Leraren gaan bloeden voor hogere inflatie

De loonstijgingen in de CAO's konden beperkt blijven omdat de inflatie in 1999 één procent zou zijn. Maar de inflatie was in januari 2,2 procent. De overheid is de hoofdverdachte. Worden leraren de dupe?

De onderwijzer krijgt er ongeveer net zoveel loon bij als de politie-agent, maar heeft dit jaar misschien toch minder extra te besteden. Het door het kabinet nagenoeg doodverklaarde inflatiespook begint de kop op te steken. En de koopkracht van de agent is daar beter tegen beschermd dan die van de onderwijzer.

Eén procent. Zo laag zou de inflatie in 1999 worden, zei het Centraal Planbureau (CPB) nog in december en kwam daarmee terug van een eerdere raming van 1,75 procent. De bijstelling kwam het kabinet goed uit. Premier Kok was er meteen bij met de suggestie dat bij 1 procent inflatie de CAO-lonen in 1999 veel minder sterk hoeven te stijgen dan de geëiste loonsverhoging van 3,25 (CNV) dan wel 3,5 procent (FNV).

Dit voorjaar wordt voor ongeveer drie miljoen werknemers bij de overheid en in de marktsector de CAO vernieuwd, van de banken en de bouw tot de zorgsector en de rechterlijke macht. Na de aftrap van Kok gebruikten de werkgevers bij de overheid en de bedrijven de nieuwe inflatieraming als een breekijzer om de loonstijging in de buurt van ,,twee komma nog wat'' te houden.

Ogenschijnlijk met succes. De onderwijs-CAO (2,6 tot 3,1 procent erbij) die deze week werd afgesloten, blijft binnen de `loonruimte' van het kabinet. Net als de met veel kabaal omgeven politie-CAO (gemiddelde stijging van 2,7 procent). Daarmee leek de koopkracht van het onderwijzend personeel en de agenten gegarandeerd.

Tot gisterochtend het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met het inflatiecijfer voor januari kwam: 2,2 procent. Het hoogste van alle grote euro-landen en veel hoger dan verwacht. ABN Amro had bij zijn ramingen voor 1999 een inflatie van 1,3 procent ingetekend, maar die zal nu zeker naar boven toe worden bijgesteld. Economen van de Rabo gingen al uit van 1,75 procent - het oorspronkelijke CPB-cijfer. Hoe realistisch is de 1 procent inflatie en dus de raming voor de lonen en de overheidsfinanciën in 1999 nog?

Dat hangt af van het verloop van de inflatie over de rest van 1999. Die zal snel moeten dalen om nog een jaargemiddelde van 1 procent te halen. Ironisch genoeg is het vooral de overheid, de grootste werkgever, die zo'n daling in de weg zit.

Het CBS berekent niet alleen de algemene kosten van het levensonderhoud, maar levert ook een inflatiecijfer dat is geschoond van kostprijsverhogende en consumptiegebonden belastingen, de zogenoemde `afgeleide consumentenprijsindex'. Het effect is groot: als sinds 1992 deze belasting in lijn met de rest van de prijzen waren verhoogd, zou het algemene prijspeil nu 2,4 procent lager zijn geweest.

In januari van dit jaar blijkt 0,5 procentpunt van de 2,2 procent inflatie te zijn veroorzaakt door hogere belastingen. De afgeleide consumentenprijsindex steeg maar met 1,7 procent. Het CBS bevestigt dat de 0,5 procent die de overheid aan extra inflatie heeft veroorzaakt, waarschijnlijk het hele jaar wel in het inflatiecijfer terug te vinden zal zijn. En het CBS waarschuwt dat een andere overheidsmaatregel, de dit jaar ingevoerde Verwijderingsbijdrage die aanschaffers van bijvoorbeeld koelkasten, televisies of magnetrons bovenop de aankoopprijs moeten betalen, misschien nog niet helemaal goed is geteld. Dat kan leiden tot een bijgesteld, nog hoger inflatiecijfer.

Als de inflatie hoger dreigt te worden, dan zullen de bonden stukken minder toegeeflijk zijn, verwachten analisten. ,,Ze zullen dit gebruiken om niet toe te geven,'' zegt B. van den Berg van het economisch bureau van ABN Amro. Een uitkomst met ,,een twee voor de komma'', voor de nog komende of nu lopende cao-onderhandelingen, is minder waarschijnlijk geworden.

Het FNV relativeert die vrees door zowel de geraamde 1 procent als de geregistreerde 2,2 procent als ,,dagkoersen'' te betitelen en houdt vast aan de eigen raming van ongeveer twee procent. Dat neemt niet weg dat de inflatie-verwachtingen nu al een flinke rol spelen bij de CAO-besprekingen, vooral bij de politie. Als de inflatie hoger uitvalt dan een procent, wordt dat automatisch gecompenseerd. Een inflatie van twee procent kost de overheid automatisch zo'n 37 miljoen gulden extra, meer nog dan het bedrag waarover de afgelopen weken zo is gesteggeld. Daarmee is er in feite een element van automatische prijscompensatie in de loonstijging ingebouwd. Het moet de werkgevers, en ook de overheid, niet verbazen als dat voorbeeld vaker zal worden gevolgd. Het mogelijke prijskaartje als de inflatie een procent hoger uitvalt: 400 miljoen gulden. Dat had zelfs 700 miljoen kunnen zijn, als de onderwijs-CAO dezelfde clausule had bevat. ,,Die zat er aanvankelijk ook in, maar die hebben we opgegeven'', verzucht de Abop. Het betekent dat de onderwijzers straks een flinke veer moeten laten bij een hogere inflatie.

Wordt de politie-CAO de standaard of de onderwijs-CAO. In het eerste geval boet de overheid voor haar eigen zonden. In het laatste geval betalen de verpleegsters, de rechters en de onderwijzers ervoor.