Werk is maar één van de spoken

,,In Nederland hebben we de traditie dat we geen verschil maken tussen lichamelijke en psychische ziekten.'' Dat zei voorzitter Terpstra van de christelijke werknemers voor de radio als boze reactie op de uitspraak van voorzitter De Boer van werkgevers in het midden- en kleinbedrijf, dat mensen met psychische problemen niet in de WAO thuishoren. Daargelaten de vraag of men bij iets van een paar tiental jaren van traditie kan spreken: het gepsychologiseer over eigen en andermans gevoelens en gedrag is in Nederland immers pas in de jaren zeventig goed op gang gekomen. Wel is het in geen land zo aangeslagen als hier. Nederland heeft ook het hoogste aantal psychologen per hoofd van de bevolking ter wereld.

Een belangrijker vraag is of een gevestigde traditie altijd moet blijven. Er zijn in Nederland tradities verlaten die bij nader inzien te veel nadelige gevolgen hadden. Paling trekken in de Jordaan, stakingsverbod voor ambtenaren, kaalscheren van eerstejaarsstudenten.

De WAO blijkt ook veel nadeligs te weeg te brengen, doordat wel erg véél mensen arbeidsongeschikt worden verklaard, van wie een derde wegens psychische klachten. In Nederland veel meer dan in andere Europese landen. Vergeleken met Duitsland zouden het er 280.000 moeten zijn in plaats van de huidige 900.000. Als belangrijkste oorzaak van de 300.000 om psychische redenen ongeschikten wordt de steeds hoger wordende werkdruk genoemd. Deze levert psychische stress op die de lichamelijke gezondheid ondermijnt.

Er zijn inderdaad voldoende aanwijzingen dat stress via een ontregelde hormoonhuishouding kan leiden tot lichamelijke kwalen: vermoeidheid, hoofdpijn, buikpijn, rugklachten enzovoort. Daar ligt de kern van het vraagstuk dan ook niet. Waar het op aan komt is te begrijpen waardoor zo veel mensen hun werk als druk ervaren. En dan is het tamelijk onvruchtbaar voornamelijk beschuldigend in de richting van werkgevers te kijken, die verantwoordelijk zouden zijn voor een slecht werkklimaat. Als straf moeten zij hun `opgebrande' werknemers het eerste ziektejaar doorbetalen. Dat zal hen leren. Als ik mijnheer De Boer was zou ik daar heel boos over zijn.

Alleen al een vergelijking met vroeger zou mensen aan het twijfelen moeten brengen. Maar het is in dit opzicht met het historisch besef al net zo gesteld als wanneer Kamerleden de belangrijkste Nederlandse politici van deze eeuw moeten noemen en niet verder kunnen terugdenken dan Drees. Om nog niet eens te spreken over toestanden in de fabrieken, op kantoor zat men in de eerste helft van deze eeuw van half negen tot zes – niet op goedgekeurde Arbostoelen – en op zaterdag tot één uur. Eén week vakantie en geen sociaal vangnet bij ontslag. Een enkeling werd wel eens overspannen, maar van `burn out' had niemand nog gehoord. Maar toen had ook niemand de mensen nog wijsgemaakt dat werken op z'n minst een uitdaging moest zijn en liefst ook prettig en afwisselend. Dat is het wonderlijke idee dat in de jaren zeventig in omloop is gebracht, samengevat in het al even wonderlijke begrip `recht op arbeid'. Omdat je jezelf op de werkvloer zou kunnen ontplooien in een zelfverwerkelijkingsproces.

Een ultiem misverstand dat wel tot diepe en misschien ziekmakende teleurstelling moet leiden. Werk is geen recht, maar een plicht, omdat er nu eenmaal veel te doen is. Er moeten huizen worden gebouwd, post bezorgd, kabels aangelegd, zieken verzorgd, treinen bestuurd, koeien gemolken, kinderen onderwezen, haren geknipt. En wat niet al. En rond productie, distributie en dienstverlening is ook nog eens een net van al dan niet vage tussenfuncties ontstaan. Dat moet allemaal gebeuren. Dat sommig werk ook nog wel aardig is om te doen – zij het meestal toch ook slechts af en toe – neemt niet weg dat de meeste arbeid niet echt gelegenheid geeft aan je zelfontplooing te werken. Daar is het niet voor, maar gelukkig heb je wel het recht ervoor te worden betaald en met een beetje geluk heb je er aardige sociale contacten.

Het misverstand wordt nog dagelijks voedsel gegeven in personeelswerving. Vanmorgen op de radio joelde het nog: – Je wilt toch ruimte voor je eigen stijl van werken! – Je reinste voor-de-gek-houderij. Maar de mensen zijn er wel in gaan geloven. In veel verhalen van hen die zijn opgebrand klinkt de teleurstelling door dat een dergelijke ruimte er helemaal niet was. Men moest zich voegen in een systeem. En in plaats van uitdagende afwisseling was er meestal veel van hetzelfde te doen. Opvallend is ook dat velen zeggen dat ze zo moe thuis kwamen van het werk. Alsof dat eigenlijk niet zou horen. Een realistischer beeld van nut en noodzaak tot werken zou, denk ik, de stress al kunnen verminderen.

Een ander punt dat in de discussies weinig naar voren komt zijn de individuele persoonlijkheidsverschillen. Die komen het duidelijkst tot uiting als mensen opsommen wat ze naast het werk nog aan taken en verantwoordelijkheden hebben. Zorg voor zieke ouders bijvoorbeeld, een aandacht opeisende relatie of kinderen met leermoeilijkheden. Sommigen kunnen van allerlei combineren, doordat zij, als ze met het één bezig zijn, het andere letterlijk uit hun hoofd kunnen zetten, tot het moment dat ze moeten overschakelen. Anderen kunnen dat naar aard en aanleg niet: terwijl ze met het één bezig zijn spookt al het andere dat ook nog moet gebeuren blijvend door hun hoofd. Dat leidt tot een aanhoudend gevoel te kort te schieten ten opzichte van datgene waaraan men op dat moment géén aandacht kan geven. Dat roept vervolgens spanning op en bij voortduring daarvan stress. Dat heeft met de werkdruk alszodanig dus weinig te maken. Het werk is maar één van de spoken. Maar wel één die zich makkelijk leent voor zondebok. Het is een bekend verschijnsel – je bent tenslotte psycholoog of niet – dat mensen geneigd zijn de oorzaak van falen toe te schrijven aan factoren die zo ver mogelijk buiten hun invloedssfeer liggen. En liever niet aan eigen onmacht.

Ik ben het dus met de heer De Boer eens dat de werkgevers niet de lasten zouden moeten dragen ,,voor werknemers die psychische klachten krijgen door omstandigheden buiten het werk, zoals familie-omstandigheden''. Een tijdelijke WAO-uitkering, zoals door hem voorgesteld, zou hier beter passend zijn.