Onderste steen

Alleen onderwijzers, schrijft Cyril Northcote Parkinson in zijn inleiding tot de Wet van Parkinson, geloven dat de wereld logisch in elkaar zit en dat het menselijk handelen wordt geleid door redelijke inzichten. Hij bedoelt het niet als een verwijt, maar toch denk je: Ja! Wat zouden de onderwijzers anders de klas moeten vertellen! Dat je niet in een vliegtuig moet gaan zitten voor je je ervan hebt overtuigd dat alle motoren goed vastzitten en dat de olieleidingen niet lekken? Dat je zelf even het laadruim moet controleren op gifgas en verarmd uranium? Dat je altijd je eigen leugendetectortje bij je moet hebben, voor het geval je met een parkeerwacht, een voorlichter of een onbekende operator in gesprek raakt? Dat je de dokter niet moet geloven als hij je zwerende voet voor het symptoom van een lichte verkoudheid houdt? Dat je niet op je ministers kunt vertrouwen omdat die zich laten bedotten als een buitenman in de grote stad?

Zo gaat het niet op school. Als de onderwijzers niet meer geloven dat uiteindelijk de redelijkheid het in deze wereld voor het zeggen heeft, konden we het onderwijs opdoeken. De hele beschaving is nu eenmaal ook gebouwd op een kinderlijk geloof in wat de onderwijzer te vertellen heeft. Later hoor je misschien dat parlement en pers hun bestaansrecht onder andere ontlenen aan het `georganiseerd wantrouwen'. Lord Acton kan wel gezegd hebben dat macht corrumpeert en dat absolute macht tot absolute corruptie leidt, maar in Nederland is dit laatste gevaar `denkbeeldig' omdat wij, met onze pers en parlement, het wantrouwen immers het best hebben georganiseerd. We mogen dan geen gidsland meer zijn, maar poldermodel nog wel.

Met de ramp in de Bijlmer is een nachtmerrie van de luchtvaart werkelijkheid geworden. (Andere van dezelfde orde: de ondergang van de Hindenburg, botsing van twee vliegtuigen boven Los Angeles, Lockerbie.) Wat we de `nasleep' noemen bestaat uit onderzoek na onderzoek, opsporing van de oorzaak en mogelijkerwijs de schuldigen. Geen mens die weleens het wrak van een vliegtuig of de foto van zo'n wrak heeft gezien, zal zeggen dat het gemakkelijk werk is. Eerder denk je: `Hoe komen ze daar in godsnaam uit!' Maar je schoolkinderengeleerdheid vertelt je dat het mogelijk is en dat het werkelijk gebeurt. Niet alleen is de oorzaak van Lockerbie vastgesteld; er zijn zelfs twee verdachten opgespoord en min of meer gearresteerd. Redenen te meer om de onderwijzer van Parkinson te geloven.

Nu de Bijlmer. De wrakstukken worden bij elkaar geraapt en uitgestald. Deskundigen van ten minste drie nationaliteiten bestuderen de zaak. Behalve dezen zijn er nog wat ooggetuigen die er rotsvast van overtuigd zijn dat ze iets belangrijks te vertellen hebben. Die overtuiging heeft iedere ooggetuige. Misschien beantwoorden sommigen niet aan de voorstelling die men zich als onderzoeker van de ideale getuige maakt. Maar het omgekeerde is ook het geval, en nu blijkt dat we ons een verkeerde voorstelling van de ideale onderzoeker hebben gemaakt.

Deskundigen rapporteren over hun onderzoek, commissies komen en gaan. In zes jaar is er een lange stoet voorbijgetrokken, tientallen over wie de onderwijzer van Parkinson ons heeft verteld dat ze blind te vertrouwen zijn: mecaniciens en ambtenaren die de vliegtuigen de lucht in sturen, bestuurders die hun tranen niet kunnen bedwingen, dokters en ministers. Met elkaar horen ze tot de harde kern die de staat zijn betrouwbaarheid geeft. Nu blijkt dat ze - naar beste weten, te goeder trouw, uit bangheid, anders gerichte solidariteit of hoe dan ook - op z'n best zich hebben laten bedotten, of hun mond hebben gehouden, of gewoon hebben gelogen tot het gedrukt stond.

Op deze plaats in de krant schrijf ik graag over vrolijke dingetjes, trivialiteiten, wat bij wijze van spreken over het oppervlak van de hersenschors waait. Soms kan dat niet. De vorige keer was geloof ik toen Kenneth Starr de moeder van Monica Lewinsky wilde dwingen tegen haar dochter te getuigen. Nu: het neerstorten van de staat. Nee. Zo kunnen we het niet zeggen. Een aantal `dienaren van de staat' heeft het laten afweten, op zo'n manier dat ze onder de bekende omstandigheden het tegendeel hebben gedaan van wat we, krachtens onze eerste lessen, hadden verwacht. Het is vooral de tegenstelling tussen zes jaar van openbare plechtige drang om `de onderste steen boven te brengen' en de werkelijkheid: de eendrachtige, geheime vastberadenheid van degenen die het wisten om de onderste steen zo diep mogelijk te begraven.