EEN METSELAAR DIE KAN VLIEGEN

Zaterdag werd Hermann Maier wereldkampioen op de afdaling, een paar dagen eerder was hij dat al samen met de Noor Lasse Kjus op de Super G. Een beresterke man op ski's, een man die de top heeft bereikt door heel hard te werken. Vooral trainen en nog eens trainen.

In Vail/Beaver Creek, waar dezer dagen de wereldkampioenschappen skiën worden gehouden, herinneren ze hem vooral als de man van de salto in Nagano. Dat een skiër met twee meter lange latten aan zijn voeten zestig meter door de lucht kan vliegen, dwars door een vangnet heen kan schieten en een paar keer over de kop kan slaan, alvorens op te staan alsof zulke bewegingen een dagelijkse bezigheid zijn. Daar smullen Amerikanen van, dat maakt een skiër als Hermann Maier voor Amerikanen onsterfelijk.

Drie dagen later veroverde Maier de gouden medaille op de Super G, alsof er voorheen tijdens de afdaling niets gebeurd was. En weer een paar dagen later werd de Oostenrijker zomaar olympisch kampioen op de reuzenslalom. Maier mag dan stoer en sterk zijn, onverschillig heeft de spectaculaire val hem nooit gelaten. Vóór de eerste race na zijn buiteling op de olympische piste, had hij de pastoor die de Oostenrijkse skiploeg begeleidde op zijn hotelkamer ontboden en had hij samen met zijn vriendin Petra God bedankt voor zijn genade en hem vervolgens gebeden ook in de komende wedstrijden niet van zijn zijde te wijken.

Tijdens de vlucht boven de witte wereld rondom Nagano schoot de volgende gedachte door Maier heen: ,,Als ik nu nog goud win, ben ik onsterfelijk.'' Dat durfde hij later te bekennen. Maier ziet er uit als een wildebras, als een man die geen gevaar ziet. Zoals hij zich van de hellingen stort, zoals hij zich door de bochten slingert, zonder tempo te verminderen, bijna zonder op of om te zien. Dat ziet er uit als onbeheerst. Maar Maier zegt: ,,Ik weet wat ik doe, ik weet wat ik kan. Als ik mij door angst laat leiden, kom ik nooit beneden.''

Hij is een krachtmens, een man die alles ondersteboven skiet wat hij tegenkomt. Vandaar zijn bijnaam der Herminator, geinspireerd op die andere Oostenrijkse spierbundel Arnold Schwarzenegger, of wel the Terminator. Doping natuurlijk, menen de mensen die hem niet van nabij kennen en die hebben vernomen van de voormalige DDR-trainer die tot voor kort werkzaam was op het olympisch steunpunt Obertauern. Doping natuurlijk, wie zo sterk is, zich zo vastberaden naar beneden stort, moet op z'n minst iets slikken. Maier reageert doorgaans koel op de aantijgingen, maar soms ook venijnig: ,,Het is belediging voor iemand die zo hard traint en het is een zwaktebod van mensen die zelf nooit winnen.''

Hermann Maier is een self made kampioen. Hij is tijdens zijn jeugd niet verwend, hij heeft geen financiële tegemoetkomingen van sponsors of overheid gehad om tot de besten van de wereld te behoren. Hij was een natuurtalent, dat wel. Wie in een van de mooiste skigebieden van Oostenrijk, Flachau in het Salzburgerland, is geboren en is opgegroeid tussen de skihellingen, is bevoordeeld. Maar dat zijn meer skiërs. Zijn vader was eigenaar van een skischool, een skileraar, dat zou een extra voordeel kunnen zijn. Tussen zijn tiende en veertiende was Hermann Maier meervoudig kampioen van het Salzburgerland. De weg naar de top lag voor hem open.

De loopbaan van Maier stagneerde doordat hij in zijn puberteit groeiproblemen kreeg. Hij groeide alleen in de lengte, kreeg last van zijn spieren en gewrichten en slaagde er niet meer in zijn lichaam te controleren. Dus werd hij geen skikampioen, maar metselaar. Plichtsgetrouw sjouwde hij met cementzakken en bakstenen, werkte hij van 's morgens heel vroeg tot 's avonds heel laat. ,,Ik werkte zolang het nodig was. Ik keek nooit op mijn horloge. Het duurde heel lang voordat ik wist dat voor overwerk ook betaald werd.''

Bijna tien jaar lang buffelde hij als metselaar en werd hij zo sterk als een beer. Skiën deed hij wel, maar meer als leraar bij vader op de skischool dan als wedstrijdskiër. Pas rond 1995 besloot hij het weer als wedstrijdskiër te proberen. ,,Ik zei tegen mijn baas: ik ga het deze winter nog één keer proberen. Wanneer ik in het voorjaar terugkom, heb ik gefaald. Dan blijf ik metselaar in de zomer en skileraar in de winter.''

Maier keerde niet terug in de bouw. Hij werd kampioen van het Salzburgerland, kwam in de Oostenrijkse selectie, won het eindklassement van de Europa Cup (een tweede rangs competitie) en plaatste zich voor de wereldbekerwedstrijden. Zijn tiende wereldbekerwedstrijd, in Garmisch Partenkirchen, won hij. En vanaf dat moment was Maier niet meer te stuiten. Op zijn latten van 2 meter 20 joeg hij de hellingen af, niet alleen rechtdoor in de afdalingen, maar ook langs de poorten van de Super G en de reuzenslalom. Maier liet de concurrenten in verbazing achter.

Trainen, trainen, trainen. Meer op zijn mountainbike en zijn hometrainer dan op de latten. Drie bakstenen op de ene hand, drie bakstenen op de andere hand, zoals hij vroeger gewend was, zo kun je ook aan krachttraining doen. ,,Hij is een gebrandmerkt kind'', zegt de Oostenrijkse skitrainer Karl Frehsner. ,,Hij is verbitterd dat hij jarenlang is miskend en niet werd geselecteerd voor de Oostenrijkse ploegen. Dat heeft hem zo ambitieus en verbeten gemaakt. Hij is een voorbeeld voor de jeugd. Werken en niet zeuren.''

Hij is een man die aanraking met de pijngrens niet schuwt. Na zijn val in Nagano verging hij van de pijn in zijn rug. Pijnstillende injecties, voor zover mogelijk, hielden hem op de been. ,,Als ik pijn voel, word ik sterker.'' Ook de afgelopen maanden werd hij langdurig gehinderd door pijn, pijn in zijn rug, pijn in liezen, pijn in zijn bovenbenen. ,,Veel te hard getraind, ik wil maar sterker worden, ik wil geen pijn meer voelen, ik laat me niet afremmen.'' Trainer Toni Giger probeert het trainingsdier te temmen, maar begrijpt dat zonder die spartaanse methoden Maier maar een halve Maier is.

Trainen gaat boven alles. Wanneer traint wil hij gestoord worden. Dan hoeven zelfs kinderen niet in zijn buurt te komen voor een handtekening. Straks heeft hij tijd, nu niet. Eén meter 81 lang is Maier, en 86 kilo zwaar. Een man om tegenop te kijken. Een man om bang voor te zijn. Als hij eenmaal niet gewonnen heeft, zint hij op revanche. Zoals laatst, toen het nieuwe Oostenrijkse talent Benjamin Raich hem nota bene in zijn eigen Flachau versloeg. ,,Niet dat hij in Flachau won, maar dat hij van mij won, maakte me razend. Dat gaf me een extra stimulans om nog harder te trainen.''

Vorige week werd Hermann Maier voor de eerste maal in zijn loopbaan wereldkampioen. Tweemaal was hij al olympisch kampioen, hij won al de algemene wereldbeker, de wereldbeker van de Super G en de wereldbeker van de reuzenslalom. In Vail/Beaver Creek moest hij zijn eerste wereldtitel delen met de Noor Lasse Kjus. Zaterdag nam hij op de afdaling revanche, zoals alleen de Herminator dat kan, op 0,31 seconden gevolgd door Kjus. De Amerikanen in Colorado juichten hem toe alsof hij een van hen was. Een man die kan vliegen, dat spreekt tot de verbeelding. Zestig meter nog wel, dat is aanzienlijk verder dan Michael Jordan.

    • Guus van Holland