Wat moeten we doen met de buurtpedofiel?

Een volksgericht tegen veroordeelde pedoseksuelen uit de buurt is niet voorbehouden aan eigenzinnige Urkers. Vooral als de zaak op z'n beloop wordt gelaten, nemen burgers het recht in eigen hand. Maar hoe moet het dan wel?

Op het hofje in de stedenwijk van Almere heerst een onrustbarende stilte. Het basketbalveld is leeg. De wipkippen staan er werkeloos bij. En uit de talrijke bosjes duikelen geen kleuters die verstoppertje spelen. De meeste kinderen blijven liever binnen, weet buurtbewoonster Tiny Geelen. Ze zijn als de dood. Dat komt zo: de 18-jarige buurjongen die is veroordeeld voor kinderverkrachting, zit thuis. Weekendverlof. Haar misbruikte dochter (9) zag hem toevallig lopen. Ze vlóóg naar huis, woedend en verdrietig. ,,Hoe kan dat, mam? Waarom heeft hij dan geen straf meer?'' Vooral de onzekerheid broeit, zegt Geelen. ,,Niemand vertelt ons iets.'' Niet wanneer hij verlof heeft. Niet wanneer zijn straf afloopt. Niet in hoeverre de behandeling aanslaat.

Inmiddels probeert ze samen met zes andere ouderparen van tien slachtoffers via de rechter een straatverbod af te dwingen. Maar eigenrichting sluit ze niet uit. ,,Mijn man zou hem de strot soms willen afsnijden. Hij kan het niet meer opbrengen zijn dochter in bad te stoppen. Die knaap heeft ons gevoel afgepakt.''

Een volksgericht tegen pedoseksuelen uit de buurt is niet voorbehouden aan eigenzinnige Urker jongeren. In Venlo sloeg een vader de vermeende misbruiker van zijn zoon in elkaar. Amsterdam-Oost verjoeg een zedendelinquent door brand te stichten in zijn woning. En woensdag reed in Deventer een woedende buurtbewoner met zijn BMW in op de voordeur van een alleenstaande man die ontucht zou hebben gepleegd met een 7-jarig buurmeisje.

Maar het is te vroeg om te concluderen dat buurten het steeds vaker opnemen tegen pedoseksuelen. Feiten en cijfers over de terugkeer van de jaarlijks vijfhonderd veroordeelde zedendelinquenten ontbreken. En hulpverleners, gemeentebestuurders, politieagenten en raadslieden met kennis van zaken hebben evenmin het idee dat buurten het tot topic hebben verheven.

Advocate G. van Driem bijvoorbeeld vraagt al zeventien jaar bij de rechter wijkverboden voor zedendelinquenten. En telefoniste C. Bokking van de hulplijn Transact krijgt er al jaren hooguit één vraag per maand over. Laatst nog een meneer die had gehoord dat zijn nieuwe buurman had gezeten voor kindermisbruik. Er was buurtoverleg geweest: konden hun kinderen wel met de zijne spelen?

Vaker werd het afgelopen jaar escalatie voorkomen. De slachtoffers verhuisden, of de daders pakten hun biezen. Uit eigen beweging, na een door de rechter opgelegd wijkverbod, zoals in Montfoort, of op advies van tbs-kliniek, jeugdinrichting of burgemeester zoals in Groesbeek, waar een 12-jarige jongen zeven kleuters seksueel misbruikte.

Elders losten buurt en zedendelinquent het onderling op. Enschede kwam met een ouderwacht. Veroordeelde Henk uit Ochten mag hooguit drie maal per jaar twaalf uur op begeleid verlof met medeweten van de burgemeester. En Schoonhoven ziet erop toe dat een 58-jarige dorpsgenoot voortaan zelf zijn hond uitlaat. Hulpvaardige minderjarige buurmeisjes mag hij niet langer `bedanken' met ontucht.

De vraag rijst waarom het hier niet uitliep op eigenrichting. Dat hangt samen met de ernst van het zedenmisdrijf en met de sociale achtergrond van de buurt, denken betrokkenen. Maar verreweg het belangrijkste is, constateren ze, dat politie, gemeente en hulpverleners het initiatief nemen voor een permanente dialoog met buurt, dader en de slachtoffers. Eigenrichting doet zich voor in gemeenten die het lot op zijn beloop laten, aldus directeur T. van der Valk van de Reclassering Nederland.

De dilemma's zijn levensgroot in buurten waar veroordeelde pedoseksuelen wonen, weten de burgemeesters G. Prick (Groesbeek) en H. Zomerdijk (Ochten, gemeente Echteld). Emoties en rationaliteit strijden om voorrang evenals wraakgevoelens en rechtsgevoel. Slachtoffers willen in een veilige buurt wonen en eisen informatie over de dader en diens behandeling, zodat ze een begin kunnen maken met verwerken. Ook wijzen ze op de grote kans dat een dader opnieuw een zedenmisdrijf begaat - het percentage varieert van 14 procent binnen zes jaar tot 40 procent na tien jaar.

Op zijn beurt beroept de dader zich op zijn recht op privacy en op het strafrecht. Is het niet zo dat als hij zijn straf heeft uitgezeten, hij een nieuwe kans verdient zonder het stigma van pielentrekker of kinderlokker? Burgmeester Zomerdijk van Ochten had het extra zwaar omdat daar het ging om een jongen die, terwijl hij nog niet was uitbehandeld, sowieso vrijkwam omdat hij 21 was. ,,Het enige wat je als gemeente kunt doen is praten als Brugman'', zegt Prick. ,,Want in feite sta je met lege handen. En dan ben je zielsblij als de dader onder vriendelijke drang vertrekt.''

Feit blijft dat er soms een te grote wissel wordt getrokken op het incasseringsvermogen van een buurt. Het is zoals Gert-Jan zegt die door zijn overbuurman in Montfoort werd misbruikt: ,,Straf is voor slachtoffers geen recht. Zij blijven gevangen met een pedo op de hoek.'' Maar zover als in de Verenigde Staten en Groot-Brittanië wil niemand gaan - dat is heksenjacht. In Amerika kent een aantal staten Megan's law: huurders en huizenbezitters hebben het recht om door de overheid geïnformeerd te worden over in hun wijk woonachtige zedendelinquenten. En in Engeland zijn veroordeelde pedoseksuelen verplicht zich te melden bij de plaatselijke politie als ze langer dan veertien dagen op een plek blijven.

Wat moet er dan wel anders in Nederland? Advocaat Van Driem: ,,De reclassering moet iemand begeleiden bij een nieuw leven. Zadel daarmee niet de buurt en de slachtoffers op.'' Dat kan bijvoorbeeld door de proeftijd van zedendelinquenten te verlengen. Ook directeur Soesman van tbs-kliniek Oldenkotte voelt daarvoor. ,,Tien jaar proefverlof is een goede stok achter de deur.'' De reclasseringsdirecteur zelf grijpt terug op zijn omstreden stokpaardje: onverbeterlijke pedoseksuelen moeten levenslang opgesloten worden in een psychiatrische inrichting.

Martin Kroeze, coördinator van de Jeugd- en Zedenpolitie Twente, zou op zijn beurt graag zien dat er in elke gemeente een vertrouwenspersoon wordt aangesteld die weet welke ingezetenen ooit veroordeeld zijn voor een ernstig zedendelict. Zo heeft hij meegemaakt dat een pedoseksueel die had gezeten voor seksueel misbruik en moord in de Randstad, in het oosten een nieuw leven begon. De man slaagde erin opnieuw een kindernetwerk op te bouwen, omdat niemand in de buurt van zijn verleden op de hoogte was. Kroeze: ,,Dan mis je sociale controle. En dan klemmen de privacyregels. Je mag de ouders niet zeggen dat ze hun kind niet bij hem moeten laten spelen.''

In de stedenwijk van Almere zijn buurtbewoners inmiddels hun eigen kruistocht begonnen. Ze hebben 4.000 protestkaarten laten drukken die sympathisanten naar de Tweede Kamer kunnen sturen. Onder een afkeurende duim prijkt de tekst `Uw stem helpt voor wetswijziging tegen kindermisbruik'. Pedoseksuelen moeten strenger en harder gestraft, legt Tiny Geelen uit, voor minimaal vijf jaar. En daarna moet de regering ze in het oog blijven houden. Twee postzakken heeft ze al apart gezet. Voor ,,de verlichte geesten'' in Urk en Deventer. Maar of het helpt? Geelen zucht. ,,Het moet. We zijn keer op keer in de steek gelaten, maar we proberen het nog één keer fatsoenlijk. Daarna staan we niet meer voor onszelf in.''