp me aan optredens – als hij een schnabbel had en hij was al bezet dan was het van: `Nou, m'n zoon kan ook optreden hoor.'

Op zaterdagavond luisterde ik altijd naar radio Luxemburg en hoorde voor het eerst `Baby's in Black' van de Beatles: in pyjama, knielend voor de radio met het rechteroor tegen de luidspeaker gedrukt: ik kreeg er kippenvel van, zo mooi... Dat introotje probeerde je op je kamertje dan na te spelen, op twee snaren.

Wat had je nou in Rotterdam aan bandjes? Veel gitaargroepen: The Cheeta's, The Explosions, Les gars du Nord... Vergeleken met Den Haag niet veel, je vertelde ook niet dat je uit Rotterdam kwam, dat was niks om trots op te zijn.

Na mijn diensttijd ging ik slaggitaar spelen in een bandje genaamd `The Rocking Jesters', later noemden we ons `Tiepies', maar wel op z'n Nederlands! Sommige zaaleigenaren kondigden ons aan op z'n Engels, zo van `Dames en heren: De `Taai Paais!', haha.

Na het repeteren liepen we 's avonds vaak langs De Doelen. en dan wees ik naar dat gebouw en zei: `Jongens, op een goeie dag spelen wij HIER!' Dat zeg je dan zo, weetjewel...

Er kwam een talentenjacht in gebouw Odeon. `The Dukes' was onze mededinger: een Crooswijkse band, maar hun fans in de zaal, dat was me een tuig zeg, en wij wonnen nog ook. Maar op een gegeven moment komt een van de juryleden naar ons toe, achter de Bühne, hij zegt: `Jullie hebben gewonnen maar we durven hier echt de prijs niet uit te reiken want dan breken die Crooswijkers de hele tent af.'

We werden al met al toch bekender maar er kwam ook meer concurrentie: The Mega's, The Fab, The Road Runners Sect... Het repertoire was allemaal zo'n beetje Beatles, Stones, veel Kinks.

Mijn vriendje Frank en ik besloten om de naam van de band en het repertoire drastisch te veranderen: het werd `Frank & Bert and the Soul Serenade'. We gingen op een wat heavy manier soulnummers vertolken, blazers erbij, allemaal strak in het pakkie, en dat sloeg aan: Rotterdam werd als contrast met Beatstad Den Haag `Soulstad nummer een'! In het kielzog van die ontwikkeling zijn heel wat legendarische bands ontstaan: The Soul Sound, The Swinging Soul Machine, The Free... Het gekke was dat bekende Haagse bands toen in ons voorprogramma terecht kwamen. Het duurde niet lang of we werden door Paul Acket gevraagd om in het voorprogramma van de `The Small Faces' te spelen. In De Doelen!

De Doelen was natuurlijk op akoestisch gebied een fantastisch gebouw maar je moet als band in zo'n zaal wel vooraf een soundcheck doen! Gelukkig hadden wij dat gedaan. Zij niet, dus dat was tijdens het optreden niet om aan te horen! We speelden die gasten helemaal naar de Filistijnen! Je had de krantenkoppen moeten zien de volgende dag: `De Engelse Small Faces vielen tegen, maar wat niet tegenviel waren Frank and Bert and The Soul Serenade.

Na het `Modern Beat Festival 1967' in de Energiehal zouden we een platencontract krijgen en met nog grotere festivals mee mogen doen. Maar het werd niks... Waarom? Gewoon: verneukt, allemaal gelul, gebakken lucht... En daarna het dieptepunt, de een na de ander kreeg verkering, zelf begon ik daar niet aan want ik wist: daar komt alleen maar ellende van! Ja en dan gaat zo'n groep uit elkaar: die ging eruit, en dan die...

Veel later ben ik in `Champagne' terechtgekomen... negen hits in vijf jaar, je weet dan niet meer wat er met je gebeurt hoor! Dan ben je echt... dan word je over de hele aardbol geslingerd... kijk hier hangen ze, de gouden platen. Voor het geld heb ik het nooit gedaan en rijk ben ik er dan ook niet van geworden, ben je belazerd. Muzikanten zijn altijd uitgemolken.''