Hollands dagboek

Rob Oudkerk (43) is huisarts in de Amster- damse binnenstad en Tweede-Kamerlid voor de PvdA. Hij is nu vice-voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie Vliegramp Bijlmermeer. Oudkerk is getrouwd en heeft twee kinderen.

Woensdag 27 januari

,,Vandaag begint de parlementaire enquête Bijlmerramp'', hoor ik nog tollend van de slaap op de radio. Vandaag? Hoezo vandaag? We zijn met twaalf stafleden, troepen andere deskundigen en vijf politici al meer dan drie maanden bezig. Maar ik besef dat er vandaag met de openbare verhoren zes weken vol kansen en bedreigingen beginnen. Kansen om de waarheid te vinden, vertrouwen te (her)winnen. Bedreigingen omdat we het wantrouwen in de overheid en allerlei instanties en mensen die zich met de nasleep hebben bemoeid misschien niet kunnen wegnemen.

Marieke Monden, verslaggeefster van het Parool, staat om half acht in de keuken. Ze rijdt mee naar den Haag. ,,Zenuwachtig'', vraagt ze. Nee, mummel ik. Maar de ringweg opdraaiend merk ik dat ik mijn mobiele telefoon ben vergeten. Gebeurt me anders nooit. Zie je deze enquête als een hersteloperatie, vraagt ze. Ik peins. Wat ook de waarheid is achter de toedracht van de ramp, de mannen in witte pakken, de ontbrekende ladingpapieren, de gezondheidsklachten, de verdwenen zwarte doos en alle speculaties er omheen: echt herstel is niet mogelijk voor die mensen die op 4 oktober 1992 in een klap hun wereld zagen veranderen. Het is zoals de eerste getuige Mohammed het zegt: ,,Ik was vóór die dag een mens, maar na die dag ben ik een ander geworden.'' Hij wil weten waarom en hoe dat is gebeurd. Net zoals familie en vrienden van patiënten van me altijd willen weten hoe en waarom het gegaan is zoals het is gegaan als iemand doodziek wordt of doodgaat. Omdat dat op een of andere manier helpt. Houvast geeft. Deze enquête kan louterend werken.

Ik probeer te verhoren zoals rechercheur Rob ons dat heeft geleerd. Na afloop liggen er bossen bloemen. Heeft de staf voor ons gekocht ,,omdat de kop eraf is''. In de evaluatie van de verhoren sparen staf en commissie elkaar niet. Ik heb de smoor in dat ik voor de derde achtereenvolgende avond m'n kinderen alleen per telefoon goeienacht zeg. Annabel (bijna drie) brabbelt tien minuten onverstoorbaar door. Zonder ondertiteling of tolk is het niet te volgen. Maar ik kan er uren naar luisteren.

Donderdag

De trap in de Eerste Kamer oplopend klaagt Ferry Mingelen van Den Haag Vandaag tegen me dat ie zo verkouden is. Hij is niet de enige deze week die over lichamelijk ongemak begint. Op de een of andere wijze lok ik (als dokter?) uit dat velen mij vaak tot in detail vertellen wat hun lichamelijke klachten zijn. Soms is het jammer dat je beroepsgeheim hebt.

Marijke, medecommissielid, had geheim willen houden dat ze jarig is. Dat mislukt. Taart, taart, taart, taart, taart roep ik de hele ochtend als een kleuter. Ze neemt het wel erg letterlijk en gaat bij de Bijenkorf vijf taarten halen. Allemaal geproefd uiteindelijk. Voorzitter Theo M. noemt me al weken een koekjesmonster. Gaandeweg is de eerst afwachtende houding ten opzichte van elkaar omgeslagen. Er wordt ook vandaag veel gelachen. Soms is het wel heel zwarte humor. Van hetzelfde soort als die in de aangrijpende film `La Vita è bella', waarbij fantasie en humor in een concentratiekamp het enige is dat het onvoorstelbare leed van een gezin en honderden anderen af en toe kan neersabelen. Afreageren helpt. Moet. Want 'savonds zijn er weer lange gesprekken met mogelijke getuigen.

Als Theo M. aan een getuige vraagt wat voor type ik ben – nadat het in het verhoor over zuidelijke en joodse types is gegaan — zegt deze: ,,een Hagenees''. Als geboren Amsterdammer krijg ik dat bij het parkeren van mijn auto meteen terug van een van mijn ras-Amsterdamse buren. ,,Hé Oudkerk, ik wist niet dat je een provinciaal was.'' 'sAvonds laat vertelt mijn vrouw dat ze is gebeld door iemand die mijn oude gymleraar blijkt te zijn. Hij volgt de verhoren en wil kwijt dat ik echt wat aan sport moet gaan doen en af moet vallen want dat dit geen gezicht is op tv. Haar satanische grijns verraadt dat ze elkaar in een hilarisch gesprek gevonden hebben.

Als ik `Den Haag Vandaag' zie merk ik heel sterk dat het niet meer alleen om een neergestort vliegtuig gaat en de nasleep daarvan. Het gaat om mensen die zich in de steek gelaten voelen. Zich niet serieus genomen voelen. Geen vertrouwen meer hebben. Zich niet (h)erkend voelen.

Vrijdag

Sinds we onze werkzaamheden in de ministerskamer van de Eerste Kamer gestart zijn halen we op vrijdag als lunch broodjes vis van de kar die aan de ingang van het Binnenhof staat. Het is een van de tradities die is gegroeid. Dat, en een grote mate van openheid en sterk relativeringsvermogen geven me vandaag — niet voor het eerst — het gevoel van teamspirit en teamwork. Dat zijn meestal niet de kwalificaties die ik in het normale Tweede-Kamerwerk tegenkom. Hier des temeer.

Marijke zit in de ministerskamer op de grond met staflid Steven foto's uit te zoeken voor het verhoor vanmiddag. Joost zit gierend een opgenomen video van `Twee Vandaag' van commentaar te voorzien. Tanja laat een zakkammetje zien waarvan we het vermoeden hebben dat ie voor hele andere dingen is gebruikt en Theo en Marnix zitten onverstoorbaar tussen deze ,,lagere-schooloverblijfklas'' een aantal vragen door te nemen over allerlei scheikundige beweringen uit een rapport van het RIVM. Ik moet eens een fototoestel meenemen en deze tableau-vivants vastleggen. Het gevoel met z'n allen voor een en dezelfde klus te staan is niet alleen lekker maar geeft op een of andere manier vertrouwen dat we ook achter die waarheid zullen komen. Ik raak er aan verslaafd, merk ik. Als ik naar huis rij en de plek passeer waar Maarten van Traa verongelukte, schiet Maartens silhouet voor me langs. Kort voor z'n dood reed hij met me mee en zei toen dat hij na de IRT-enquêtecommissie zo verslingerd was geraakt aan die klus dat het hem zo slecht lukte om er vanaf te kicken. Tot op de dag van vandaag mis ik het, zei hij letterlijk. Toen snapte ik niet wat hij bedoelde. Nu wel. Dat wordt nog lastig straks.

Volgens de hele commissie en staf liet ik me vandaag min of meer inpakken door een getuige. Ik ontken, kleur rood en ga de beelden nog maar eens bekijken. Ze hebben wel een beetje gelijk. Maar dat ga ik natuurlijk niet toegeven.

Zaterdag

Hé, een van onze nationale speurneuzen, zegt de slager als ik binnenkom. 's Middags loop ik in de stad de verslaggever van het Radio 1 journaal tegen het lijf. Hij verslaat de verhoren zes weken lang. Lijkt al net zo begeesterd als ik. Zouden we zonder de blijvende inzet van sommige journalisten überhaupt nu een parlementaire enquête hebben gehad? Ik denk het niet.

Door de stad lopend met aan iedere hand een kind doemt dat beeld weer op van die mevrouw en meneer die die zondagavond even gingen wandelen en hun kinderen thuislieten. Wat voor leven leef je als je kinderen onder het puin vandaan worden gehaald? Wat voor schuldgevoel? Wat voor verdriet? Sinds ik kinderen heb draait mijn maag zich om bij dat soort gedachten. Deze mensen hebben er recht op te weten waarom. En hoe. En wat. Daar zit mijn drijfveer om me met hart en ziel voor deze enquête in te zetten.

's Avonds naar Driehuis. Met zeven vrienden verbinden we aan een etentje steeds andere opdrachten. Vandaag vertellen we elkaar over al dan niet positieve gebeurtenissen in onze puberteit die mede bepalend zijn geweest voor wie we nu zijn. Of niet zijn. En vanwege de Bijlmerenquête heeft Albert er een opdracht bij verzonnen: we moeten bij alle verhalen er achter zien te komen of ze waar zijn of niet. Als hulp daarbij tovert mijn liefste koudegrondpsychologenvriend er een dik boek bij met de betekenis van non-verbale communicatie als het om halve waarheden gaat. Zal er goed op letten komende week!

Zondag

Getennist. De tegenstander trapt er met open ogen in als ik hem bij een cruciale stand uit zn concentratie haal.

Opnieuw een informant aan de telefoon. Sinds kort zijn er toch wel een hoop laatjes aan het opengaan. Meer en meer bekruipt me het gevoel dat we hoe dan ook aan het bonken zijn op de deuren van de bureaucratie. En op de verschillen tussen letter en geest van wetten. Onze neuzen speuren in het grote grijze gebied tussen wat behoorlijk is en wat onbehoorlijk is. Met z'n negenen halen we 's avonds pizza. Na de bruine bonensoep en pannenkoeken van gisteren ontbreekt eigenlijk alleen nog de big mac. Studio Sport met dat vreselijke veldrijden. De winter duurt alweer te lang. Ik verlang naar de lente.

Maandag

Olivier (vier jaar) z'n rituelen bij het naar school brengen worden steeds herkenbaarder. Zodra we met z'n tweeën buiten staan, begint hij een ernstig gesprek: ,,Zeg papa...'' en dan volgt meestal een St. Exupéry-achtig `Kleine Prins'-dialoog tussen vader en zoon. Ik wil zijn onbevangenheid wel lenen. Al is het maar een kwartiertje per dag. Maar in plaats daarvan schuif ik gewoon in een file van twintig kilometer. Althans, volgens de radio. Dat is weer zwaar overdreven.

's Middags komt rechercheur Rob gewapend met speciaal geselecteerde videofragmenten van de verhoren gedurende de eerste week ons op onze onvolkomenheden wijzen. Hij heeft meer met dit cursusbijltje gehakt, want eerst laat hij — psychologisch heel verantwoord — van iedereen zien wat er goed ging. Daarna gaat het van jetje. Na een reeks fragmenten weten we dat verhoren een vak is en dat vak leren beheersen niet meevalt. Dit is een prima methode om je eigen fouten haarscherp te zien. Televisieregistratie is genadeloos, blijkt.

Dinsdag

Het enige contact met het gewone Tweede-Kamerwerk is onze aanwezigheid tijdens het wekelijkse vragenuurtje en de stemmingen. Dat zijn ook de momenten dat je merkt dat je daar echt ,,even helemaal uit bent'', om in ANWB-slogans te spreken. ,,Tot over twee maanden'', heeft Marijke tegen haar fractiegenoten gezegd en dat gevoel klopt wel. Theo M. groeit in zijn rol als voorzitter. Hij heeft een zeer aangename wijze van opereren, overgoten met een sausje cynisme waar ik wel voor val. Als iemand tien minuten moet wachten op een gesprek met de commissie en diegene zegt daarover dat de gemiddelde wachttijd bij dokters langer is, grijnst Theo in mijn richting en begint aan een kanonnade van pesterige verwensingen over dokters in het algemeen en Amsterdamse in het bijzonder. Op zijn beurt kan hij flink incasseren en dat schept een band.

Woensdag 3 februari

Vandaag gaan we de diepte in met de openbare verhoren. En je kan wel zeggen dat het raak is ook. Heel veel mensen bellen me totaal verbijsterd op. ,,Hoe kan het dat mensen zes jaar niet vertellen wat ze weten?'' Ik heb geen enkel antwoord.

Wat ik wel weet is dat de Tweede Kamer ons een opdracht heeft gegeven. Die is waarheidsvinding. Daar gaat het om. En lessen leren voor de toekomst. Tegelijkertijd werkt de Tweede Kamer aan een andere visie op haar eigen functioneren: nieuwe methoden vinden om burger en politiek dichter bij elkaar te brengen, nieuwe methoden om verantwoording af te (laten) leggen waarom dingen zijn gegaan zoals ze zijn gegaan. Korte onderzoeken en/of parlementaire enquêtes kunnen daarbij in de toekomst van grote waarde zijn. Ik heb het gevoel dat we met de manier waarop we deze enquête hebben opgezet een poging doen die nieuwe manier van werken vorm te geven.

Kern is voor mij dat de samenleving tot nu toe geen vrede heeft met de wijze waarop de politieke afwikkeling van deze ramp is verlopen. Dat moeten we ons aantrekken en niet zo'n beetje ook. Naast het vinden van de waarheid en het leren van lessen is daarom het helpen dichten van een immense vertrouwenskloof misschien wel het belangrijkste van alles. Een vriend die psychiater is en ten tijde van de ramp actief in de Bijlmer belt tijdens `Den Haag Vandaag' over alles wat er vandaag gebeurd is. Ik spraakwaterval tien minuten tegen hem aan. Morgen half tien gaan we verder, zegt Mingelen.