Rein de Graaff reanimeert oude succesnummers

Rein de Graaff verzamelt legendes. Voorwaarde is wel dat ze nog leven en actief zijn in het bebop-genre, dat hij zo'n warm hart toedraagt. Vorige maand toerde de pianist rond met Charles McPherson en wist hij, dankzij het wervelende spel van deze saxofonist, zijn liefde voor de muziek overtuigend over te brengen op het publiek. Nu presenteerde De Graaff in het BIMhuis de zeventigers Red Holloway en Harold Land, die volgens hem tot een uitstervend ras behoren, namelijk dat van muzikanten ,,die erbij waren toen `het' gebeurde''.

Beide saxofonisten hebben inderdaad een indrukwekkende staat van dienst. Lands opnames gaan terug tot meer dan vier decennia geleden. Hij speelde met onder anderen Max Roach en Clifford Brown. Red Holloway maakte naam als solist in orgelgroepen en werkte samen met pianist Horace Silver. Het publiek, dat voornamelijk bestond uit grijze, sigarenrokende mannen die aan de bar elkaar zaten af te troeven met verhalen over al twintig jaar dode jazz-helden, zat zich al bij voorbaat te verheugen op het nostalgisch avondje uit dat deze twee klinkende namen beloofden.

Het reanimeren van oude succesnummers kan heel goed uitpakken, zoals de optredens van Charles McPherson aantoonden, maar teleurstelling is waarschijnlijker. Vooral het spel van Land kan als zodanig bestempeld worden. Hoewel de tenorsaxofonist nooit bekend heeft gestaan om een vol geluid, ontbeerde hij gisteren de kracht om zelfs maar boven de begeleiding uit te komen. In het openingsnummer al werd zijn afgeknepen, iele geluid volledig bedolven onder het enthousiaste cymbalen-en-basdrum-geweld van drummer Eric Ineke. In de loop van het concert warmde de veteraan wel wat op, maar scherpte en reliëf bleven ontbreken in zijn weinig fantasievolle soli.

Holloway bewees een stuk vitaler te zijn dan zijn collega en compenseerde wat dat betreft het gemurmel dat Land uit zijn instrument haalde. Ondanks het feit dat hij de oudere van de twee is, legde hij duidelijk meer souplesse aan de dag. Zijn tenorsax produceerde dikke, ronde noten die lichtvoetig over de solide begeleiding van het trio heen dartelden. Helder en geprononceerd waren zijn hoge noten, die Land gemakshalve maar helemaal uit zijn repertoire leek te hebben geschrapt, terwijl hij de laagste noten van een plezierige, zwoele waas voorzag. Als een echte showman moedigde hij zijn begeleiders tijdens hun afzonderlijke soli aan met kreten als `I hear you, yeah!' en `Put it under your chin!'. Het publiek, dat duidelijk voor dergelijk ouderwets onbezorgd vermaak was gekomen en zich niet stoorde aan het gemis aan emotionele diepgang in Holloway's spel, beloonde zijn inspanningen met de nodige open doekjes.

De sigarenrokers kunnen weer twee legendarische namen aan hun concertlijstje toevoegen, maar of dit nu een allesverzengend slotakkoord van een tijdperk mag heten, valt te betwijfelen. De passie, die onontbeerlijk is voor het spelen van bebop, is voor deze twee aimabele grootheden waarschijnlijk al jaren geleden gedoofd. Wat overblijft is geschiedenis.

Gehoord: Trio Rein de Graaff met Red Holloway en Harold Land op 4/2 in BIMhuis. Herhaling: 6/2 Vredenburg, Utrecht; 7/2 Theater de Tobbe, Voorburg; 11/2 Tros Sesjun, Laren.