`Niemand neemt de verantwoordelijkheid voor de laatste kogel'

De Supreme Court werkt net als een vuurpeloton: ieder lid draagt evenveel verantwoordelijkheid.

Dat zegt Ruth Bader Ginsburg, een van de twee vrouwelijke rechters in Amerika's hoogste rechtscollege. De teamgeest acht ze hoog, tegelijk heeft ze zelf uitgesproken opvattingen. Bijvoorbeeld over de doodstraf. `Bij de eerste executie moest ik huilen.'

Op woensdagavond, voor ze naar de opera `Carmen' ging in het Amsterdamse Muziektheater, moest Ruth Bader Ginsburg, lid van het federale Hooggerechtshof van de Verenigde Staten, beslissen over de dood van twee Amerikanen. Ze had een telefoontje gekregen van haar assistent in Washington. In Oklahoma en in Californië stonden executies op het programma die nacht. Op vier gefaxte velletjes werden de beroepsgronden weergegeven. Tijdens de pauze van de opera belde ze met de voorzitter van het hof, William Rehnquist. Twee keer ging de duim naar beneden. Geen gronden voor uitstel van executie.

,,Dit gaat het hele jaar door'', verzucht ze. ,,En het wordt erger naarmate de doodstraf populairder wordt bij de mensen. Ze denken dat het op de een of andere manier het misdaadprobleem oplost, hoeveel statistische rapporten ook zeggen dat het niet het geval is. Deels komt het voort uit een idee van vergelding, deels is het frustratie over misdaad.''

De zaak in Oklahoma trok internationaal de aandacht omdat de ter dood gebrachte zestien was toen hij zijn drievoudige moord pleegde. Zijn beroep is unaniem verworpen. Amnesty International protesteerde en is een nieuwe actie begonnen tegen de Amerikaanse strafrechtpraktijken.

Bader Ginsburg (65) is door president Clinton benoemd en is een van de twee vrouwelijke rechters van de Supreme Court. Ze was deze week in Amsterdam om een toespraak te houden voor het John Adams Instituut over de Grondwet (te zien op Internet: www.john-adams.nl). Ze is vaker in Amsterdam geweest, houdt van wandelingen in het Vondelpark. In 1975 gaf ze zelfs een zomerseminar voor de Amsterdamse universiteit. Ze is een kleine, tengere vrouw: zwarte rok, hoge leren laarzen, ronde bril, schelpvormige oorbellen, het donkere haar in een knotje bijeengebonden. Ze spreekt rustig en bedachtzaam. Haar gezicht blijft effen, wat sfinxachtig zelfs, maar zo nu en dan verschijnt er een lachje als ze een onverwacht grapje maakt. Ze maakt deel uit van de hoogste rechtsautoriteit in de VS en moet op haar woorden passen. Verkeerde uitspraken kunnen precedenten scheppen. Dus neemt ze soms een halve minuut de tijd om over een antwoord na te denken.

Als voormalid lid van het curatorium van de Amerikaanse organisatie voor burgerrechten ACLU is ze niet enthousiast over de doodstraf. ,,Bij de eerste executie bleef ik op, hij vond 's nachts plaats, en moest ik huilen. En ik moest een beslissing nemen of ik deel wilde blijven uitmaken van een instelling die met dit soort zaken van doen had.'' Maar zo zit de wet nu eenmaal in elkaar. Die moet ze uitvoeren, vindt ze. Het Hooggerechtshof had in 1972 de doodstraf opgeschort, toen die in onbruik raakte. ,,Toen hadden de gerechten kunnen zeggen dat de doodstraf ongrondwettig zou zijn. Maar die tijd hebben ze voorbij laten gaan'', zegt ze.

Om haar argumenten te staven vist Bader Ginsburg een exemplaar van de Amerikaanse constitutie uit haar tasje en leest het Vijfde Amendement voor. Daarin worden ,,halsmisdrijven'' uitdrukkelijk vermeld, dus dan gaat het te ver om de doodstraf ongrondwettig te noemen. Gelukkig, zegt ze, heeft ze drie staten onder zich waar de doodstraf nog niet is uitgesproken. Haar collega's die Californië of Texas onder hun hoede hebben, krijgen bijna elke dag een geval dat ze aan het voltallige Hof moeten voordragen.

,,We stemmen over al die zaken'', zegt ze. ,,Het is als in een vuurpeloton. Niemand neemt de verantwoordelijkheid voor de laatste kogel. De lagere rechter kan het hebben gedaan, maar ook degene die het hoger beroep tegen de uitgesproken doodstraf heeft verworpen.'' Veel verdachten doen een beroep op hun veel te lange wachttijd in de dodencel. ,,Het hangt er dan van af wie voor al dat wachten verantwoordelijk is, de verdachte of de instanties'', zegt Bader Ginsburg. ,,De verdachte kan niet met de ene hand almaar beroep instellen en met de andere klagen over het uitstel.'' De man die woensdagnacht in Oklahoma een dodelijke injectie kreeg, had eerst dertien jaar vast gezeten.

Tijdens ons gesprek in het Amsterdamse Westindisch Huis zit haar man, Martin Ginsburg, naast haar. Hij is hoogleraar belastingrecht aan de universiteit van Georgetown. Zo nu en dan verheldert hij een uitspraak of gooit hij er een luchtige grap doorheen. Thuis praten ze wel over juridische zaken — ze doceerden beiden aan Columbia University vroeger — maar hij is alleen goed in belastingrecht, zegt hij. Op alle andere gebieden weet Ruth het beter. In de regel kookt hij en dat doet hij al ,,sinds Ruth haar eerste maaltijd had bereid''.

Joods, vrouw en moeder

Bekend is haar uitspraak dat ze drie handicaps had toen ze voor het eerst ging solliciteren in 1959, ,,ik was joods, ik was vrouw en ik was moeder''. Die handicaps werden precies ,,in die volgorde'' opgeheven, zegt ze. Er kwam een einde aan discriminatie tegen joden in New-Yorkse advocatenkantoren. Tijdens haar studie werd ze nog lastiggevallen met de vraag waarom ze de plaats van een man bezet hield. Haar loon werd meteen gekort toen ze zwanger werd. Alleen met de hulp van een relatie kon ze een stage krijgen bij een rechter. Normaal namen rechters geen vrouwen aan, zeker geen moeders. Als ze eens hadden geweten.

President Carter maakte in 1980 een einde aan de eenzijdige blank-mannelijke samenstelling van de rechterlijke macht in de Verenigde Staten. Er was toen slechts één vrouw bij alle federale hoven van beroep. Onder hem kwamen daar meteen 26 vrouwelijke rechters bij, onder wie Bader Ginsburg, in Washington. Bij het Hooggerechtshof kwam onder Carters bewind geen nieuwe post vrij, maar hij had een onomkeerbare verandering in gang gezet. Carters opvolger, president Reagan, ging direct op zoek naar een vrouw en benoemde Sandra Day O'Connor van het hoogste rechtscollege. Bader Ginsburg volgde twaalf jaar later als tweede vrouw op voordracht van president Clinton.

De eerste jaren van haar ambstermijn werd ze door sommigen per abuis O'Connor genoemd, hoewel ze helemaal niet op haar collega lijkt. Maar er kwam wel een extra vrouwen-wc bij de zittingzaal. O'Connor moest vroeger altijd helemaal terug naar haar werkvertrekken.

In de jaren zeventig had Bader Ginsburg als advocaat voor het Hooggerechtshof faam gemaakt met geslaagde pleidooien voor gelijkheid tussen man en vrouw. Zij zorgde ervoor dat een man ook recht op bijstand kreeg als hij voor de kinderen zorgde. Zij was de oprichtster van het Women's Rights Project van de ACLU. Nu gaan in de Amerikaanse vrouwenbeweging stemmen op voor speciale behandeling van vrouwen. Waarom de gescheiden man evenveel rechten geven op voogdij als hij er toch alleen maar de procedure mee dwarsboomt? Waarom geen speciaal moederschapsverlof als ouderschapsverlof niet haalbaar is? Bader Ginsburg is het daar niet mee eens. ,,Ik kom uit de tijd dat vrouwen als speciaal werden beschouwd en daarom bescherming van een man nodig hadden'', zegt ze. ,,Maar dat betekende zoveel als: bescherming tegen de beste baan. Vrouwen mochten in die tijd bijvoorbeeld niet kelneren 'avonds. Terwijl 's avonds wel de grootste fooien worden gegeven.''

Het appeltje

Er is geen kwestie van betekenis in de Verenigde Staten die niet vroeg of laat terecht komt bij het Hooggerechtshof, zo noteerde De Tocqueville reeds in de vorige eeuw. Het hof vergadert in strikte beslotenheid. Letterlijk. Geen staflid wordt toegelaten tot de raadkamer van de negen leden. Telefoontjes van buiten wordt aangenomen door de laatstbenoemde rechter. Deze komt ook naar de deur als zich daar een bode meldt. Wanneer het beraad is afgelopen moet de laagste in anciënniteit de verscheidene beslissingen uitdelen aan de medewerkers van de rechters.

Bader Ginsberg heeft dit corvee maar een jaar hoeven te doen. Gelukkig maar, vindt ze, want het maakte het leven ingewikkelder. Het kostte haar bovendien vaak de lunch. Na de vergadering trekken de rechters zich namelijk terug in hun eigen statige eetkamer. Het gebruik wil dat de lunch afgelopen is zodra de Opperrechter uitgegeten is. Opperrechter Rehnquist heeft de gewoonte altijd te eindigen met een appeltje. Bader Ginsburg: ,,Als ik binnenkwam en het appeltje zag dan wist ik hoe laat het was. De Chief houdt niet van treuzelen.''

Haar man, droog: ,,In alle eerlijkheid: jij bent ook niet de traagste eter ter wereld.''

Het beeld van zo'n huiselijk appeltje is bedriegelijk. ,,Het is rustig hier'', zei een beroemde rechter eens over het Hooggerechtshof, ,,maar het is de rust van het oog van de storm.'' Het hoogste rechtscollege heeft in Amerika een verregaande bevoegdheid om wetten en overheidshandelingen wegens strijd met de grondwet buiten toepassing te laten. Dat is het zogeheten toetsingsrecht. Nederland maakt er ook kennis mee, met name in Europees verband. Zowel het Europees verdrag voor de mensenrechten als het recht van de Europese Unie gaat bóven ons eigen recht. In geval van strijdigheid moet het Nederlandse recht wijken. Maar de vraag blijft knagen: mogen benoemde rechters wel op de stoel van de — democratisch verkozen — wetgever gaan zitten? Rechter Bader Ginsburg is er kort over: ,,De grondwet is óók geldend recht en zelfs hoger recht. Als een rechter een overheidsmaatregel ongeldig mag verklaren omdat hij in strijd is met de wet, dan moet hij ook een wet buiten toepassing kunnen laten omdat hij in strijd is met de hoogste wet.''

Haar man: ,,Wij zijn in Amerika ook al wat langer gewend aan grondwettelijke toetsing dan in Europa.''

De rechterlijke uitspraak die de weg voor de toetsing opende, kwam tot stand onder de befaamde Opperrechter John Marshall in 1803. ,,Marshall had een droom'', verklaart Bader Ginsburg. ,,Hij wilde van dertien afzonderlijke, af en toe kibbelende voormalige koloniën één natie maken.'' De federale rechtspraak speelde daarbij een rol — net zoals het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen na de Tweede Wereldoorlog de eenwording een zetje heeft gegeven.

Eenvoudig is het toetsingsrecht in de VS niet tot stand gekomen. Een sterke rechterlijke macht was niet naar ieders smaak in Washington. Omdat men Marshall zelf niet durfde aan te pakken werd een ander van de vijf rechters waaruit het Hooggerechtshof toen bestond uitgekozen als doelwit, Samuel Chase. Het Huis van Afgevaardigden besloot tot een impeachmentprocedure tegen Chase: ,,strikt langs partijlijnen, zoals we onlangs ook weer hebben gezien'', noteert Bader Ginsburg. ,,De Senaat zag af van veroordeling en sindsdien is niet meer geprobeerd een federale rechter af te zetten om politieke redenen (wel vanwege wangedrag of meineed)''.

Waan van de dag

Bevat deze episode niet een mooie boodschap voor de huidige tijd?

Rechter Ginsburg glimlacht nauwelijks merkbaar wat voor zich uit. ,,Het oog van de storm is precies het goede woord. De rechters moeten afstand bewaren tot de waan van de dag, maar zich in hun beslissingen altijd bewust blijven van de gevolgen voor de omgeving.'' Zij citeert een befaamde staatsrechtsgeleerde die zei dat het hof ,,wordt beïnvloed door het klimaat van het tijdperk, maar niet door het weer van de dag''.

Over gevolgen gesproken: heeft het Hooggerechtshof die niet wat onderschat toen het groen licht gaf aan de procedure van Paula Jones tegen president Clinton? De redenering was strikt: niemand staat boven de wet. Dat was al uitgemaakt in het geval van de geluidsbanden van president Nixon in het Watergateschandaal. Bij Clinton betrof het ook nog eens een gewone burgerlijke zaak die niets te maken had met de functies van het staatshoofd. Maar toch, wat heeft deze procedure niet allemaal teweeggebracht.

Rechter Bader Ginsburg wil er in haar John Adams-voordracht alleen dit over kwijt: de critici onderschatten de mogelijkheden — en de bereidheid — van de rechter die het eigenlijke proces leidt om zo'n zaak binnen de perken te houden. Het Hooggerechtshof was unaniem in de zaak-Jones. Inderdaad is de zaak-Jones door de lagere rechter verworpen — maar ondertussen was de speciale aanklager Starr ermee aan de haal gegaan.

De sleutel tot de werkwijze van het Amerikaanse Hooggerechtshof is het zogeheten verlofstelsel (certoriari). Het college heeft de vrije hand uit te kiezen welk van de zaken die het voorgelegd krijgt, het in behandeling neemt. Dat is alleen al een kwestie van fysieke noodzaak. Er komen jaarlijks zevenduizend beroepschriften binnen. Het hof neemt tegenwoordig niet meer dan honderd zaken aan. Dat is wel eens meer geweest (tegen de 140 per jaar) maar dat dreigde ten koste te gaan van het collegiale element in de oordeelsvorming, vertelt Bader Ginsburg. Het komt dan uit tijdgebrek eerder aan op een meerderheidsbeslissing, waarbij rechters hun eigen stemverklaringen (opinies) aan het vonnis hechten.

Zij is er trots op dat het aantal unanieme beslissingen is toegenomen tot circa veertig procent. Dat gaat niet vanzelf. ,,Sommige van mijn beste opinies zijn nooit gepubliceerd'', vertelt Bader Ginsburg. Dat gebeurt later misschien nog eens als zij het hof heeft verlaten. Zij houdt een eigen motivering graag achter als zij de collega's kan overhalen om haar overwegingen te verdisconteren in hún oordeel. Waar het om gaat is dat het hof met een sterkere stem kan spreken.

De belangrijkste taak van het Hooggerechtshof, zo wordt ze niet moe te benadrukken, is ,,het handhaven van het respect dat het geniet. Dat is niet eenvoudig als je sterke opvattingen huldigt over belangrijke vraagstukken''.

Nu mompelt men in Washington dat Bader Ginsberg, de tweede vrouw in het hoogste rechtscollege, een geknipte opvolger zou zijn van Opperrechter Rehnquist als deze tijdens het bewind van een Democratische president zou aftreden. Maken vrouwen als rechter een verschil?

Niet in het vonnis, is de reactie van Bader Ginsburg. Zij citeert graag een vrouwelijke collega uit Oklahoma die eens opmerkte dat ,,uiteindelijk een wijze oude man en een wijze oude vrouw tot dezelfde conclusie zullen komen''. Maar direct daarop verwijst zij naar een al weer wat oudere zaak waarin haar naaste collega Sandra O'Connor de doorslag gaf. Het ging om een man die was geweigerd voor een exclusief vrouwelijke verpleegstersopleiding in een zuidelijke deelstaat. Dat was nu net bedoeld als positieve actie voor vrouwen, zei de overheid. Maar rechter O'Connor proefde in deze gunst een bittere bijsmaak. Wanneer mannen een exclusief vrouwelijk beroep gaan uitoefenen wil de honorering nogal eens omhoog gaan. Die exclusieve opleiding was dan ook verdacht, vond O'Connor en zij kreeg haar collega's mee. Rechter Bader Ginsburg: ,,En zij is iemand die wordt geafficheerd als Republikein en conservatief''.

Bader Ginsburg en haar vrouwelijke collega zijn meer gericht op teamvorming in het hof dan mannen. Voor het eerst verrichten de leden van het college samen culturele activiteiten. Samen naar een musical, bijvoorbeeld. En voorafgaand aan de ,,troonrede'' van president Clinton afgelopen maand bedacht collega San O'Connor een gezamenlijk toebereid etentje. Martin Ginsburg zorgde voor brood en dessert, rechter Breyer maakte vis, San deed de groenten, Kennedy het voorafje en David Souter — ,,onze vrijgezel'' — zorgde voor de wijn.

Denkt de rechter dat zij in haar leven een vrouwelijke Opperrechter van de Verenigde Staten zal meemaken?

,,Daar is een goede kans op'', zegt Bader Ginsburg, alweer met dat lachje. En dan opeens: ,,Ik zal niet verbaasd staan als er drie, vier of zelfs een meerderheid van ons in het Hooggerechtshof zitten, wanneer ik deze wereld verlaat.''