Toverhazelaar

De toverhazelaar is ook zo'n gewas dat de Chinezen uit de weg duwden als ze het tegenkwamen in het wild. Het is in select gezelschap; de lijst van uit China afkomstige planten die onze tuinen sieren maar nooit in Chinese tuinen gebruikt werden, is aanzienlijk (Davidia involcrata, Lilium regale, Meconopsis betonicifolia, Buddleja davidii zijn een paar voorbeelden). Maar de omissie van de toverhazelaar is nog merkwaardiger, want hij ziet er zo Chinees uit. Als je leest hoe diverse boomsoorten in China met betekenissen werden bekleed, hoe bijvoorbeeld de pijnboom een vriend in tegenspoed symboliseert omdat hij 's winters groen blijft, is het onbegrijpelijk dat niemand oog heeft gehad voor de pracht van de toverhazelaar, die zijn kale takken bedekt met bloesems terwijl verder alles er uitziet of de dood oppermachtig heerst.

Hamamelis mollis komt uit China, in 1879 ontdekt door Charles Maries (1851-1902, die op plantenjacht was voor rekening van Veitch uit Chelsea, de firma waar later E.H. Wilson in dienst was. Maries stuurde het gewas naar Engeland, waar het werd geplant in de tuinen van Veitch en prompt vergeten - we kunnen de Chinezen dus maar beter niet te hard vallen - tot omstreeks 1900. Toen zag George Nicholson, de Hortulanus van Kew Gardens, de plant en noemde het een zeldzame en waardevolle soort. Hamamelis virginiana, de Amerikaanse toverhazelaar, werd geïntroduceerd in 1736, en H. japonica, de Japanse soort, in 1862; hoe bijzonder de Chinese variëteit was realiseerde blijkbaar niemand zich. Toen dat ten slotte wel gebeurde werd, in de woorden van Alice M. Coats, ,,iedere beschikbare twijg onmiddellijk voor vermeerdering versneden en geënt en het volgende jaar was de plant op de markt''.

De woorden toverhazelaar en witch-hazel hebben zo'n oeroude Europese klank dat het moeilijk is te geloven dat er geen plant van die naam bestond vóór de introductie van de Amerikaanse soort in de achttiende eeuw; je zou bijna denken dat die zich de naam van een inheemse plant had toegeëigend. Volgens Trees and Shrubs Hardy in the British Isles van W.J. Bean is de naam afkomstig van de eerste Amerikaanse kolonisten die er bij gebrek aan echte hazelaars wichelroeden van sneden, zodat de plant magische eigenschappen werden toegedicht. Al lang daarvoor gebruikten de indianen vooral de binnenbast als geneesmiddel tegen oogaandoeningen, ontstekingen en tumoren, en de medicinale toepassingen zijn nog steeds talrijk.

De Amerikaanse toverhazelaar bloeit in de herfst, vroeger dan de oosterse variëteiten, en voor het blad is afgevallen, aldus aan de hele hazeltoverij voorbijgaand. Coats citeert een vroege bron die opmerkte dat de Natuur deze Amerikaanse toverhazelaar ,,voor de strengere blik van de botanicus'' ontworpen moet hebben. Toen de ware, oriëntaalse toverhazelaar ontdekt werd viel de oude H. virginiana terug tot de nederige rang van onderstam. De zaden van hamamelis kunnen er twee jaar over doen om te kiemen; stekken is mogelijk, maar de gebruikelijke manier van vermeerderen is enten.

Toverhazelaar houdt van neutrale tot zure grond en bergen humus, maar het ideaal, aldus een vriendin die er verschillende in de tuin heeft, is een huis kopen waar al goed ontwikkelde exemplaren geworteld zijn, want dat maakt het mogelijk tijdens de bloei flinke takken af te snijden en binnenshuis te brengen. In verhouding tot de geur die zij voortbrengen zijn de bloemen belachelijk klein, elk bestaande uit vier draadachtige bloembladen (de Chinezen noemen de plant dan ook jinlümei, `gouddraadkers'); een paar ervan kunnen een kamer parfumeren en een tak vult het hele huis met geur. Aanblik en reuk van hamamelis mollis in een verder kale tuin is een triomf over de winter; de bloei kan vroeg in december beginnen en het hoogtepunt is rond Driekoningen. Maar je hebt een donkere achtergrond nodig, anders zijn van enige afstand de bloemen onzichtbaar.

De Amerikaanse toverhazelaar draagt vrucht terwijl hij bloeit; dat is de reden dat Linnaeus hem Hamamelis noemde, naar het Grieks `met vrucht' (welke vrucht dus een jaar nodig heeft om rijp te worden). In feite bestond die Griekse naam al, voor een boom met peervormige vruchten, een soort mispel. Wat niet zeker is voor het woord toverhazelaar, geldt dus zeker voor hamamelis: er had al eerder een boom met die naam bestaan.

Een nog betere variëteit van H. mollis, voor wie van mening is dat de soort verbeterd kan worden, is de hybride genaamd `Pallida', met smaller blad en lichtere, citroenkleurige bloembladen. Net als bij H. mollis worden de bladeren in de herfst geel; `a pearl beyond price' noemt Graham Stuart Thomas hem. Er bestaan tegenwoordig meerdere hybriden, H. x intermedia, kruisingen tussen H. japonica en H. mollis, veel ervan gekweekt in Kalmthout in België, ook in nieuwe kleuren, rood en oranje. `Jelena' is er een, waarvan de bloemen een oranje indruk maken, in feite geel met een beetje rood; een andere is `Diane' met koperrode bloemen. Zelf bevind ik mij met toverhazelaars nog in een vroeg, conservatief stadium; ik prefereer de gele, maar je kunt het seizoen rekken door verschillende kleuren te gebruiken: de gewone H. mollis is nu uitgebloeid, maar `Jelena' staat nog in volle bloei. Volgens Thomas bloeien ze vroeger naarmate er meer H. mollis in zit, terwijl die met meer H. japonica kunnen bloeien tot in maart.

Het is moeilijk het licht branderige van hamamelis(extract), dat ik me uit mijn kindertijd herinner (maar ik weet niet meer waar we het precies voor gebruikten: als oogbad? als ontsmettingsmiddel?) te rijmen met de sterke zoete geur van de bloemen. Het is trouwens ook lastig zich voor te stellen hoe de Chinezen langs hun toverhazelaars wandelden en niets roken - of vonden dat de geur niet paste bij het jaargetijde, of iets dergelijks. Maar bij ons viel hij in een gespreid bed, er was zelfs al een naam beschikbaar; dat heeft hij in China helaas moeten ontberen.