Akkale zingt ook voor Hollanders

Al vier keer in Nederland hebben opgetreden maar nog nooit echte Hollanders hebben gezien, dan kan als je uit Turkije komt. De Turkse gemeenschap hier te lande heeft (net als de Marokkaanse) een eigen circuit en onthaalt daar na het roeren van de eigen tam-tam zijn eigen artiesten zonder dat er een kaaskop aan te pas komt of zelfs maar van hoort.

Dat zangeres Belkis Akkale pas zondag in het Tropeninstituut in Amsterdam haar Nederlandse debuut maakte, zoals het programmablad meldde, was dus weliswaar formeel onjuist, maar niet wat betreft het gevoel erbij. Want voor het eerst bevond ze zich hier pas echt in den vreemde: in een waardig Hollands koloniaal gebouw voor een gedeeltelijk Hollands publiek. Dat haar teksten ook nog werden vertaald – heel prettig en puntig door Funda Müjde – droeg ongetwijfeld bij aan haar besef in een ander land te verkeren. Deze gelegenheid greep ze bij herhaling aan om nadrukkelijk voor vrede te pleiten tussen mensen en hele volken.

Dat Akkale bij dit alles ook nog overtuigend zong was natuurlijk niet onbelangrijk. Haar zeer diepe alt deed soms denken aan die van `onze' Lenny Kuhr en bleek door de voortreffelijke akoestiek van de Grote Zaal ook over te komen zonder versterking. ,,Ik wilde even genieten van mijn eigen stem'', lichtte ze toe na haar vrijwel zonder microfoon gezongen versie van Agliyam, een theatraal hoogstandje waarop ze, zoals ze na afloop verklaarde, maar liefst twee jaar had gestudeerd. Op haar nieuwe cd Baris Türkümü is dit stuk ook te vinden, samen met andere türkü-liedjes, een genre met sterke wortels in de volksmuziek. In Nederland bestaat er nauwelijks een equivalent voor; met liedjes van Walcheren, uit de Achterhoek en Limburg kun je hier hoogstens aan komen zetten bij een bejaardenhuis of een regionale radio-zender zonder budget.

Het duurde even voordat het doordrong dat er op een deel van Akkale's repertoire ontspannen kon worden gedanst, ook al waren alleen de gangpaden daarvoor beschikbaar. Dat daarbij het voortouw werd genomen door de leden van Kardelen was opmerkelijk omdat deze meidengroep onder leiding van de Helmondse zusjes Çelik voor de pauze heel iets anders had laten horen. De band kreeg voor het stijf zittende publiek weinig tijd om naar zijn beste vorm te groeien maar wist dankzij de fris spelende gitariste (was dit nu Turkse hardrock?) en de soms aan Nina Hagen herinnerende zangeres Tijen Çelik wel stevig de handen op elkaar te krijgen.

Dat Kardelen binnenkort ophoudt een exclusieve meidengroep te zijn en dat Akkale werd begeleid door zes ernstige mannen onderstreept slechts dat de manifestatie `Vrouwen in Zaken' die t/m eind februari het Koninklijk Instituut voor de Tropen beheerst, iets anders is dan `vrouwenzaken' in enge zin.

Concert: Zangeres Belkis Akkale met Ensemble voorafgegaan door de groep Kardelen. Gehoord: 7/2 Grote Zaal Tropeninstituut Amsterdam. Volgende concerten in de serie Vrouwen in Zaken: 14/2 Denise Jannah, 20/2 Sapho en 28/2 Sheika Rimmitti.