Bent u corrupt?

Haagse taxichauffeurs zijn anders dan die in andere steden. In Rotterdam houdt de chauffeur het meestal bij wat beleefdheidsvragen – als hij al wat zegt –, in Amsterdam nemen de meeste chauffeurs niet te moeite het woord tot je te richten of gaan bellen met een van hun vriendinnen, maar in Den Haag word je uitgeleverd aan ofwel een stadsgids (`Zie u dah gebouw daoh? Een flat voah studenteh! Zouah willuh dat ze mij zoan huis zouduh gevuh!'), een politiek analyticus (`Dat toarentjuh van Kok: wegbombarderuh!') of een eenvoudige kankeraar: `Stoat het goadverdomme weearh vast op de Utrechsebaon! Asfalteruh dat Malieveld!'

Onlangs diende zich een nieuwe categorie Haagse taxichauffeurs bij mij aan: de belastingadviseur. We waren nog niet weggespoten vanaf het Centraal Station of hij begon al te informeren naar mijn werk. ,,Ik ben veel onderweg'', antwoordde ik cryptisch. ,,In de computers zeker?'' ,,Nee, journalist.'' ,,Waarvoor?'' Ik zei: ,,Ik ben eigen baas.'' Hiermee dacht ik te ontkomen aan een ingewikkeld verhaal over de Nederlandse media. De taxichauffeur stak nu pas goed van wal. ,,Eigen baas? Beuluh voar de belastinguh zal u bedoeluh! Schijtziek word ik van die kankerluih!'' Interessante analyse, dacht ik, uitkijkend op het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Mijn bestemming, een sjiek advocatenkantoor op de Scheveningseweg, was binnen handbereik. ,,Ik ben ook eigen baas'', zei de chauffeur bij Madurodam. Dat wist ik. Ik ken de problematiek van de taxichauffeur en ben geheel op de hoogte van de dreigende liberalisering van de taxiprijs.

We rijden de parkeerplaats van het advocatenkantoor op. Achter ons een Jaguar waarin een grijze man in pak – een Amsterdamse taxichauffeur? – zit te bellen. ,,Bent u corrupt?'' vraagt de taxichauffeur opeens. Nu was ik toch wel enigzins van mijn stuk gebracht. ,,Nou, ik geloof niet dat ik...''

,,Nou, want anders had ik u een boekje taxibonnen gegeven. Ik vind: eigen bazen moeten elkaar altijd steunen. Dat doe ik wel vaker bij ondernemers: geef ze gewoon direct een heel boekje. Makkelijk zat!'' Hij opent zijn handschoenenkastje waar een stapel blokjes ligt met taxibonnen. De Jaguar achter ons toetert: we blokkeren de oprijlaan.

,,Ik wil gewoon één bon'', zeg ik. Wel geef ik hem een paar gulden fooi.

,,Zwaar te gek'', antwoordt de taxichauffeur. Ik stap uit en denk: als ik de volgende keer bij hem in de taxi zit weet ik niet wat ik doe.