Beteugelen van hoogwater in de Maas kostbare operatie

Om een herhaling van de wateroverlast in 1993 en 1995 te voorkomen, wordt de Maas de komende jaren over een lengte van 222 kilometer grondig aangepakt. Sinds vorige week vrijdag liggen de plannen ter inzage in 42 gemeentehuizen.

Een foto in de lobby van hotel Valuas in Venlo herinnert aan het hoogwater van Kerstmis 1993. Hotelier F. Swaghoven leed destijds een schade van anderhalf miljoen gulden. De wijnkelder, vloerbedekking en meubilair, alles stond blank. Ruim een jaar later, februari 1995, stond het Maaswater nog hoger. Ditmaal was de schade aanzienlijk kleiner. ,,We hebben van moeder Maas geleerd. Binnen een dag kan ik de zaak nu ontruimen.''

Na de hoge waterstanden van 1993 en 1995 zijn op verschillende plaatsen langs de Maas in hoog tempo kaden opgeworpen. De kans dat de achterliggende gebieden onderlopen is nu nog maar eens in de vijftig jaar. Maar dat is niet veilig genoeg, vinden rijk en provincies. De Maas is een regenrivier, waardoor grote schommelingen voorkomen in de watertoevoer. Gemiddeld eens in de zeven jaar krijgt de rivier enorm veel water te verwerken. In het Deltaplan Grote Rivieren, dat kort na de wateroverlast in 1995 werd opgesteld, is bepaald dat het risico op overstroming in de Maasvallei terug moet naar een kans van eens in de 250 jaar. Met die afspraak als belangrijkste uitgangspunt hebben ingenieurs van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, de provincie Limburg en het departement van Landbouw Natuurbeheer en Visserij een aantal plannen gemaakt voor `rivierverruiming', waardoor de Maas ook bij hoogwater voldoende capaciteit heeft.

De definitieve voorstellen werden vorige week in hotel Valuas gepresenteerd door De Maaswerken, het samenwerkingsverband van de provincie Limburg en de betrokken ministeries. Sinds vorige week vrijdag kunnen de inwoners van 42 gemeenten langs de Maas – van Maastricht tot het Brabantse Hedel – inspreken op de plannen. Nog dit jaar zal staatssecretaris M. de Vries (Waterstaat) samen met minister Pronk (VROM) een keuze maken uit de voorstellen. In 2000 neemt het kabinet naar verwachting een definitief besluit over het tracé van 222 kilometer.

Naast het verkleinen van de kans op overstromingen kreeg de projectorganisatie ook opdracht de bevaarbaarheid van de Maas voor de beroepsscheepvaart te verbeteren. Ook moet de natuur langs de rivier weer een kans krijgen. In de voorstellen komt De Maaswerken met vier alternatieven waarin die doelstellingen zijn verwerkt. In de eerste twee plannen, de zogeheten basisalternatieven, wordt alleen gekeken naar bescherming tegen hoogwater door ingrepen in het zomerbed: het uitdiepen van de vaargeul over een lengte van 111 kilometer of het verbreden van de rivier met gemiddeld zo'n 35 meter langs 88 kilometer oever.

Het uitdiepen van de Maas is een stuk goedkoper dan verbreding, omdat het delfstoffen oplevert, zoals zand en grind. Bovendien komt bij het verbreden een grote hoeveelheid verontreinigde, onverkoopbare grond vrij, die in depots moet worden opgeslagen. De projectorganisatie raamt de kosten op respectievelijk rond de een miljard en twee miljard gulden. Deze bedragen zijn exclusief de kleine 840 miljoen voor verbetering van de vaarroute. Naar verwachting kan daarmee pas na 2010 worden begonnen, omdat het kabinet dat geld in het najaar heeft geschrapt uit het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport.

Om de natuur te versterken wil De Maaswerken ook ingrijpen in het winterbed tussen de dijken en de vaargeul. In de laatste twee plannen - het combinatie-alternatief en het Meest Milieuvriendelijk Alternatief (MMA) - pleit de projectorganisatie daarom voor het aanleggen van vier zogeheten hoogwatergeulen tussen Venlo en Vierlingsbeek. Deze geulen zijn aangetakt aan de benedenstroomse zijde van de rivier en hebben een lengte van enkele kilometers. Normaal staat er in de geulen zo'n twee meter water, maar tijdens hoogwater bieden de geulen extra opvangcapaciteit.

Een ander plan is het aanleggen van een retentiebekken ten westen van het Lateraalkanaal bij Roermond. Rond een retentiegebied ligt een dijk waar het Maaswater bij hoogwater overheenstroomt. Daarna wordt het water net zo lang vastgehouden todat het verantwoord is om weer te lozen op de rivier. Ook zijn er plannen om delen van het winterbed af te graven, waardoor een moerasgebied ontstaat waarin mogelijk allerlei plantensoorten terugkeren die door de kanalisatie zijn verdwenen.

Van de vier alternatieven biedt het MMA de meeste kansen voor natuurontwikkeling. Bovendien houdt het rekening met cultuurhistorische patronen in het landschap. Door de hoge kosten (bijna twee miljard gulden) die verbonden zijn aan het afgraven van het winterbed - veelal onverkoopbare grond – lijkt dit plan evenwel financieel onhaalbaar. De Maaswerken verwacht dat het combinatie-alternatief (totale kosten bijna twee miljard gulden), of een variant daarop, de meeste kans maakt om door staatssecretaris De Vries te worden aangewezen. Overigens neemt zij pas een beslissing als de inspraakprocedure, die loopt tot 1 april, is afgerond.