Leuke quatsch

De meest populaire en ook meest voorkomende vorm van bridge is de parenwedstrijd. Ben je lid van een bridgeclub, dan speel je in de a, b of xyz-lijn, al naar gelang. En met een beetje geluk promoveer je af en toe. Dan verdien je meesterpunten. Tijdig degraderen is ook niet onhandig. De kans op promotie daarna, neemt dan toe, evenals je aantal meesterpunten. En die meesterpunten hou je voor de rest van je leven. Natuurlijk is het meesterpuntensysteem quatsch. Maar wel leuke quatsch, want het streelt je ego. Iedereen kan grootmeester worden. Gewoon een kwestie van dag en nacht spelen. Een beetje talent doet er een jaar of tien over en mindere goden soms dertig of veertig jaar. Voor elke meesterpunt betaalt de club een klein bedrag aan de bridgebond. Per jaar worden er miljoenen meesterpunten verstrekt. Alles bij elkaar opgeteld, toch een aantrekkelijke en regelmatige inkomstenstroom voor de bond. De bond blij en de spelers blij, want zij zien zich behangen met indrukwekkende titels als clubmeester, bondsmeester of nationaalmeester. Sommige spelers zijn zo goed, dat zij het clubniveau weten te ontstijgen. Zij mogen meedoen aan landelijke competities: 2e divisie, 1e divisie en uiteindelijk de Meesterklasse, in Nederland het hoogst bereikbare. Om dan nog goed te scoren is lastig. Als dat lukt, stromen de meesterpunten met bakken binnen. Een landstitel MK paren levert per persoon 1500 meesterpunten op, een promotie op de club van de c- naar de b-lijn iets van 10 of 20.

Vandaag en morgen wordt het landskampioenschap paren gespeeld. Nog 88 spellen en we weten wie het beste paar van alle 110.000 bondsleden is. De Meesterklasse paren, waarin halverwege Roel Piket en Loek Verhees jr. uit Leiden op kop liggen, wordt gehouden in het Bridgehome Zoetermeer, de 1e divisie in het André Boekhorst Denksportcentrum in Utrecht. Twee weken geleden was het eerste weekend. Toen gaf de Meesterklasse weinig interessant materiaal te zien. Dit was een uitzondering, hoewel je in zekere zin zou kunnen zeggen dat het spel zich als vanzelf speelde:

OW maken nog 3♦, maar aan een aantal tafels was zuid leider geworden in 3♠. Meestal startte west met ♦A en switchte dan naar harten voor de negen, de tien en het aas. De leider, die uiteraard op troefheer gaat snijden, probeert daarvoor met een ruitenaftroever op tafel te komen. Voor de zekerheid troeft hij de ruiten af met de boer. Tot zijn verrassing ziet hij oost niet meer bekennen, maar ook niet overtroeven. Troefheer zit dus bij west! De leider speelt dan ook troefaas en troef na. West kan nu het beste klaveren doorspelen. Omdat ♣B achter de tien zit, dreigen er twee klaverenverliezers voor de leider. Hij doet er goed aan door ♣H te leggen op tafel. De klaveren zitten daarna op slot. Oost neemt het aas, maar kan de kleur alleen maar naspelen vanonder de boer vandaan en dat kost hem een slag. De hartens incasseren kan nog wel, maar daarna is ♡B hoog waarop een klaveren uit zuid zal verdwijnen. Als de leider het zo mooi speelt, gaat hij maar één down. Min 50 (of zelfs min 100) is, in vergelijking met min 110 van 3♦ contract, een goede prestatie en een aardig voorbeeld hoe genuanceerd het allemaal ligt in paren. Dat de klavers zitten zoals ze zitten, valt min of meer uit te rekenen: west heeft immers al acht ruitens, twee schoppen en een harten laten zien. Hij heeft dus hooguit een doubleton klaveren. Ook met ander tegenspel van west kan de leider het slot op de klaverendeur doen en eenzelfde resultaat boeken.

Minder nuance, maar wel meer spektakel een divisie lager. Op onderstaand spel varieerde het resultaat van 7SA contract in NZ tot 2♦ gedoubleerd contract voor OW in de andere lijn!

Wim van Luijk en Koert Luitwieler leiden de dans in de eerste divisie. Bij hun tafel gebeurde dit:

Tegen 4♡ startte oost met ruiten voor het aas van de leider, die eerst maar eens begon met troefaas en troefheer. Hierna wilde hij met klaveren terug naar zijn hand om de rest van de troeven te trekken, maar west troefde af en incasseerde twee hoge ruiten. Als west schoppen naspeelt, gaat 4♡ zelfs down, maar west vervolgde met een vierde rondje ruiten. Daardoor zou een mogelijke troefboer bij partner tot downslag promoveren. De leider troefde en maakte 4♡. Toch een goede score voor Van Luijk-Luitwieler omdat in sans ijskoud dertien slagen voor het oprapen zijn. Eén NZ paar maakte het wel heel bont door OW in 2♦ te doubleren. Alleen bij troefaas en troef na gaat het spel down. Dat gebeurde niet. Plus 180 was een verbijsterende score in OW.