Zoeloe-mandje van telefoondraad

Zuidelijk Afrika geldt als de bakermat van de menselijke beschaving. De aandacht voor het gebied dat het huidige Namibië, Botswana, Zimbabwe, Mozambique, Angola en Zuid-Afrika omspant, richtte zich tot voor kort dan ook voornamelijk op de geschiedenis ervan. Hedendaagse kunst en design uit zuidelijk Afrika werden, in tegenstelling tot die uit andere delen van zwart Afrika, grotendeels genegeerd. De Rotterdamse Kunsthal probeert dit te compenseren met een breed opgezette tentoonstelling van design uit het betreffende gebied.

Een deel van de objecten, die afkomstig zijn uit de collecties van binnen- en buitenlandse musea en verzamelaars, is van een typische, archaïsche schoonheid die in het algemeen geassocieerd wordt met Afrikaanse kunst. Een weinig verhullend schaamschort van kleurige kralen en touw, een met ijzer beslagen mantel van een Herero-vrouw, met geometrische patronen beschilderde kalebassen en gedetailleerd gesneden lansen stralen tijdloosheid en de invloed van eeuwenlange tradities uit.

Wat deze voorwerpen betreft is de typering `etno design' verdedigbaar. Ze zijn door de tijd heen weinig veranderd en gebonden aan een bepaald gebied. Voor een groot deel van de overige tentoongestelde objecten, daarentegen, is het predicaat `etno', zoals gebruikt in de ondertitel van de tentoonstelling, eerder een uiting van eurocentrisme dan een vlag die de lading dekt. De sieraden, gebruiksartikelen en sierobjecten weerspiegelen vele externe invloeden, zijn modern vormgegeven en zijn net zo modegevoelig als Italiaanse designmeubelen.

Het ontwerp van de tentoongestelde pijpen is direct terug te voeren op de Goudapijp en de Duitse Ulmpijp, die met de introductie van de tabak door Europeanen hun intrede deden in zuidelijk Afrika. Gegraveerde struisvogeleieren werden al in 1770 gesleten aan Westerse reizigers. Ook de voor het toerisme vervaardigde stoffen vruchtbaarheidspoppen en een waaier van struisvogelveren zeggen meer over het beeld dat Europeanen hadden en hebben van Afrikaanse kunst dan dat ze een authentieke uiting van inheemse esthetiek zijn.

Interessanter is het gebruik van uit het Westen afkomstige materialen en motieven in traditionele ontwerpen. De kleurrijke oorpluggen die vroeger werden vervaardigd uit ivoor of been, worden tegenwoordig gemaakt van vinyl en asbest. De vorm van ceremoniële Ovambo messen, die traditioneel voorzien waren van een driehoekige schede, is ingrijpend veranderd onder invloed van de aanwezigheid van Westerse vuurwapens, zoals een exemplaar in de vorm van een AK47-geweer aantoont. De uit kralen en stof gemaakte Xhosa nekbanden, die van origine per regio verschilden in patroon en kleur, zijn vanaf de jaren zestig voornamelijk uitgevoerd in de zogenaamde `popstijl', waarin blauw, groen en zwart overheersen. Een recent ontwerp geïnspireerd door de Westerse stropdas illustreert dat ook de vorm onderhevig is aan verandering.

De absorbtie van vreemde materialen in tradionele ontwerpen resulteert vaak in interessante kruisbestuivingen. Zo zijn de knopen van een Brits legeruniform gerecycled tot onderdeel van een staatsieketting. Het decoratieve gebruik van veiligheidsspelden op kleding en sieraden neemt een hoge vlucht. Het patroon van gekruiste veiligheidsspelden op een schouderdoek ademt een onverwachte, abstracte schoonheid en een armband van spelden en kralen doet de banale aard van het basismateriaal vergeten. Hetzelfde geldt voor de Zoeloe-mandjes gevlochten van kleurig telefoondraad, het schaamschort waarin een oud quartz-horloge is verwerkt en een geluksamulet gemaakt van hulzen van injectienaalden. De betekenis van de materialen verandert onder invloed van het ontwerp. Een Europese spijker in een kunstig gevlochten leren etui is niet langer een nagel maar is geëvolueerd tot gereedschap voor leerbewerking. De Westerse materialen worden succesvol opgenomen en getransformeerd zodat een hybride ontstaat van Westers materiaal en Afrikaans ontwerp.

Vormen van verandering; etno design uit zuidelijk Afrika. T/m 25/4 in Kunsthal Rotterdam, Westzeedijk 341. Open: di-za 10-17u., zo 11-17u.